Prins William ® en prins Harry onthullen een standbeeld van hun moeder op de dag dat ze zestig zou zijn geworden. Londen, 2021 © Dominic Lipinski / AFP / ANP

De meest gehypete memoir aller tijden, Spare (in het Nederlands vertaald als Reserve) van prins Harry, voedt de aandachtseconomie al weken. De vraag is waarom de prins zichzelf met dit boek gevangenhoudt in zijn eigen Truman Show, terwijl hij zegt te verlangen naar rust en privacy.

Is het een poging zijn jeugdtrauma te helen (aldus een Guardian-journalist)? Wil hij de monarchie voorgoed veranderen (The New Yorker)? Is hij een ordinaire geldwolf (de Volkskrant)? De vraag die na lezing van Reserve vooral door je hoofd speelt: weet Harry zélf het antwoord wel?

De memoir, opgetekend door Pulitzerprijs-winnaar J.R. Moehringer, kent een klassieke drie-aktenstructuur. De hoofdrolspeler: een jongen, gebonden aan zijn lot als ‘reserve’, in eigen woorden enkel op aarde voor ‘ontspanning, afleiding, een nier of bloedtransfusie voor de troonopvolger’ – zijn oudere broer. Het begin: de jeugd van de prins, getekend door de dood van zijn moeder en het gebrek aan steun van zijn emotioneel onbereikbare familie. Het middenstuk: een decennium van militaire dienst en paniekaanvallen, overgoten met tequila in een mist van marihuana.

En het slot: de ontmoeting met actrice Meghan Markle, de herhaling van de geschiedenis, zijn geliefde opgejaagd door de pers totdat, plottwist, de prins zijn lot in eigen handen neemt en, tegen alle verwachtingen in, zijn moederland verlaat om zijn verdriet te verwerken en zijn verhaal op te tekenen in een zesdelige Netflix-documentaire, een podcast én een boek. De enige constante: de media.

Alles wil de reserve delen: zíjn woorden, zíjn verhaal; van zijn ontmaagding op een grasveld achter de pub, de geboorte van zijn eerste kind, tot aan de sessies met zijn therapeut. Maar wat de prins precies beoogt te vertéllen, blijft een kleine vijfhonderd pagina’s onduidelijk.

Het boek is een grote tegenstrijdigheid: een opsomming van paradoxale verlangens en grieven. Harry, grootgebracht voor het oog van de camera, kent als geen ander de spelregels van de media. Nog voor hij zijn maagdelijkheid verliest, leert hij het concept ‘spinnen’ kennen. Als de roddelpers het Britse koningshuis informeert over een aanstaand artikel dat Harry als drugsverslaafde omschrijft, vraagt Harry – een tiener nog – zijn vader dat te ontkrachten. Charles besluit op advies van zijn nieuwe pr-man, aangenomen door Camilla, de roddel te omarmen. Het verhaal in de bladen wordt: Charles, de gekwelde weduwnaar die het hoofd moet bieden aan een door drugs beïnvloed kind. Charles verdraait het verhaal zo dat hij er goed vanaf komt. Hij gebruikt de leugens over zijn zoon om zichzelf positief neer te zetten.

Spare is geschreven vanuit precies die media-intuïtie. Ook de prins gebruikt een stijlfiguur: dat van de kwaadaardige stiefmoeder. Het grote verschil, volgens de prins, is dat híj de waarheid spreekt. Ondertussen spreekt hij zichzelf constant tegen. Hij wantrouwt zijn geheugen, meent zich veel niet correct te kunnen herinneren, maar weet nog wel elke krantenkop, elke bijnaam, elke roddel.

Ondanks de vele contradicties heeft de memoir een strakke structuur en een vaak treffende symboliek (van de hand van J.R. Moehringer). De hoofdstukken zijn kort (soms nog geen pagina) en bevatten vrijwel allemaal nieuwswaardige passages. Zoals het beeld van zijn vader, gymnastiekend in de ochtend – gekleed in enkel een onderbroek. Of de vechtpartij met broer ‘Willy’, die eindigt op een bak met hondenbrokken. Van de roddelpers tot kwaliteitskranten als The New York Times; ze nemen het gretig over. Maar wat is het verhaal dat Harry wil vertellen met deze smeuïge details?

Als de prins, met goede vriend Elton John vakantievierend in Zuid-Frankrijk, verneemt dat de zanger zijn memoir als feuilleton in The Daily Mail wil publiceren, kan Harry zijn oren niet geloven: ‘Elton, hoe kun je in vredesnaam…?’

We zijn ménsen, wil Harry maar zeggen. Ondertussen reduceert hij zijn familie tot karikaturen

‘Ik wil dat de mensen het lezen.’

‘Maar, Elton… Precies dezelfde mensen die je het leven zuur hebben gemaakt?’

Om vervolgens zelf een mediaoffensief in te zetten waar Elton een puntje aan kan zuigen, met de ene persoonlijke onthulling na de andere.

