Hartekreet

Het vertrouwen in de politiek, de economie en maatschappelijke instituties daalt en daalt. Misschien begrijpelijk. Maar juist nu is het belangrijk om positief te zijn. En vooral de moed niet te verliezen.

De politiek krijgt veelal de schuld als er iets niet goed gaat in dit land. Dat ‘Den Haag’ als de boosdoener wordt gezien, zou ik liever niet beamen, maar tegen deze conclusie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp) uit zijn kwartaalbericht van december vorig jaar loop ik meer en meer aan. Het valt me ook steeds moeilijker tegengas te geven.

Onlangs hoorde ik dat bij een bijeenkomst voor hoger opgeleiden iemand vertelde geen vertrouwen meer te hebben in zijn eigen vvd, want die partij bracht deze regeerperiode toch niks voor elkaar. Werd er tegen deze bewering ingegaan? vroeg ik. Nee, was het antwoord. Dat is vreemd. Want wat je ook vindt van het beleid van deze regering van vvd en pvda, ze heeft veel in gang gezet. Dus noemde ik nog maar eens het rijtje: aow-leeftijd omhoog, hypotheekrenteaftrek aan banden, thuis- en jeugdzorg gedecentraliseerd naar de gemeenten, en ja, ik zou er zelfs de vermindering van de aardgaswinning in Groningen aan toe kunnen voegen.

O, was de verbaasde reactie toen ik dit lijstje kort daarna aan mijn eettafel wederom van stal haalde, al was de kritiek op het kabinet nu uit de mond gekomen van iemand die juist niet erg van de vvd is gecharmeerd. Al die kabinetsmaatregelen, hij had het zich niet gerealiseerd.

Met enige goede wil zou je kunnen zeggen dat deze maatregelen al zo gemeengoed zijn geworden dat mensen ze niet meer op hun netvlies hebben. Maar waarschijnlijker is dat die ingrepen, waar tot in het recente verleden vaak verhit over werd gediscussieerd, al weer vergeten zijn in de maalstroom van andere zaken die de aandacht vragen. Zoals de vluchtelingen, de Europese onmacht om grip te krijgen op de instroom, ‘Keulen’, hard lokaal verzet tegen asielzoekerscentra, om hét onderwerp te benoemen dat volgens het scp het ‘nationaal probleembesef domineert’.

Ook dat onderwerp kwam aan de eettafel ter sprake. Kritiek op de onmacht van de politiek alom. Mijn wedervraag was of ze zich wel eens hadden gerealiseerd hoe het klimaat in Nederland zou zijn als er een eenzijdig rechts of eenzijdig links georiënteerd kabinet had geregeerd. Wat zou dat voor de polarisatie hebben betekend? Zou het niet juist goed kunnen zijn dat uitgerekend nu in Den Haag twee visies, buitengrenzen-dicht-politiek en open-armen-politiek, er proberen uit te komen? Daar was nog niet op die manier over nagedacht.

Het zijn kleine persoonlijke pogingen om de moed niet te verliezen, maar die zijn niet voldoende om het vertrouwen in de politiek wat op te krikken bij de gesprekspartners. Dat vertrouwen, in de politiek, maar ook in de economie en in maatschappelijke instituties, daalt volgens het scp in Nederland trendmatig sinds 2008, het jaar van de kredietcrisis.

Als je politicus wilt zijn, ga er dan voor staan

Ook al zou ik het liever anders zien, dat wantrouwen kan ik niet meer zo vreemd vinden. In gesprekken kun je wel zeggen dat appels met peren worden vergeleken, maar het gaat om het beeld dat mensen hebben van wat er gebeurt in de samenleving en in dat beeld liggen die appels en peren te rotten op dezelfde hoop.

Autofabrikanten sjoemelen met tests voor uitlaatgassen, wetenschappers rommelen met onderzoek en wielrenners met hun fiets, een directeur adviseert over subsidies voor windmolens en wordt er zelf miljonair van, de politietop verdient wel heel veel, en dan niet te vergeten wat er in politiek Den Haag naast het nemen van maatregelen ook gebeurt: de zoveelste aflevering in de soap over de Teevendeal, het lek uit de Commissie-Stiekem dat niet gevonden wordt, een Kamerlid van d66 dat ineens van de radar verdwijnt om in de Verenigde Staten voor het campagneteam van presidentskandidaat Hillary Clinton te gaan werken (of misschien ook niet?), een Kamerlid van de vvd die lobbyïst wordt voor taxibedrijf Uber, en dit zijn dan nog maar twee van de vele parlementariërs die inmiddels tussentijds zijn opgestapt.

In mijn hoofd blijf ik pogingen doen voor elk bovenstaand ‘Haags’ geval een verklaring te bedenken waarin geen sprake is van boze opzet, maar juist oog voor bijvoorbeeld het ontbreken van wettelijke opsporingsbevoegdheid of begrip voor het diep ongelukkig zijn met het Kamerlidmaatschap. Maar dat lukt steeds minder goed.

vvd-minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie had het tijdens een van de inmiddels vele keren dat hij zich in zijn korte ministersloopbaan in de Tweede Kamer moest verantwoorden voor een fout op zijn departement over politieke sensitiviteit. Daar ontbrak het aan bij zijn ambtenaren en daar zou hij wel eens verandering in brengen.

Niemand die vroeg wat hij eronder verstond. Maar het de minister uit de wind houden en verborgen proberen te houden wat er fout gaat, kan ook worden gezien als politiek sensitief. Ook al is het van het verderfelijke soort. Terwijl daarnaast Van der Steur zelf weinig politieke sensitiviteit aan de dag blijkt te leggen door telkens maar weer zijn ambtenaren de schuld te geven als hij in het nauw komt.

Politieke sensitiviteit anno 2016 betekent weten hoe wantrouwend er naar politici wordt gekeken. Dat vraagt van politici dat ze zich extra bewust zijn van hun voorbeeldrol en van de spelregels van de democratie en het staatsrecht. Politicus zijn is geen baantje, maar een klotebaan: hard werken, veel kritiek, en niet vaak voldoening. Maar als je ervoor kiest, ga er dan voor staan. Zeker nu. Er staat te veel op het spel om er lichtzinnig mee om te gaan, namelijk de democratie zelf.