Nederland laat jonge asielzoekers in de steek

‘Harteloos en xenofoob’

Met haar plan om vijfhonderd weeskinderen uit Griekse vluchtelingenkampen niet in Nederland maar in Griekenland te ‘helpen’, wil Ankie Broekers-Knol zowel rechts als links tevredenstellen. Hulporganisaties en medici vragen de staatssecretaris om vijfhonderd kinderen op te nemen. Zesentachtig grote en kleine gemeenten staan inmiddels klaar.

Minderjarige kinderen op de vlucht zonder ouders worden naar andere landen in de EU overgebracht, 18 april, Athene © Dimitris Lampropoulos / NurPhoto / Getty Images

‘Verwerpelijk. Een zogenaamd structureel voorstel waarbij vijfhonderd vluchtelingenkinderen zonder ouders of begeleiders gemiddeld anderhalf jaar of zelfs drie jaar in de wacht worden gezet? In die structureel onoplosbare Griekse ellende? Het zou strafbaar moeten zijn!’ briest Adriaan Kok door de telefoon. Hij is medeoprichter van diverse non-gouvernementele hulporganisaties voor vluchtelingen, waaronder Connect By Music (cbm) op Lesbos. Toen het eigenlijk al niet meer kon reisde hij begin maart nog naar het Griekse eiland waar het wereldberuchte vluchtelingenkamp Moria ligt. Op het nippertje was Kok weer thuis, net voor het Griekse luchtruim volledig op slot ging.

cbm begeleidt op Lesbos samen met Griekse muziekleraren en therapeuten zwaar getraumatiseerde vluchtelingenkinderen, met en zonder familie. Al drieënhalf jaar. Deze laatste keer was Kok echter niet voor cbm op het eiland, maar om met eenmalige steun van de Postcodeloterij de Grieken te helpen om voor de meest kwetsbaren uit Moria elders onderdak te zoeken. Vanwege corona is dat urgenter dan ooit. Als Covid-19 in Moria uitbreekt, is de ramp niet te overzien. Niemand kan in het overbevolkte kamp afstand houden, laat staan handen of wat dan ook wassen. Het gebrek aan sanitaire voorzieningen, medische hulp en gezond voedsel is hallucinant.

Al maanden waarschuwen internationale hulporganisaties voor wat de duizenden depressieve, suïcidale, verzwakte en permanent in slechte conditie verkerende kampbewoners te wachten staat: complete isolering, duizenden en duizenden volwassenen en kinderen gevangen op een postzegel, ingesloten door een cordon van leger en politie, niemand kan er meer in of uit. Er zijn geen zuurstofflessen, er is geen beademingsapparatuur, ziekenhuisopnames zijn uitgesloten. Voor de ogen van de wereld zullen mensen bij bosjes sterven. Omdat bijna iedereen in de openlucht slaapt, is er ondanks zes besmette Griekse eilandbewoners nog geen uitbraak in het kamp. Het is niettemin geen kwestie van óf, maar van wannéér de uitbraak volgt.

Eind april brak de zoveelste brand uit in het al even onleefbare maar minder bekende kamp op Samos. Griekse politie rondom het kamp belette vluchtelingen die uit de vlammenzee renden de doorgang. Honderden toch al uitgeputte en radeloze asielzoekers raakten hun schamele bezittingen kwijt. Nog elke dag circuleren clipjes van Samos-asielzoekers die sindsdien letterlijk boven op ashopen leven en niets meer hebben.

In twee andere kampen op het vasteland, zestig kilometer buiten Athene, is wel corona uitgebroken: in Malakassa, met drieduizend mensen in vijftienhonderd containers, en in Ritsona, waar evenveel mensen vastzitten. De besmettingsuitbraken zijn veroorzaakt door een vrouw uit Kameroen en een vrouw uit Congo, die beiden tijdens hun bevalling in een regionaal ziekenhuis corona opliepen en zonder dat ze het beseften het virus meenamen toen ze met hun baby’tjes terugkeerden naar hun containers.

Hulporganisaties en journalisten is de toegang ontzegd. Kampbewoners brengen met verboden mobieltjes via Messenger af en toe beelden en posts naar buiten. Wat daar sinds de lockdown gebeurt, is met geen pen te beschrijven: de ‘schuldige’ Afrikanen worden door andere kampbewoners bespuugd, met stenen bekogeld en geslagen. Ze worden openlijk en gewelddadig gediscrimineerd, collectief verbannen. Er waren meerdere massale uitbraakpogingen, hard neergeslagen door de politie buiten het kamp. Vanwege corona zijn er Griekse noch buitenlandse ordehandhavers ín het kamp.