Het opmerkelijke is dat Harry wel de media aanvalt, maar niet het publiek – de afnemers van al deze verhalen. En al helemaal niet Netflix, toch het streamingplatform dat als producent van The Crown de continue media-aandacht voor de Windsors blijft aanjagen. Ook zijn eigen hypocrisie lijkt hij niet te zien: ‘Ik stak mijn hand uit om die van mijn vader te pakken, bij wijze van troost’, schrijft Harry over een moment vlak na de dood van zijn moeder. ‘Maar toen vervloekte ik mezelf, omdat die beweging een explosie van geklik in gang zette. Ik had ze precies gegeven wat ze wilden. Emotie. Drama. Pijn. Ze vuurden en ze bleven vuren.’ De ironie, dat de prins de pers en dus het publiek ook vandaag precíes geeft waar ze om vragen (emotie, drama, pijn), kan hem toch niet ontgaan.

Dat Harry de lezer onderschat, blijkt eveneens uit zijn pleidooi tegen de ontmenselijking van zijn familie. Zelfs een gerespecteerd essayist (Hilary Mantel), klaagt hij, vergelijkt de royals in de pers met panda’s: zeldzaam en bijzonder duur om te onderhouden. ‘Als zelfs een gevierde intellectueel ons met dieren vergelijkt, wat kon je dan nog van de man en vrouw op straat verwachten?’ We zijn ménsen, wil hij maar zeggen, van vlees en bloed! Ondertussen reduceert Harry zijn familieleden tot dezelfde karikaturen als de pers: de Koude Kate, de Onhandige Charles, de Grillige Willy. En met prinses Diana op nummer één als de Engel. Zijn moeder dicht hij een haast goddelijke status toe: ‘Mijn moeder was dan misschien een prinses die was genoemd naar een godin, maar beide benamingen leken te zwak te zijn (…).’ Ze was licht, ‘zuiver en stralend licht, en hoe moet je licht nu eigenlijk omschrijven? Zelfs Einstein had daar moeite mee’. Hiermee geeft Harry het publiek precies wat het verlangt. De verering van Diana, het demoniseren van de pers, en het toedekken van het schuldgevoel.

In het derde deel beschrijft de prins hoe hij, bijgestaan door hulpverleners, het traumatische verlies van zijn moeder verwerkt. Liggend op de sofa van een therapeut keren de herinneringen aan zijn moeder terug en kan de prins voor het eerst huilen. De ongecontroleerde woede waardoor hij in zijn puberteit regelmatig in de problemen kwam, laat hij naar eigen zeggen in de behandelkamer achter. De lezer kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de ‘rode waas’, of in ieder geval het onverwerkte verdriet dat daaronder lag, Harry nog altijd lijkt te verblinden. Nog steeds houdt hij vast aan het voor rouw zo kenmerkende magisch denken. Overal ziet hij tekens. De dag dat hij Meghan ontmoette, zou ‘mammie’ vijftig zijn geworden. Als hij besluit de pers en het Verenigd Koninkrijk te ontvluchten, is hij 36. Precies zo oud als toen Diana stierf, merkt hij betekenisvol op.

Wat nu als al die openhartigheid geen doel heeft, maar een doel ís? Boven alles lijkt Harry te willen regeren via de media. Hij lijkt gevallen voor de Amerikaanse mediawet, die voorschrijft dat het delen van persoonlijk leed ‘sterk’ maakt. ‘Ik heb mij nog nooit zo kwetsbaar gevoeld, en tegelijkertijd nog nooit zo krachtig!’ vertelde de prins in een Amerikaanse talkshow. Met zijn memoir wil hij al die mensen die ook gebukt gaan onder verdriet ‘inspireren’ om de ‘filters te laten vallen’, hun pijn te delen en ‘zo hun authentieke zelf te zijn’.

Waarom laat Harry die kwetsbaarheid dan geen enkele keer zíen, vraag je je af als naar de mediagetrainde prins kijkt of Reserve leest. De prins beschrijft zijn gevoel tijdens een confrontatie met zijn vader en broer als volgt: ‘Behalve angst ervoer ik ook een soort extreem bewustzijn, en daarnaast een intense kwetsbaarheid, die ik ook op andere sleutelmomenten in mijn leven had gevoeld. Toen ik achter mammies kist liep. Toen ik voor het eerst deelnam aan een militaire actie. Toen ik een toespraak moest houden tijdens een paniekaanval.’ Zeggen dat je heel kwetsbaar bent, maakt je nog niet kwetsbaar. De enige reden dat deze scène enigszins invoelbaar is, is door de achtergrond van beelden van de jonge Harry achter de kist van zijn moeder. Precies de beelden die Harry zegt te willen bestrijden.

Een welwillende lezer wil Harry toeschreeuwen: Stap uit het publieke domein! Knuffel je kinderen! Neem nog wat therapie! Een cynische lezer zal concluderen dat het Harry tóch allemaal om de aandacht en de miljoenendeals te doen was.

Het beeld van een tv-interview uit 2019 dringt zich op. Meghan Markle, gebukt gaand onder Britse haat, racisme en bedreigingen, kijkt glimlachend in de camera als een presentator haar vraagt: ‘Are you okay?’ Haar blik verschiet. Iedereen ziet de wanhoop. Alles is gezegd, als Meghan antwoordt met een snik: ‘No, I am not okay.’ Murw geslagen door de ijdelheid, de therapietaal en de hypocrisie in Reserve verlangt de lezer terug naar die oprechte emotie in dit televisiefragment. Reserve verveelt en draagt bij aan Harry-vermoeidheid. Wellicht leidt dat, bedoeld of onbedoeld, tot meer rust en privacy voor de prins en zijn gezin.