Regeerakkoord Immigratieplannen lijken losgezongen van de realiteit

Harde woorden over zachte voornemens

VVD, CDA en PVV proberen oplossingen te zoeken voor een probleem van vijftien jaar geleden. Er is geen sprake meer van massale immigratie, en Nederland heeft juist hard behoefte aan jonge mensen die hun handen uit de mouwen steken. Maar die haken nu af.

HET GEDOOGAKKOORD dat Rutte, Verhagen en Wilders vorige week presenteerden blinkt niet uit in helderheid. Neem de immigratieparagraaf. ‘Ombuiging, beheersing en vermindering van de immigratie zijn geboden en urgent gelet op de maatschappelijke problematiek’, zo luidt de eerste zin. Verdere toelichting blijft uit. Wie wil achterhalen waarom VVD, CDA en PVV het immigratiebeleid tot speerpunt van hun akkoord hebben gemaakt, moet dus te rade gaan bij andere bronnen.

Dat kan bijvoorbeeld bij De schijn-élite van de valse munters, het manifest tegen links dat PVV-Kamerlid Martin Bosma enkele dagen vóór het regeerakkoord presenteerde. Bosma’s boek staat vol met de bombast waar de Partij voor de Vrijheid zich graag van bedient: 'de massamigratie breekt record op record’, 'de sluizen staan open’ en meer variaties op dit thema. Volgens Bosma brengt de vermeende massamigratie de stabiliteit van Nederland in gevaar. In navolging van Samuel Huntington beschouwt hij migratie daarom als dé politieke splijtzwam van deze tijd.

Het gedoogakkoord lijkt geschreven om de PVV op dit terrein ruim tegemoet te komen. De drie onderhandelingspartners hebben een lijst van maatregelen opgesteld om de aantallen migranten te verkleinen. De mogelijkheden tot gezinsmigratie moeten worden beperkt, verblijfsvergunningen moeten minder snel worden verleend en illegalen moeten worden opgespoord, berecht en uitgezet.

Deze plannen dragen ook zonder meer een VVD-signatuur. Volgens de partij moet migratie worden ingedamd vanwege een te grote druk op de overheidsfinanciën. Dit is te lezen in haar verkiezingsprogramma. Maar meer nog laat de nota Immigratie en Integratie die Henk Kamp in 2007 schreef zien hoe de VVD over migratie denkt. Het stuk is een blauwdruk van het gedoogakkoord. Geen gezinsmigranten jonger dan 24, het invoeren van een borgsom voor deze groep, het ontnemen van het Nederlands paspoort bij zware criminele overtredingen en het aanscherpen van de inburgeringseisen: bijna alle maatregelen uit het akkoord zijn terug te vinden in de notitie van Kamp.

Toch moeten de liberalen niet honderd procent tevreden zijn geweest. Bij monde van Kamerleden Paul de Krom en Stef Blok heeft de VVD herhaaldelijk gepleit voor beperking van de migratie binnen Europa. In een interview in maart in de Volkskrant opperden ze om het Verdrag van Lissabon open te breken om zo de immigratie uit de jongste Europese lidstaten aan banden te kunnen leggen. Het verkiezingsprogramma van de VVD sprak van een opt-out daar waar Europese richtlijnen Nederlands beleid in de weg zou komen te staan. Dit soort plannen zijn uiteindelijk niet terug te vinden in het gedoogakkoord.

Ook Wilders heeft zijn meest radicale voorstellen moeten opgeven. Geen algehele stop op immigratie uit islamitische landen, geen einde aan de openstelling voor Roemenen en Bulgaren. Wie het regeerakkoord vergelijkt met de programma’s van PVV en VVD kan dus maar één conclusie trekken: de scherpste randjes zijn eraf. Ook de gevreesde onrechtstatelijke plannen die ons tot Europees buitenbeentje zouden maken bleven uit. Vergelijk het gedoogakkoord bijvoorbeeld met het voorstel dat de Franse minister van Immigratie, Éric Besson, vorige week indiende. Hij wil migranten het Frans staatsburgerschap ontnemen bij geweld tegen overheidsdienaren. De VVD, CDA en PVV willen denaturalisatie ook als straf inzetten maar enkel voor misdrijven waar twaalf jaar of meer voor staat. En dan nog alleen als de betrokkene korter dan vijf jaar Nederlander is. In de praktijk zal het gaan om een handjevol gevallen.