De kampbewoners zijn aan hun lot overgelaten. Voedsel wordt in pakketten door hekken aangegeven of eroverheen gegooid. Het is altijd te weinig, vitamineloos, er is nauwelijks babymelkpoeder, geen babyvoeding. Veel jonge moeders zijn te ondervoed en verzwakt om de borst te kunnen geven. Dat is wat we nu weten. Pas als de kampen weer opengaan zal de volle omvang van wat zich daar heeft afgespeeld bekend worden.

De problematiek rond onbegeleide minderjarige vluchtelingen die door hopeloos vastgelopen asielprocedures in de Griekse kampen en daarbuiten wegkwijnen, is delicaat. Hulpverleners en specialisten van War Child, Defence for Children, Vluchtelingenwerk, Artsen zonder Grenzen en Stichting Bootvluchteling weten net als Adriaan Kok dat het verblijf in een kamp, waar dan ook – ‘in de regio’, in Turkije, in Griekenland – voor ieder kind, meer dan voor volwassenen, een verregaande vorm van mishandeling is. Veel kinderen in kampen automutileren zich, vooral in Moria. Ze stagneren in kampen per direct in hun ontwikkeling, een aantal tieners wordt suïcidaal. Soms willen zelfs kleuters dood. Hoe langer het verblijf, hoe groter de beschadiging. Voor veel kinderen zijn de opgelopen achterstand en emotionele schade nooit meer te repareren.

Kok reageert dan ook verbolgen op de brief die Ankie Broekers-Knol, vvd-staatssecretaris van Asiel en Migratie, op 7 mei aan de Kamer stuurde. In het begeleidende persbericht schrijft ze dat Nederland Griekenland drie jaar lang gaat steunen om de opvang en bescherming van alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) dáár te verbeteren. Nederland zal een Grieks voogdijprogramma helpen opzetten en expertise en trainers leveren. Broekers-Knol wil zo snel mogelijk de opvang van de eerste 48 ama’s financieren op het Griekse vasteland. In drie jaar, en met de drieënhalf tot vier miljoen euro die ze ervoor uittrekt, kunnen zo zeker vijfhonderd minderjarigen in Griekenland geholpen worden. Het kabinet, stelt het persbericht, is niet voor ‘de ad hoc herplaatsing’ van ama’s in Nederland. ‘Nederland zet in op structurele verbeteringen in Griekenland van de opvang, het versnellen van asielprocedures en het bevorderen van terugkeer.’

Niet in het persbericht, wel in de brief aan de Kamer, geeft de staatssecretaris ook nog aan dat Nederlandse maatschappelijke en non-gouvernementele organisaties die ervaring hebben met alleenstaande minderjarigen in Griekenland bij het programma worden betrokken. ‘Het Grieks-Nederlandse voogdijprogramma past binnen de EU-brede inspanningen om het Griekse asiel- en opvangstelsel te verbeteren.’

De grote vraag is: welke Nederlandse organisaties bedoelt de staatssecretaris? ‘Wie hier binnen dít kader aan meedoet’, zegt Adriaan Kok, ‘welke Nederlandse organisatie of ngo dan ook, doet bewust mee aan een harteloos en xenofoob systeem. Alle hulp om kinderen uit kampen te krijgen is natuurlijk welkom. Maar niet op deze manier. Dit voorstel mag nooit in de plaats komen van onmiddellijke opvang van vijfhonderd kinderen in Nederland. Dit is een plan voor politici en ngo’s, niet voor kinderen. Het leed van deze mensen, vooral van de kinderen, is te groot.’

