Economie

Hardleerse bankiers

Geen minister van Financiën zal nu nog reppen over de gezonde delen van een bank, en geen bankier zal zich nu nog opwerpen als redder van het vaderland. Verder lijkt 2011 verdraaid veel op 2008. Want er is dit weekeinde weer koortsachtig onderhandeld over de redding van een bank en druk overlegd tussen politieke leiders over een reactie op de crisis. Zijn we deze drie jaar dan niets opgeschoten?

In oktober 2008 wisten België en Nederland de net nieuwe combinatie van Fortis en ABN Amro overeind te houden door de bank in stukken te scheuren en onderling te verdelen. Dat was blijkbaar de enige oplossing die in een weekeinde te bereiken was. Nederland betaalde aanvankelijk bijna zeventien miljard en uiteindelijk dertig miljard voor een bank waarin soms vitale onderdelen misten en waarin niet zo vitale onderdelen dubbel waren: netjes scheuren is niet zo makkelijk. Op het nippertje en tegen hoge kosten kon een systeemschok net na de val van Lehman Brothers worden afgewend. Drie jaar na dato zou men de hoop kunnen hebben dat van de bijna-catastrofe geleerd was.

Maar nee. In oktober 2011 moesten België en Frankrijk in één weekeinde koortsachtig onderhandelen om de bank Dexia in stukken te scheuren en onderling te verdelen.

In 2008 hebben bankiers de zwarte piet gekregen, in 2011 krijgen de politici die. Ze zijn niet meer de redders die banken en economieën voor ondergang behoeden; ze zijn juist de reden dat banken en economieën hun ondergang tegemoet dreigen te gaan. Het verwijt is dat de nationale politici de nationale tekorten uit de hand hebben laten lopen en niet in de hand krijgen. Het verwijt is ook dat Europese leiders te lang talmen met, want te veel kibbelen over een plan om de eurocrisis aan te pakken. Het plan is duidelijk: het liefst afschrijven van Griekse schuld, in elk geval het verschaffen van liquide noodfondsen voor solvabele landen als Italië en Spanje, en nieuw kapitaal voor banken in de eurozone. Dat zal de storm op de financiële markten doen luwen en de economieën in rustig vaarwater brengen. Eind oktober moet er volgens Merkel en Sarkozy een plan liggen: Europa wacht altijd tot op het laatste moment. Het is alleen te hopen dat het laatste moment niet voor het einde van de maand komt.

Maar een zwarte piet is te delen, net als een prijs aan meerdere winnaars toegekend kan worden. De centrale bankiers komen in aanmerking. Ze verzetten zich tegen elk onderdeel van het plan, tot op het onredelijke. Zo willen ze niks weten van afschrijven op Griekse schuld omdat dat de financiële stabiliteit in het geding brengt. Maar ze willen ook niks weten van noodfinanciering door de centrale bank van Italiaanse of Spaanse obligaties (lender of last resort), hoewel dat de financiële stabiliteit juist borgt, zoals onder meer Paul De Grauwe betoogt. Bovendien, de stresstests door de toezichthouders bij centrale banken zijn exercities die het papier niet waard zijn. Ook Dexia heeft de laatste stresstest glansrijk doorstaan.

De nationalisatie van Dexia en het pleidooi voor nieuw kapitaal bij Europese banken maakt duidelijker dan ooit dat het probleem in de eurozone veel groter is dan een gat in de hand bij (Griekse) politici. De bankiers mogen de zwarte piet delen met de politici en de centrale bankiers. Drie jaar na de val van Lehman Brothers durven banken weer niet aan elkaar te lenen. Die periode van drie jaar is niet gebruikt om nieuw kapitaal aan te trekken, bijvoorbeeld via obligaties die in moeilijke tijden zijn om te zetten in aandelen. Die periode van drie jaar is evenmin gebruikt om een ordelijke afwikkeling te regelen (living will) die laat zien welke schuldeiser op wat kan rekenen. De bankierseed lijkt slechts bedoeld om af te leggen en niet om na te leven. ‘Ik zal mij inspannen om het vertrouwen in het bankwezen te behouden en te bevorderen’, zo luidt die eed. Maar bankiers weten dat ze zich niet hebben ingespannen, en het onderlinge wantrouwen is weer terug.

Het publieke wantrouwen is nooit weggeweest. Bankiers hebben het opnieuw ontdekte klantbelang aangegrepen om als vanouds te klagen dat regulering, van hogere kapitaaleisen tot bankbelasting, kosten opschroeft, winsten aantast en kredietverlening – aan klanten – bemoeilijkt. Verder is er geen agenda voor de bancaire sector om het publieke wantrouwen weg te nemen. Daarvoor is de verdeeldheid te groot. De Rabobank voelt zich ver verheven boven het rapalje van de andere banken, maar is zelf niet verder gekomen dan een onmiddellijk door Mark Rutte afgeschoten plan voor een annuïtaire hypotheek. De agenda voor de sector moet blijkbaar buiten de sector opgesteld worden, zodat een initiatief van Herman Wijffels als Sustainable Finance Lab terecht alle aandacht trekt.

Zijn we deze drie jaar niets opgeschoten? Veel en veel te weinig. Politici moeten opschieten, maar bankiers zijn hardleers.