Dat de immigratieparagraaf uiteindelijk minder ver gaat dan werd gevreesd zou kunnen worden toegeschreven aan de verzachtende invloed van het CDA. Inderdaad stelde het in zijn verkiezingsprogramma dat asielmigratie en reguliere migratie aparte behandeling verdienen. Het verblijfsrecht van politieke vluchtelingen mag ook niet ter discussie komen te staan, volgens het programma. Toch lijkt de invloed van de christen-democraten op het voorgenomen immigratiebeleid gering. Veel van de ideeën waar de partij zich tegen verzette - het weren van radicale imams en het verhogen van de eisen voor gezinsmigratie - verschenen toch in het gedoogakkoord. Ook staan asiel- en migratiebeleid, ondanks het CDA, in het teken van hetzelfde doel: er moeten koste wat kost minder migranten Nederland binnenkomen.

HET HEEFT VEEL WEG van vechten tegen windmolens. Een blik op de cijfers laat zien dat het alleszins meevalt met de omvang van de immigratie, zeker in vergelijking met het recente verleden (zie kader 1). Volgens Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit, loopt het gedoogakkoord dan ook achter de feiten aan. Entzinger: 'De partijen maken zich druk over problemen die nauwelijks nog bestaan. De niet-westerse migratie is enorm afgenomen, voornamelijk als gevolg van strenger asiel- en gezinsmigratiebeleid van voorgaande kabinetten. Ook de samenstelling van migratie is veranderd. Er komen nauwelijks nog kansarme migranten naar Nederland. De maatregelen uit het gedoogakkoord horen bij een probleem van vijftien jaar geleden.’

Op meer punten lijken de opvattingen over immigratiebeleid van de drie partijen losgezongen van de realiteit. Internationale afspraken waren van meet af een rem op veel plannen, zo stelt Han Entzinger: 'Nederland is met handen en voeten gebonden aan EU-richtlijnen en verdragen zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit soort internationale afspraken vormt een streng kader dat de beleidsvrijheid van Den Haag beperkt. In wezen gaan we nauwelijks nog over ons eigen migratiebeleid. De onderhandelingspartners lijken zich hiervan bewust. Eerdere geluiden over het opzeggen van Europese verdragen zijn daardoor gelukkig verstomd. In plaats daarvan stelt de immigratieparagraaf tot zes keer toe dat het kabinet zich zal inzetten voor het wijzigen van Europese richtlijnen.’

Volgens Ashley Terlouw, hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit, stellen de partijen hun invloed daarmee te gunstig voor: 'Het initiatief tot herziening van Europese afspraken moet komen van de Europese Commissie. Nederland moet dus wachten om Europese regels om te buigen richting haar wensen. Dan nog moet een gekwalificeerde meerderheid onder de 27 lidstaten gevonden worden.’ Volgens Terlouw zijn de plannen voor het immigratiebeleid dan ook vooral harde woorden over zachte voornemens: 'De meeste voorstellen, zoals het verbod op een huwelijk tussen neef en nicht, het verhogen van leges voor een verblijfsvergunning en het weren van gezinsmigranten jonger dan 24 jaar, zijn onhaalbaar omdat de ondergrens van wat juridisch mogelijk is al nagenoeg is bereikt.’ Volgens Terlouw betekent dit soort voorstellen dan ook vooral een lange weg van Europese onderhandelingen met een lage slagingskans (zie kader 2).