Alle Nederlandse vluchtelingenorganisaties die ertoe doen zijn unaniem geschokt. ‘Elke keer wanneer je denkt dat het wat betreft Europa en het vluchtelingendrama niet cynischer kan, gebeurt er weer iets waardoor je moet constateren dat dat dus wel kan’, verzucht Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling. Ceelen is de onbetwiste matriarch van de Nederlandse vluchtelingen-ngo’s. Van niemand onder de indruk, recht voor z’n raap, verpakt in Brabantse elegantie. Met zachte g’s geeft ze haar mening: ‘Wie worden de dupe van dit politieke gekissebis? De kinderen! Terwijl het om hén gaat. Het plan van Broekers-Knol is iets voor de lange termijn. Niet voor nú. Minderjarige asielzoekers zonder familie in helse Griekse kampen lopen dagelijks gevaar, en hebben nú een veilige omgeving nodig. Meer dan vijftig Nederlandse gemeenten hebben gezegd die te willen bieden. Hoe kan het dat de Nederlandse regering dat aanbod negeert? Dat ze allerlei idiote drogredenen aanvoert, als zou het halen van ama’s naar Nederland een ad hoc en dús geen structurele oplossing zijn? Om vervolgens met deze nep-oplossing te komen? Broekers-Knol lost haar eigen probleem op, niet dat van kwetsbare vluchtelingenkinderen, en dat is oneindig beschamend.’

Een aantal tieners in kamp Moria wordt suïcidaal. Soms willen zelfs kleuters dood

Ook voor Rikko Voorberg, medeoprichter van WeGaanZeHalen (wgzh), is het een zoveelste reden om je als Nederlander diep te schamen. wgzh is de Nederlandse burgerbeweging die in 2017 de Nederlandse staat een proefproces aandeed omdat Den Haag slechts 1755 van de in 2015 beloofde 8712 vluchtelingen uit Griekenland had opgenomen. De activistische theoloog is na jaren strijd pessimistischer dan ooit. Hongarije weigert samen met Oostenrijk pertinent het principe van ‘relocatie’. Beide EU-landen verdommen het om ook maar één vluchteling asiel te verlenen. Andere EU-lidstaten verschuilen zich achter hen onder het motto: zolang zij niets doen, doen wij ook niets. Voorberg: ‘Dát is wat Broekers-Knol bedoelt met haar voor normale mensen onbegrijpelijke opmerking dat het naar Nederland halen van ama’s geen structurele oplossing is.’

‘De ChristenUnie en D66 roepen wel hard van alles, maar als er keer op keer geen meerderheid in de Kamer is, kunnen ze niets, en doen ze ook niets’, vervolgt Voorberg. ‘Wat Nederland nu doet is als kijken naar een paar in de gracht verdrinkende kinderen, de armen over elkaar slaan, naar andere omstanders kijken, als niemand anders springt zelf ook niet springen, en dat dan rechtvaardigen door te roepen dat in je eentje springen geen optie is, omdat het “geen structurele oplossing” is.’

De Kamer-brief van Broekers-Knol is het antwoord van de regering op #500kinderen, de campagne van tientallen Nederlandse gemeenten en vooraanstaande burgers om vanwege het acute gevaar van een corona-uitbraak in de Griekse kampen vijfhonderd alleenstaande minderjarige asielzoekers op te nemen in Nederland. Er zijn 5463 officieel geregistreerde ama’s in Griekenland. Inofficieel gaat het om meer dan achtduizend kinderen, want veel niet-geregistreerde minderjarigen zwerven rond buiten de kampen, vaak gedwongen tot prostitutie. Bovendien is het een publiek geheim dat Griekse ambtenaren die net aangekomen asielzoekers op de eilanden moeten registreren zo veel mogelijk minderjarige tieners als achttienjarigen archiveren. Tientallen vluchtelingenjongeren alleen al op Samos zijn op papier geboren op 1 januari in 2002.

In oktober 2019 richtte Michalis Chrisochoidis, Griekenlands nieuwe conservatieve minister van Burgerbescherming die toen over de vluchtelingen ging, een heuse smeekbede aan Brussel. Hij vroeg alle EU-lidstaten de kwetsbaarste kinderen, 2500 van alle ama’s, op te nemen, ter ontlasting van het overbelaste Griekenland.

