Harde vormen

De parel onder de toneelbijdragen aan het Internationaal Theaterschool Festival in de Amsterdamse Nes-theaters (loopt nog tot en met 30 juni) is zonder twijfel die van de Hochschule fur Schauspielkunst Ernst Busch uit het voormalige Oost-Berlijn.

De in 1951 opgerichte school is een samenvoeging van de acteursopleiding die Max Reinhardt in 1905 startte aan het Deutsches Theater, en een acteursklas van de DDR-filmstudio Defa. De school, die in 1980 de naam aannam van de in dat jaar gestorven Brecht-acteur, moest een artistiek boegbeeld van de DDR worden, en dat is goed gelukt. De acteurs- en regieopleiding van de Ernst Busch-school hadden van meet af aan ein guten Ruf. Veel aspirant-acteurs uit het Westen wilden er graag studeren - wat voor de val van de Muur vrijwel onmogelijk was aangezien een Wessi voor de studie zo'n 5800 dollar moest neertellen. Na 1989 veranderde dat snel: 85 procent van de studenten aan de school komt nu uit het Westen en de kersverse rector, Klaus Volker, is ook een Wessi. De regieafdeling staat sinds kort onder leiding van de Oostduitse regisseur Karge (van het roemruchte duo Karge & Langhoff).
De kwaliteit van de aspirant-acteurs die zich aan de Ernst Busch-school in hun toekomstig vak bekwamen, is ronduit verbluffend. Hun tekstbehandeling is scherp, de stemmen dragen ver zonder een spoor van galm of pathos, de fysieke beheersing wijst op een gedegen training. Pure ambachtslieden zijn het niet: acteren lijkt voor hen eerder een mentaliteit, een intelligente en artistieke manier van in het leven staan. Ze vertonen geen spoor van het in Nederland nog wel eens geetaleerde misverstand dat toneelspelen vooral voelen en inleven zou zijn. Integendeel: de Ernst Busch- acteurs zijn vast, zelfs hard in de keuze van hun vormen, in hun vermogen om te transformeren naar in plaats van te gaan wonen in hun personage. Dat was goed te zien in Goethe’s liefdesdrama Stella, waarin de acteurs als ongeleide projectielen over het kale en open podium leken te scheren, in feite echter tot in de kleinste details beheerste staaltjes van hogeschoolacteren lieten zien. De produktie was het resultaat van een voorbeeldig ogende samenwerking tussen een student van de regieafdeling en enkele aspirant-toneelspelers van de acteursopleiding.
Ook het jacobijnse drama Changeling (hier acht jaar geleden gespeeld onder de titel Wisselkind) was een toneelbelevenis van de eerste orde. Dit inktzwarte drama van het duo Middelton & Rowley uit 1622 is onder meer razend moeilijk door de dubbele plotlijn, waarvan de eindjes pas in de laatste scenes aan elkaar worden geknoopt: een zwartgallig liefdesdrama in de sombere burcht van hertog Vermandero, en de als komisch bedoelde spiegeling van die amoureuze escapades in het gekkenhuis van Dr. Alibius.
Drie uur sprankelend theater, knap van ritme en timing, in een sfeervol bordkartonnen decor dat zo leek weggekaapt uit de film Das Kabinett des Dr. Caligaris, de Duitse griezelfilm uit 1919. De veertien acteurs uit de derde klas - onder leiding van Kurt Veth, de vorige rector van de Ernst Busch-school - speelden bij wijze van spreken de spots uit het lichtplafond. Met in de ene plotlijn een zuiver schakelende Franziska Geyer als de complotten smedende diva Beatrice, en in het gekkenhuis een op de rand van de schmiere acterende Boris Aljinovic als Lollio, de knecht van de geneesheer-directeur.
Men zou kunnen tegenwerpen dat de voor het Duitse theater zo kenmerkende grundliche Werktreue weinig brutaliteit in de omgang met de stof toestaat. Koos Terpstra en Paul Feld zouden van Changeling stellig een hitsiger voorstelling hebben gemaakt. Maar de Ernst Busch-school leidt nu eenmaal primair op voor het Sprech-theater op de grote stadspodia. En een zo rijk tweede en derde circuit als in Nederland (‘Freie Gruppen’ bij onze Oosterburen, door de beroerde financiele situatie ook wel 'Vogelfreie Gruppen’ genoemd) kent Duitsland (nog) niet. Voor Nederlandse acteursopleidingen zijn voorstellingen van de Ernst Busch-school mijns inziens verplichte lesstof. Het verbaasde me dan ook dat de studenten van die scholen het de afgelopen week in de Nes massaal lieten afweten. Geborneerdheid? Of gewoon weer die verdomde Wessi-arrogantie?