Hartstikke leuk

Arie Storm
De bruid en de kogel
Mouria, 190 blz., € 16,50

In zijn functie van criticus draagt Arie Storm een tamelijk absolutistische literatuuropvatting uit, mits hij niet over het werk van persoonlijke bekenden schrijft. Ik vind hem niet de beste literatuurcriticus van Nederland, maar naar zijn recensies ben ik – samen met die van Max Pam – wel altijd het meest nieuwsgierig. Ze delen het venijn, de helderheid en het absolute oordeel, zij het dat Storm redeneert vanuit een ideologie en Pam vanuit zijn boerenlezersverstand. In De X-files van de literatuur (2005) zette Storm uiteen waar het volgens hem in literatuur om draait. Romans zouden volgens hem verkenningen in het nieuwe en het onbekende, het gewenste of het gevreesde, moeten zijn. Hiermee wilde hij geloof ik niet zeggen dat je als schrijver verre continenten moet gaan ontdekken of je in enige vuurlinie moet begeven – bij de gedachte aan Cees Nooteboom wordt de verteller in zijn nieuwe roman acuut depressief – maar dat…

Inmiddels ben ik alweer enige tijd aan het bladeren en lezen in De X-files om hier even bondig neer te kunnen zetten welke magische verbinding stijl, plot en verteltechniek dan volgens Storm aan zouden moeten gaan in een roman, maar dat valt nog niet mee. Er is wel veel helderheid, maar ook veel complexiteit. De poëtica van Storm culmineert op de laatste bladzijden in de stelling dat een roman je binnenvoert in een geheimzinnige tijd en ruimte die alleen zijn aan te treffen in die roman. Personages zitten als het ware daarbinnen gevangen. Storm benadrukt hier met andere woorden de kunstmatigheid van het schrijven, en de romans die hij de afgelopen jaren met stugge regelmaat afscheidt zijn ook stuk voor stuk vieringen van het artificiële.

Medium ariestorm 1

Dit klinkt afschrikwekkender dan het in de praktijk uitpakt, want zijn boeken zijn – ik ga nu vloeken in de kerk – hartstikke leuk om te lezen. Storms stijl is onmiddellijk herkenbaar, quasi-praterig en tegelijkertijd uiterst bestudeerd, en ook de benauwde wereld die hij neerzet – schrijver in gevecht met zijn schrijverschap – kan er maar van één zijn, al was het maar omdat de verteller Arie Storm heet. Tegelijkertijd lijken de romans niet op elkaar. Vergeleken met De bruid en de kogel is De ongeborene een vrolijk, pesterig werkje, Afgunst komisch maar ook onheilspellend en Gevoel dramatisch. Het knappe van de laatste roman was vooral dat Storm in al zijn antigevoeligheid bij de lezer, bij mij tenminste, medegevoel opriep: o God, zijn vader is dood, en nu moet er afscheid worden genomen. Ook dát bleek ‘slechts’ romanwerkelijkheid.

In De bruid en de kogel wordt een surrealistisch element toegevoegd in de vorm van een pistool. Het personage Arie Storm laveert als vanouds tobbend tussen stilstand en beweging, zwijgen en spreken, maar er is wel dat pistool. Waar komt het vandaan en wat ermee te doen? Daarnaast is er de terugblik naar de trouwdag van zijn oudste zus, tien jaar eerder, die zichzelf met een pistool op het strand om het leven bracht. De roman is zelfs opgedragen aan deze zus, mét geboorte- en sterfjaar. Of die zus nu wel of niet bestaat, en ik denk nu maar van niet, de scène waarin Storm beschrijft hoe Storm met zijn dochter bij een meisjeskamer naar binnen gluurt, een kamer waarin hij zijn zus ziet opdoemen, waar hij naar binnen wordt genood en het liefst zou blijven, is sterk. En mysterieus. Net zo mysterieus als de plons waarmee het pistool uiteindelijk in het diepe verdwijnt. Een plons in de binnentuinen van Amsterdam-Zuid? ‘Er is geen ruimte meer voor het verborgene of het verzonkene’, overdenkt Storm. Een mooie constatering na zo’n tweehonderd bladzijden waarin zijn naamgenoot een geheimzinnig patroon heeft geweven van het zichtbare en het onzichtbare.