Reden tot zorg is het ontbreken van een visie op het nut van migratie. De toonzetting van het akkoord is voornamelijk negatief. Migratie, zo spreekt uit de tekst, is vooral een gevaar dat moet worden bestreden. Daarmee gaan de coalitiepartners voorbij aan het punt dat Nederland migranten in de toekomst wel eens hard nodig zou kunnen hebben. Verschillende onderzoeken hebben de afgelopen jaren gewezen op dreigende personeelstekorten, met name in de publieke sector. In het rapport Zorgen voor de Zorg waarschuwde het SCP onlangs nog voor grote tekorten aan verplegend personeel.

De statistieken laten zien dat migratie juist voor Nederland een enorm potentieel biedt om de economische positie te versterken. Uit gegevens van Eurostat blijkt dat kleine verzorgingsstaten zoals Nederland, Denemarken en Zweden voornamelijk jonge migranten trekken: zeventig procent is jonger dan 35 jaar. De mediaan ligt zelfs nog lager, op 27 jaar. Er is dus nog heel veel tijd waarin een migrant zich kan ontwikkelen tot een zelfstandig en productief onderdeel van de Nederlandse samenleving.

Grote afwezige in het akkoord is de kennismigratie. En dat is opvallend. In haar verkiezingsprogramma sprak de VVD nog over 'een samenhangend pakket aan maatregelen om kansarme immigranten te weren en hoogopgeleide kennismigranten aan te trekken’. Het regeerakkoord heeft er uiteindelijk weinig over te zeggen. De plannen om kennismigratie te bevorderen beperken zich tot de algemene belofte meer te doen met de kenniswerkersregeling. Voor een open economie die het niet moet hebben van industrie is dat absoluut te mager. Volgens de auteurs van het akkoord is kennismigratie weliswaar 'van groot belang’, maar ze voegen er direct aan toe dat het kabinet moet waken voor misbruik. Ook hier lijkt de invloed van de partij van Wilders groot. Eerder noemde PVV-Kamerlid Fritsma kennismigratie 'een vorm van economisch asiel voor hoger opgeleiden’. Kennismigranten uit islamitische landen zijn volgens de partij sowieso niet welkom.

Een gebrek aan arbeidskrachten, hoog- en laaggeschoold, zal niet worden opgelost door migratie binnen Europa. Volgens de Europese Commissie heeft Europa in haar geheel twintig miljoen geschoolde migranten nodig om de economische productiviteit op peil te houden in tijden van vergrijzing. En dat binnen twintig jaar. Daarom voerde de Europese Commissie in 2009 een zogenoemde 'blauwe kaart’ in die kennismigranten een tijdelijke werkvergunning verschaft. Het regeerakkoord biedt weinig zicht op plannen om een deel daarvan naar Nederland te halen. De immigratieparagraaf bevat welgeteld één maatregel die kennismigratie bevordert: het bespoedigen van de procedures voor diploma-erkenning.

Veel van de voorgestelde maatregelen zullen kennismigratie zelfs tegenwerken. Terlouw wijst in dit verband op het plan om alleen nog aanvragen voor een verblijfsvergunning die vanuit het buitenland worden ingediend te accepteren. Met name studenten zullen daar last van krijgen, aldus Terlouw: 'Migranten die hier een diploma halen en vervolgens een baan willen zoeken, moeten dan eerst weer terug naar het land van herkomst om een nieuwe vergunning aan te vragen. Het is een barrière om een opleiding, waarin Nederland heeft geïnvesteerd, hier ook ten gelde te maken.’

DE IDEEËNARMOEDE toont zich ook in de plannen voor het integratiebeleid. Of beter gezegd: in het gebrek daaraan. Het gedoogakkoord rept vooral over eisen die worden gesteld aan toekomstige migranten. Zo wil het komende kabinet-Rutte-Verhagen dat zij voortaan zelf voor hun inburgeringscursus gaan betalen en krijgen ze geen verblijfsvergunning als ze niet slagen. Overige maatregelen vallen onder het kopje symboolpolitiek: een boerkaverbod en een verbod op hoofddoekjes bij politie en rechterlijke macht. Beide waren al voorgenomen beleid.

