Menno Hurenkamp

Harry Potter en de krokodillentranen

Wat als Balkenende niet had gerea geerd op het Harry Potter-gedoe? Volgen we de redenering van zijn adviseurs. Er zijn geen geniepiger vallenzetters dan journalisten. Word je voor gek gezet en reageer je niet, dan vinden ze je een slappeling. Word je voor gek gezet en sla je terug, dan gaat de belediging een eigen leven leiden. In deze «dramademocratie» staan relletjes centraal. De media vertellen niet meer waarom een politicus denkt dat zijn plan goed is voor het land, maar verhalen over die man zijn hond en zijn tweede huwelijk met zijn zwartbetaalde huishoudster van wie de zuster een Roemeense transseksueel is met aandelen in Congolese diamantmijnen. Bovendien zijn journalisten vandaag de dag eerder zelf aan het woord dan dat ze politici ondervragen.

Ze weigeren ook enige verantwoording af te leggen voor alle onbedoelde en meestal schadelijke effecten van hun werk. Aldus de analyse uit sociologenland, die politiek en ambtenarij beamen. Geen politicus of ambtenaar zal het hardop zeggen maar het dédain voor de pers in Den Haag is enorm.

Is dat terecht? Neem dat referendum over de Europese grondwet. Er is ruim aandacht besteed aan de inhoud en achtergrond van de volksstemming over de grondwet. Niet alleen door de «serieuze» kranten en programma’s, maar ook gratis dagbladen als Spits en Metro hebben veel mensen aan het woord gelaten over Europa en veel achtergrondverhalen geschreven. De argumenten vóór en tégen stonden centraal – en niet de personen die deze argumenten verdedigden. Alleen wanneer politici zich nadrukkelijk zélf profileerden ging het ook inderdaad over henzelf – Laurens-Jan Brinkhorst en zijn merkwaardige opvattingen over onder andere democratie – of over andere politici – Wouter Bos die Jan Marijnissen een leugenaar noemde. Ook de Harry Potter-klucht is opgezet door de ene politicus, de Belgische minister van buitenlandse zaken De Gucht, en buiten proporties geblazen door de andere politicus, Jan Peter Balken ende.

Veel meer dan tijdens de laatste parlementsverkiezingen zijn kranten en televisie de afgelopen weken op de inhoud van het onderwerp ingegaan. (Politicologisch onderzoek zal dit later bevestigen.) Het verwijt dat de media elk grondig debat onmogelijk maken door álles op de man te spelen en elk feit terug te brengen tot een conflict tussen personen, mist in dit geval doel. Het «gedoe om de poppetjes», zoals de premier het aanhoudende gezanik over zijn kapsel graag noemt, ontstaat uit politieke verlegenheid, niet uit journalistieke geilheid. Als Balkenende wist wat hem te doen stond had De Gucht zijn mond gehouden. De Belg bood Balkenende de kans om zijn premierschap definitief om zeep te helpen, en Balkenende greep die kans.

Wanneer de media het referendum niet hebben laten «mislukken» weet Eerste Kamervoorzitter Yvonne Timmerman-Buck nog wel een schuldige. Ze verwijt «sommige burgers» dat deze zich niet goed hebben geïnformeerd. Omdat Yvonne Timmerman-Buck de burgers niet in zaaltjes heeft gezien, zouden de burgers niet weten waar ze het over hebben. Was het maar zo. Burgers blijken verdomd goed te weten waarom ze stemmen wat ze stemmen. En ze weten ook waarom ze niet in zaaltjes zitten. Omdat ze daar Yvonne Timmerman-Buck tegen het lijf lopen.

De pers heeft netjes verslag gedaan, de burgers hebben netjes gestemd. Zelden moesten de middenpartijen meer bij zichzelf te rade gaan.