Tot de coronacrisis de EU bereikte antwoordde niet één lidstaat. Sinds maart hebben inmiddels elf EU-landen schoorvoetend toegezegd samen zestienhonderd kinderen op te zullen nemen. Vanwege corona, dus niet als ‘structurele oplossing’. Het is een ‘eenmalig, uitzonderlijk gebaar’. De eerste 59 kinderen zijn onlangs met maskers op en handschoenen aan afgereisd, 47 naar Duitsland en 12 naar Luxemburg. Foto’s van holle kinderogen boven mondkapjes op vliegtuigtrappen gingen viral. Volgende week reizen vijfhonderd jongeren naar Portugal, tientallen naar Slovenië en 23 naar Zwitserland. Nog steeds is niet één kind welkom in Nederland. De campagne #500kinderen startte begin maart omdat de Nederlandse regering voor geen enkele smeekbede tot opname ontvankelijk bleek, ook niet voor een officieel verzoek van alle Nederlandse dokters en kinderartsen samen.

Iets later werd de Europese campagne #SOSMoria gelanceerd: zevenduizend internationale medici schreeuwden van de daken dat het onmenselijke kamp, opgezet in 2015, per direct gesloten moest worden. In oktober 2019 moesten 22.500 mensen er zien te overleven terwijl er slechts plek is voor 2800. Eén waterkraantje per vijftienhonderd mensen, twintig chemische wc’s per tweeduizend mensen. Kinderen en volwassenen overnachten rondom het officiële kamp in tentjes, onder dunne dekentjes, op geplette kartonnen dozen, soms boven op riviertjes van urine en uitwerpselen. Afval stapelt zich op sommige plekken manshoog op. Ratten en slangen dansen ongestoord op bergen van plastic zakken, opengereten door zwerfhonden en -katten. Tussen dat alles spelen en fietsen kinderen.

De medici pleitten voor evacuatie van alle kampbewoners. Niet alleen naar het Griekse vasteland, maar ook naar andere EU-lidstaten in het kader van relocatie. Relocatie is het principe van ‘eerlijke verdeling van vluchtelingen over heel de EU’. Maar dat idee druist in tegen het Dublin-akkoord, het EU-vluchtelingenverdrag uit 1997 dat landen die ‘eerste aankomstland’ zijn verplicht om vluchtelingen op te nemen en hun asielaanvragen te behandelen. Zo komt het dat vandaag de dag de drie armste EU-lidstaten, Griekenland, Italië en Spanje, tachtig procent van alle vluchtelingen in het Schengen-gebied moeten opvangen. Het is allang duidelijk dat het Dublin-verdrag op de schop moet. Maar omdat Noord- en Oost-Europese landen dat niet zien zitten, waaronder Nederland, gebeurt er niets.

#SOSMoria kreeg ongekend veel publieke bijval, maar zowel de acute sluiting van het kamp als relocatie in andere EU-landen bleef politiek onbespreekbaar. Wel werden onder druk van internationale campagnes en door groeiend coronagevaar een paar duizend asielzoekers uit Moria naar het vasteland overgebracht. Op 3 mei waren er ‘nog maar’ 16.886 mensen in Moria: 6500 binnen de hekken, de rest bivakkeert in de olijfgaarden eromheen, in ‘de jungle’. Ook wordt er voorlichting gegeven, op grote schaal zeep uitgedeeld en zijn er tientallen extra wc’s en waterboxen aangesleept. Kampbewoners maken zelf mondkapjes. Meer dan ooit zijn alleenstaande jongeren in het kamp een makkelijke prooi voor geweld, seksueel misbruik, prostitutie en drugs.

Kindvluchtelingen zonder ouders onderweg naar opvangland Duitsland, 18 april, Athene © Orestis Panagiotou / EPA / ANP

Op donderdag 23 april kwam #500kinderen met een peperdure paginagrote advertentie in de NRC. Het was een dringende oproep aan het kabinet om vijfhonderd kinderen uit Griekenland toe te laten. Op dat moment waren 43 Nederlandse gemeenten – inmiddels zijn het er meer dan tachtig – bereid de vijfhonderd ama’s op te nemen. De oproep werd mede-ondertekend door plaatselijke voogdij-instellingen. #500kinderen is een initiatief van Stichting Vluchteling, VluchtelingenWerk Nederland en Defence for Children. De oproep wordt net als #SOSMoria gesteund door talloze hulporganisaties, waaronder Stichting Bootvluchteling, Pax, Oxfam Novib en SOS Kinderdorpen, door diverse kerken en kerkgemeenschappen en door vele prominenten, onder wie oud-politici van de huidige onvermurwbare coalitiepartijen.

