Hardleers

Het is hommeles bij de AFM. De toezichthouder die moet toezien op het gedrag op financiële markten heeft zelf problemen met zijn gedrag. Of beter: de raad van toezicht van de toezichthouder heeft dat.

U weet wel: dubbele petten, belangenverstrengeling, gedoe met bijbanen en vooral geen gedragsregels en protocollen voor hoe daarmee om te gaan. Het probleem speelde al langer en mondde begin september dit jaar uit in een verzoek aan minister Dijsselbloem om een onafhankelijk rapport.

Dat ligt er nu en liegt er niet om. Nee, er is geen sprake van fraude maar wel van ‘slordigheden’ bij het melden van bijbanen en beleggingen. Ook is er ‘onvoldoende afstand’ tot instellingen die onder toezicht staan bij de AFM. De raad van toezicht heeft geen code waaraan gedrag of integriteit van de toezichthouders kan worden afgemeten. Er is geen protocol aan de hand waarvan kan worden beoordeeld welke nevenfuncties wel en welke niet zijn toegestaan. En er is geen rol ingeruimd voor externe toetsing. Oftewel, men klooide maar wat aan en dacht dat men, vanwege jarenlange ervaring, boven iedere twijfel verheven was.

Zes jaar na een crisis die mede te wijten was aan laks toezicht is dat natuurlijk onverteerbaar. Burgers hebben recht op bescherming tegen een sector die ondanks lippendienst aan klantenbelang vooral geëquipeerd is om te sturen op eigen targets, bonussen en kwartaalwinsten. En hebben dus baat bij toezichthouders die tegendenken, die de praatjes van de sector niet voor zoete koek slikken en die bancaire deelbelangen niet verwarren met het algemeen belang. Zoals wel het geval was in de twintig jaar voor de crisis – zeg maar het tijdperk Wellink.

Denk maar niet dat de betrokkenen het zelf met deze open deuren eens zijn. In Het Financieele Dagblad van afgelopen maandag sloeg een van hen keihard terug. Onder de kop ‘Financiën misbruikt rapport om greep op AFM te versterken’ wees oud-Fortis-man Joop Feilzer de aantijgingen ongemeen fel van de hand. Zijn uitspraken zijn typerend voor de arrogante hardleersheid van de financiële schaduwelite. Lees maar mee.

Feilzer: ‘Je mag geen vermogen hebben en geen bijbanen. Een collega van mij zei toen dat de kippenboer naast hem beter geschikt is voor de baan dan hij, ook al heeft die geen verstand van de financiële sector.’

‘Om je werk goed te doen moet je wel voeling hebben en houden met de sector’

Niet alleen spreekt hier weinig respect uit voor het edele beroep van kippenboer: alsof het moderne kippenbedrijf wat complexiteit, regelgeving en risico’s betreft zoveel onderdoet voor een bank. Ook druipt deze uitspraak van misplaatste zelfgenoegzaamheid: alsof kennis van de financiële sector burgers in 2008 heeft behoed voor de kladderedatsj.

Feilzer: ‘Om je werk goed te doen moet je wel voeling hebben en houden met de sector. Zo meteen kunnen alleen nog ambtenaren, ex-politici en hoogleraren toezichthouder worden.’

Ook hier spreekt dedain uit voor integere buitenstaanders die de sector een broodnodige spiegel kunnen voorhouden, in de zin van: wat u normaal vindt (salarissen, emolumenten, gedrag, klantbejegening), is dat volgens de rest van de samenleving niet. Maar schrijnender is het ontbreken van elk besef dat ‘voeling hebben met de sector’ een probleem is, niet een oplossing. Niet alleen hier, ook in Brussel, de VS en het VK.

Nog het meest dwars zit Feilzer het feit dat het integriteitsonderzoek naar het reilen en zeilen van de raad niet door een accountant of advocaat is gedaan maar door een ambtenaar. Feilzer: ‘Die zijn niet onafhankelijk.’

Dit is de wereld op z’n kop. Net als bankiers zijn advocaten en accountants parasitaire professies die nauwelijks maatschappelijke waarde toevoegen en, dankzij wettelijk gegarandeerde transactiemonopolies (licenties, vergunningen, gildes), uitstekend voor zichzelf en elkaar zorgen: vijf ton per jaar zijn apenootjes. Iedere financiële transactie laat een juridisch spoor achter en noopt in principe tot boekhoudkundige verwerking, zowel bij verkoper als koper. Oftewel, accountancy, advocatuur en bancaire sector vormen een groot transactiecomplex.

Geen wonder dat de grote vier (EY, Deloitte, KPMG en PwC) steeds vaker opduiken als belangenbehartiger van dat complex. In 2012 was het KPMG die waarschuwde tegen ‘stapeling van toezicht’ in het bankwezen. Begin dit jaar was het weer KPMG die pleitte voor bescherming van het Nederlandse belastingparadijs. Vorige maand was het PwC die waarschuwde tegen bankhervormingen in Brussel. En vorige week was het weer PwC die de gemeente Amsterdam een hart onder de riem stak in haar poging flitskapitaal en flitsarbeid naar de stad te halen. In de ogen van de financiële schaduwelite heet dat dus ‘onafhankelijk’. En is alles wat indruist tegen het eigen wereldbeeld ‘gekleurd’. Je moet maar durven, zo zes jaar na de crisis.