Door eenzijdig in te zetten op eisen voor nieuwkomers laten de partijen bestaande problemen voor wat ze zijn. Rutte laat zich voorstaan op een regeerakkoord waar iedereen in Nederland wat aan heeft, maar de immigratieparagraaf van Vrijheid en Verantwoordelijkheid bevat vooral plannen voor hen die hier niet wonen. Dit is zonde. In tegenstelling tot massamigratie zijn problemen onder huidige groepen allochtonen wel reëel. Nederland kent bijvoorbeeld hardnekkige ongelijkheden in het onderwijs. Schooluitval onder niet-westerse allochtone scholieren is bijna twee keer zo hoog als onder autochtonen. De helft van de niet-westerse allochtonen die het mbo verlaten doet dat zonder startkwalificatie. Ook de economische weerbaarheid onder allochtonen is zwakker. Als gevolg van de crisis steeg in 2009 de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen van tien naar veertien procent. De werkloosheid onder autochtone Nederlanders steeg in deze periode van 3,6 naar 5,1 procent, zo blijkt uit onderzoek van Forum.

Ashley Terlouw wijst erop dat veel voorstellen bovendien juridisch ondoordacht zijn: 'Neem het voornemen om de Nederlandse nationaliteit voorwaardelijk te verlenen. Het akkoord stelt ook dat migranten afstand moeten doen van hun oorspronkelijke nationaliteit. Dat botst. Stel dat het paspoort wordt ingetrokken, dan zou de migrant stateloos worden. Dat mag niet volgens het Europees verdrag inzake nationaliteit. Het akkoord maakt uitzondering voor hen die geen afstand kúnnen doen van hun oorspronkelijke nationaliteit, zoals Marokkanen, maar daardoor dreigt ongelijke behandeling van verschillende groepen migranten. Dit is een vorm van discriminatie die botst met artikel 1 van de Grondwet.’ Los van de juridische problemen frustreert het voorwaardelijk Nederlanderschap de integratie, volgens Terlouw. 'Veel migranten hebben al het gevoel nooit voldoende geïntegreerd te kunnen zijn. Dit soort plannen bevestigt ze daarin. Zo creëer je eerste- en tweederangs Nederlanders.’

Alles bijeengenomen is het immigratie- en integratiebeleid van het aanstaande kabinet-Rutte-Verhagen dus bijzonder dun. Europese regelgeving beperkt vooralsnog het leeuwendeel van de plannen en aan bestaande ongelijkheden wordt weinig gedaan. De gevolgen van die koers zijn te zien in Denemarken. Het land heeft de strengste migratiewetten van Europa. Toen het World Economic Forum onlangs haar invloedrijke Global Competitiveness Report presenteerde, bleken de Denen gezakt te zijn van plaats vijf op de wereldranglijst naar de negende plek. Wat betreft de kansen om talentvolle migranten aan te trekken stonden ze 23e. Voorlopig staat Nederland op dit punt nog elfde, maar met de huidige plannen voor het immigratiebeleid is de kans groot dat we ons snel bij de Denen zullen voegen.


@font-face { font-family: “Cambria”; }p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal { margin: 0cm 0cm 10pt; font-size: 12pt; font-family: “Times New Roman”; }p.MsoPlainText, li.MsoPlainText, div.MsoPlainText { margin: 0cm 0cm 0.0001pt; font-size: 10.5pt; font-family: “Times New Roman”; }span.TekstzonderopmaakTeken { font-family: Courier; }div.Section1 { page: Section1; }

Massamigratie?

Het aantal asielaanvragen is in tien jaar tijd meer dan gehalveerd. In 2000 vroegen 43.000 personen asiel aan, in 2009 waren dat er nog zestienduizend. Van deze aanvragen werd iets meer dan helft ingewilligd. In totaal was vorig jaar nog geen tien procent van de migranten asielzoeker.