Op woensdagavond 22 april, toen het persbericht over de paginagrote oproep de deur uitging, waren de verwachtingen groot. Alle betrokkenen hadden het gevoel dat de tot dan hermetisch gesloten deur naar de onbarmhartige regering-Rutte op een kiertje stond, mede gezien het feit dat elf andere EU-lidstaten zich hadden gemeld om kinderen op te nemen. En ook omdat Nederland dankzij minister Wopke Hoekstra net de volle laag over zich heen had gekregen vanwege zijn botte weigering om arme door corona getroffen EU-landen met eurobonds te helpen. Nederland kon toch niet wéér de egoïstische risee van Europa worden?

De volgende ochtend, lang voor de publicatie in de middagkrant, was het persbericht door de landelijke media opgepikt. Het Jeugdjournaal zou er ’s middags om drie uur al aandacht aan besteden. De euforie nam toe. Alles verliep volgens plan. En toen, rond het middaguur, verscheen er een bericht op de site van Nieuwsuur: ‘Kabinet laat vluchtelingenkinderen op Griekse vasteland opvangen’. Direct gevolgd door het nieuws dat Broekers-Knol daarbij de hulp wilde inschakelen van Movement on the Ground (motg). In de gelederen van #500kinderen en #SOSMoria ging het alarm af. Hoe kón de regering de oproep voor opvang van kinderen in Nederland zo makkelijk negeren? En hoe kón motg zich zó voor het karretje van Broekers-Knol laten spannen. Was dit met motg afgestemd? Er werd druk over en weer gebeld.

Linda-online juichte: ‘Stichting Johnny de Mol en Nederlands kabinet slaan handen ineen’

Movement on the Ground is een populaire en succesvolle Nederlandse ngo op Lesbos, mede opgericht door Johnny de Mol, dagelijks gerund door zijn vriend Adil Izemrane, de partner van Steffi de Pous, oprichtster van Because We Carry (bwc). motg en bwc doen indrukwekkend werk met vrijwilligers in het Kara Tepe-kamp, twee kilometer verwijderd van Moria, waar nooit meer dan twaalfhonderd mensen met kinderen in relatief prettige containers op stenen fundamenten vertoeven. Kara Tepe valt buiten het Griekse en EU-opvangsysteem. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester van Mytilini, met medewerking van het unhcr. Vergeleken met Moria is Kara Tepe een soort paradijs, mede dankzij de filosofie van motg en bwc: mensen hoeven niet de dagelijkse vernedering te ondergaan om uren in de rij te wachten voor voedselpakketten. Eten wordt uitgedeeld, families kunnen zelf koken, er zijn allerlei activiteiten en de kampbewoners worden betrokken bij bouwprojecten en onderhoud, zodat ze een beetje ‘trots’ kunnen zijn op hun eigen kamp.

Sinds een paar jaar runt motg ook een deel van ‘de jungle’ rondom kamp Moria: The Olive Grove, waarvoor het van Griekse grondeigenaren terrein heeft gehuurd. Dat is nogal belangrijk, want eilandbewoners werden steeds bozer over de duizenden vluchtelingen die tussen de olijfbomen neerstreken en elke agrarische activiteit onmogelijk maakten, terwijl daar geen enkele vergoeding tegenover stond.

Movement on the Ground heeft met Johnny de Mol een gigantisch pr-voordeel. Hij noemt zich ‘humanitair entrepreneur’ en motg wordt nu eenmaal gezien als ‘zíjn’ ngo. Dat helpt enorm. Maar als er crisis is, geeft hij geen sjoege. Nadat Ankie Broekers-Knol had aangekondigd dat ze een beroep deed op motg, was alleen Adil Izemrane bereikbaar. Op de site stroomden de berichten van bezorgde sympathisanten binnen. Vooral onder specialisten namen de zorgen toe. motg heeft dan wel bewezen op humane wijze een kamp te kunnen runnen, maar het heeft geen enkele wezenlijke ervaring met de uiterst complexe problematiek rond ama’s. En steeds meer klonk het overal: hoe kon motg dit als alternatief voor #500kinderen accepteren en op deze manier met Broekers-Knol in zee gaan? De urgente oproep voor ad hoc opname van vijfhonderd kinderen werd er, ondanks de bereidheid van tientallen gemeenten om mee te werken, vakkundig door getorpedeerd.

Het hielp ook niet dat Movement on the Ground niets had ondertekend, niet de actie #500kinderen en ook niet #SOSMoria. Want De Mols ngo heeft als basisprincipe dat ze nooit iets politieks zegt of doet en dergelijke acties steunen is volgens motg een politieke daad. Niemand die hem belde kon Adil Izemrane ervan overtuigen dat juist dát een ultieme politieke daad was: op het historische moment waarop alle ngo’s hun geschillen en onderlinge competitie opzij schuiven en een gezamenlijk beroep doen op de regering, je daar níet bij aansluiten.

De ontwikkelingen waren niet meer bij te houden. Diezelfde avond hadden het Algemeen Dagblad en rtlhet Johnny de Mol-verhaal overgenomen, niemand sprak meer over de NRC-pagina van #500kinderen. Steven van de Vijver, oud AzG-arts en mede-initiatiefnemer van #SOSMoria, sprak ’s avonds op de radio zijn onvrede uit, en daarna over de telefoon tegen mij: ‘Dit is een schijnheilige schijnoplossing. Opvang in Griekenland van ama’s is tot nu mislukt. Waarom denk je dat Athene gevraagd heeft om 2500 van de meer dan vijfduizend alleenstaande vluchtelingetjes uit Griekenland weg te halen? Morgen maakt Broekers-Knol een mooie beurt in de kabinetsraad, dan is zij ervan af, maar die kinderen dus niet.’ Ook hij is verbaasd over de rol van motg en hoopt dat de ngo alsnog van koers zal veranderen.

Astrid Castelein, hoofd unhcrop Lesbos voor Moria en Kara Tepe, is al net zo verbaasd. Ze kent Movement on the Ground als een gewaardeerde partner die goed werk doet in de kampen op Lesbos, ‘maar ze hebben geen speciale ervaring met alleenstaande minderjarige asielzoekers, dat is veel meer iets voor Save the Children, Defence for Children, Unicef en War Child. De positie van unhcr blijft ook dat relocatie moet voortgaan om Griekenland te steunen en solidariteit te betonen tussen EU-lidstaten.’

Paul Staal, oud-directeur van Press Now, een éminence grise die al zijn hele leven bezig is met mensenrechten en democratie, weet alles van hulporganisaties en heeft op Lesbos als vrijwilliger voor motg gewerkt. Hij rekent motg wat betreft werk op locatie tot een van de betere, maar vindt hen politiek abominabel. Hij meent dat het plan van staatssecretaris Broekers-Knol grote schade aanricht aan de Europese solidariteit en dat het ook de reputatie van motg schaadt als deze het voorstel accepteert.

‘Ik had een paar goede gesprekken met Adil’, zegt hij, ‘waarin hij helaas wel vasthield aan enkele onhoudbare argumenten. De slechte bedoelingen van Knol doorziet hij absoluut niet – dat Knol motg als vijgenblad gebruikt voor haar schaambeleid en dat dat uiteindelijk zijn eigen club onderuit zal halen. Het duurt jaren om een goede naam op te bouwen en een seconde om die te verliezen. Veel mensen zoals ik proberen motg te helpen, maar ik ben bang dat het kwaad al is geschied.’

De volgende ochtend, vrijdag 24 april, terwijl Ankie Broekers-Knol deelnam aan het kabinetsberaad, besteedde Spraakmakers op NPO Radio 1 een heel uur aan het plan van de staatssecretaris. Voormalig CU-minister André Rouvoet zat in de studio en alle mogelijke sprekers kwamen voorbij: oud-burgemeester en -pvda-bewindsman Job Cohen, SP-Kamerlid Jasper van Dijk, Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling, zelfs oud-vvd-coryfee Neelie Kroes. In koor riepen ze dat kinderen op kosten van Nederland opvangen op het Griekse vasteland prima was, maar dat daarnaast kinderen óók naar Nederland moesten komen. Om Griekenland te ontlasten, solidariteit te tonen, het een mocht het ander niet vervangen. Even later verscheen een juichend bericht van Linda-online, met een grote foto: ‘Stichting Johnny de Mol en Nederlands kabinet slaan handen ineen’.

Toen pas reageerde de ngo eindelijk zelf, met een nogal nietszeggend communiqué op Facebook, waarin ze stelde dat Movement on the Ground al langere tijd gesprekken voerde met private partijen, ngo’s en de overheid over verbetering van de opvang van ama’s ín Griekenland. Een ‘eventueel voorstel’ voor het realiseren van opvanghuizen voor ama’s op het vasteland zagen ze ‘met belangstelling tegemoet’.