Het saldo voor niet-westerse migratie (het aantal mensen dat kwam minus het aantal dat weer vertrok) nam eveneens met bijna de helft af in deze periode: van 45.215 in 2000 tot 23.847 in 2009. De vijf geboortelanden die in de cijfers van 2009 het meest voorkwamen: Somalië (4476), China (2575), Irak (2282), Turkije (1557) Nederlandse Antillen (1458).

Gezinsvorming of gezinshereniging is het belangrijkste motief voor migranten om naar Nederland te komen. In totaal kregen vorig jaar bijna 36.000 personen een (tijdelijke) verblijfsvergunning als gezinsmigrant. Maar let op: dit cijfer omvat zowel westerse als niet-westerse

migratie en heeft betrekking op iedereen die in Nederland woont en een gezin sticht met een buitenlandse partner. Als gezinsmigratie wordt uitgesplitst naar geboorteland wordt het beeld duidelijker. In 2007 (het laatste jaar waar het CBS cijfers voor heeft) waren de volgende vijf landen het meest vertegenwoordigd in de gezinsmigratiecijfers: Polen (2383), Duitsland (1136), Turkije (1560), de Verenigde Staten (1177) en Marokko (1057).

In vergelijking met het buitenland zijn de migratie-aantallen hier relatief laag. Nederland staat in de Europese middenmoot als het gaat om het opnemen van migranten. Veertien van de 27 Europese lidstaten hebben een hogere migratiedruk (het aantal migranten per duizend inwoners) dan Nederland. In onder meer het Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken en Spanje komen relatief veel meer migranten binnen.

Bronnen: CBS, Eurostat


@font-face { font-family: “Cambria”; }p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal { margin: 0cm 0cm 10pt; font-size: 12pt; font-family: “Times New Roman”; }p.MsoPlainText, li.MsoPlainText, div.MsoPlainText { margin: 0cm 0cm 0.0001pt; font-size: 10.5pt; font-family: “Times New Roman”; }span.TekstzonderopmaakTeken { font-family: Courier; }div.Section1 { page: Section1; }

Aanpassing Europese richtlijnen

De immigratieparagraaf stelt dat het kabinet zich zal inzetten om vijf verschillende Europese afspraken te wijzigen. Deze zijn:

De EU-terugkeerrichtlijn (2008/115/EG)

Nodig voor: het makkelijker kunnen terugsturen van alleenstaande, minderjarige asielzoekers.

De EU-richtlijn inzake het recht

op gezinshereniging (2003/86/EG)

Nodig voor: het kunnen verzwaren van de eisen voor gezinshereniging, zoals het verhogen van de leeftijdseis voor een buitenlandse partner naar 24 jaar en het toelaten van maximaal één partner in de tien jaar.

De EU-richtlijn langdurig

ingezetenen (2003/109/EG)

Nodig voor: het kunnen stellen van een diploma-eis voor asielzoekers die een permanente verblijfsvergunning aanvragen.

De EU-richtlijn inzake vrij verkeer en verblijf (2004/38)

Nodig voor: het kunnen verruimen van de mogelijkheden om EU-burgers uit te zetten bij strafrechtelijke veroordeling.

Het associatieakkoord EU-Turkije

Nodig voor: het kunnen onderwerpen van Turkse migranten aan de inburgeringsplicht.

Om deze richtlijnen te kunnen wijzigen is een gekwalificeerde meerderheid nodig in de Europese Commissie. Dit betekent dat er minimaal 255 van de 345 stemmen vóór moeten zijn die samen ook nog de meerderheid van de Europese lidstaten moeten vertegenwoordigen. Ieder land mag bovendien eisen dat de stemming ook tenminste 62 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigt voordat een voorstel kan worden aangenomen. Nederland heeft dertien van de 345 stemmen. Ter vergelijking: Frankrijk heeft er 29 en Malta drie.