Al jaren ken ik Adil Izemrane en Steffi de Pous, ik was vele malen in Kara Tepe en Moria bij hen op werkbezoek. Ik beschouw ze als vrienden, ook al zie ik ze weinig. Over het principe ‘we doen niet aan politiek’ hebben Adil en ik al jaren een heftige discussie. Zoals Linda Polman in haar boek De crisiskaravaan schrijft over ngo’s in de wereld van de dirty vluchtelingenbusiness: ‘Humanitaire crises zijn bijna altijd politieke crises, of crises die alleen politiek opgelost kunnen worden. Als donoren, legers en milities politiek bedrijven met humanitaire hulp, dan kunnen ngo’s het zich niet veroorloven om apolitiek te zijn.’ De passage is niet alleen van toepassing op ngo’s die hulp leveren, ze geldt ook voor de casus-Broekers-Knol. Zij gebruikt een naïeve ngo – zoals Paul Staal zegt: ‘Excellent op locatie, geen flauw benul ván en ook geen interesse ín politiek’ – voor haar eigen politieke belang: vooral géén kinderen opvangen in Nederland. Om extreem-rechts geraffineerd de wind uit de zeilen te nemen en toch mooie sier te maken, omdat je kunt zeggen: we doen niet niks, we doen wel wát, met geld en veilig op afstand. Daarmee houd je dan al even geraffineerd potentieel opstandige partijen als CU en D66 binnen de boot.

Ik bel Adil. Ja, hij heeft het boek van Polman ook gelezen. Toch blijft hij van mening dat Movement on the Ground wel apolitiek kan zijn. Hij ziet niet in wat het probleem is. motg is sinds die zwarte donderdag nog steeds niet benaderd door de staatssecretaris zelf, niets is nog zeker, er is nog geen enkele concrete afspraak. Natuurlijk is hij verdrietig en geschokt door zoveel heftige reacties. Hij begrijpt het oprecht niet. Ook niet wanneer er zo’n knalbericht met een giga foto van Johnny de Mol in de Linda opdoemt? ‘Daar hadden we niets mee te maken’, zegt hij. ‘Natuurlijk niet. Misschien zat er een beginnende stagiaire, die ziet zoiets op het anp voorbijkomen en plaatst dat dan. Daar kunnen wij niets aan doen.’

Tijdens het weekend fileren alle nationale dagbladcolumnisten het poldercompromis van Broekers-Knol. Daarna wordt het oorverdovend stil. Tot de Kamer-brief, die weliswaar een tweede schok veroorzaakt, maar kleiner, minder luidruchtig, media pikken het niet meer op. In sommige partijcoulissen is er nog wat reuring. cda-wethouder van Bloemendaal Susanne de Roy van Zuidewijn wil dat haar gemeente ook kinderen uit Griekenland opneemt en schrijft een open brief aan het cda-bestuur. De wethouder, moeder van vijf, zegt bevlogen door de telefoon: ‘Als we dit bespreken aan tafel, begrijpen mijn eigen pubers niet hoe de regering die kinderen kan weigeren. Ik kan het hun niet uitleggen. Kijk, Bloemendaal is een rijke gemeente binnen Nederland. Wat wij binnen Nederland zijn, is Nederland binnen de EU. Welvarende landen en welvarende gemeenten moeten verantwoordelijkheid nemen, dat is onze morele en christelijke plicht.’ Volgens haar is er nog hoop op een andere uitkomst, ze gaat door met de strijd. Zo ging het toch ook ooit met het kinderpardon?

Misschien krijgt ze gelijk. Nog geen week later is het cda voorpaginanieuws: meer dan veertig afdelingen doen een dringend beroep op de landelijke fractievoorzitter om per direct het regeringsstandpunt te wijzigen en zo spoedig mogelijk vijfhonderd alleenstaande minderjarige asielzoekers uit Griekenland op te nemen. Klaas Valkering, wethouder van Bergen, is de woordvoerder van de dissidente cda-afdelingen. Hij wil geen seconde meer verliezen, zelfs een stevige discussie met de vvd vindt hij van latere zorg: ‘Gemeenten zijn er klaar voor. Ik denk niet dat je nu moet kwartetten met vijfhonderd weeskinderen.’