Hartstocht

Het kabinet maakt een matte indruk. En hoewel het makkelijker praten is over de privélevens van politici moet het gaan over politiek inhoudelijke vraagstukken.

Door de aandacht in de Tweede Kamer en de media voor de uitlatingen van minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, de verhouding van vvd-Kamerlid Han ten Broeke met een veel jongere medewerkster en de beschuldigingen van zijn voormalige vriendin aan het adres van d66-leider Alexander Pechtold zou je bijna vergeten dat komende week het kabinet-Rutte III zijn eerste begroting indient. Zegt dat iets over de politiek en de media?

Al de hele zomer was er rumoer rondom de opmerkingen van vvd’er Stef Blok over de integratie van mensen met een andere huidskleur of een ander geloof in een samenleving en de mogelijk genetisch bepaalde onmogelijkheid daartoe. Bloks opmerkingen zouden prikkelend zijn bedoeld, verdedigde de minister zich kort na zijn uitspraken. Dat je als minister een gezelschap van Nederlanders die voor internationale organisaties werken eens wakker wil schudden, daar is op zich niks mis mee. De manier waarop was op z’n zachtst gezegd contraproductief. Mocht de minister inderdaad vinden dat zijn toenmalige gehoor in een eigen bubbel leeft waar signalen over hoe ingewikkeld integratie in de praktijk kan zijn onvoldoende doordringen, dan heeft hij die luchtbel niet weten door te prikken. Integendeel zelfs.

Het was Blok zelf die zwaar onder vuur kwam te liggen. Het politieke debat in de Tweede Kamer met de minister werd zelfs geen rituele, politieke sorrydans waarna de Kamer uiteindelijk genoegen neemt met excuses zoals: ‘Ik had dat niet zo moeten zeggen, ik heb de verkeerde woorden gekozen.’ Een deel van de Kamer wilde meer. Die wilde horen dat de minister ook echt, hand op het hart, niet denkt wat hij had gezegd. Maar juist dat kreeg Blok niet ruimhartig over zijn lippen. Je zag hem als het ware denken: stel dat wetenschappelijk ooit zal blijken dat de menselijke genen en de integratie tussen stammen, rassen en verschillende geloofsgemeenschappen wel met elkaar te maken hebben?

Bijna de voltallige oppositie wilde dat de minister opstapte. De coalitie en de sgp bleven achter hem staan. Achter beide opstellingen kan politiek opportunisme schuilgaan: bij de oppositie het beschadigen van alweer de vvd, bij de coalitie het niet weer een vvd-minister zien vertrekken. Maar achter beide opstellingen kan ook een idee schuilgaan over de vraag of bij een politiek bestuurder dat wat hij denkt precies moet samenvallen met het beleid. Is het antwoord daarop ja, dan moet Blok weg. Als de eigen mening en beleid wel van elkaar kunnen verschillen, mag deze vvd-minister blijven.

In een land met een traditie van kabinetten bestaande uit meerdere partijen met verschillende achtergronden en overtuigingen is deze vraag een inhoudelijke discussie waard. Want een fundamenteel ja tegen de eis dat eigen mening en beleid moeten samenvallen, maakt coalitievorming moeilijk. Een fundamenteel nee is ook niet zonder zorgen: dat zet de deur open naar samenwerking met politici met abjecte ideeën.

Dinsdag kan het kabinet laten zien of het verwijt een futloze indruk te maken terecht is of niet

Maar die fundamentele discussie komt er niet in het parlement zelf. Zoals het ook niet kwam tot een inhoudelijke discussie met Blok over hoe hij zijn zorgen over integratie, waar ook ter wereld, denkt uit te werken in het buitenlandbeleid van dit kabinet. Waarom had hij willen prikkelen, wat had hij daarmee willen bereiken, vindt hij de medewerkers bij internationale organisaties te veel op elkaar lijken in hun denken? Dat zou ik wel eens willen weten.

Blok mocht dus blijven, maar wie wel vertrok was het vvd-Kamerlid Han ten Broeke, omdat hij vijf jaar geleden een affaire heeft gehad met een medewerkster van de fractie, een jongere vrouw. Zij beiden hebben daarover destijds laten vastleggen dat ze het erover eens zijn dat ze over de aard van die relatie van mening verschillen. Maar toen het via de media twee weken geleden alsnog naar buiten kwam, zag Ten Broeke zich door zijn huidige fractieleider Klaas Dijkhoff alsnog gedwongen op te stappen. Het was trial by media en zowel politiek als media moeten zich de vraag stellen of dit een goede zaak is.

Ook d66-fractieleider Alexander Pechtold werd slachtoffer van verhalen in de media over zijn privéleven. Een voormalige vriendin van hem deed haar boekje open over hun relatie. Fraai was het niet. Maar vooral niet fraai van haar. Onder de opvatting dat het persoonlijke politiek is, heb ik in ieder geval nooit verstaan dat je in een roddelblad jouw gekleurde boekje open doet over een bekende Nederlander nadat je relatie met hem of haar is beëindigd.

Ik ben in de journalistiek opgevoed met de norm dat het privéleven van een politicus er niet toe doet, tenzij een politicus privé totaal anders handelt dan hij altijd heeft verkondigd, dan wel dat zijn privéleven zijn functioneren als politicus in de weg zit. Maar dat ook ik nu aan beide affaires refereer, is omdat een parlementlid opstapte en een fractievoorzitter overal over de tong gaat en dit tot onrust leidt in zijn partij. Het roept vragen op over het gedrag van de media. Alsook de vraag of het glazen huis van de politiek op deze manier niet onleefbaar wordt voor zijn bewoners. Is er een grens te vinden tussen het persoonlijke en het politieke? Want wat dreigt is dat het persoonlijke de politiek op deze manier in de weg gaat zitten. Wie heeft het dan nog over de inhoud, over beleid dat ons allen raakt, over de verschillen van mening daarover, over wat democratie ten diepste is? Te meer omdat het zo veel makkelijker praten is – thuis, in de bladen en de kranten, op televisie – over de privélevens van politici dan over politiek inhoudelijke vraagstukken.

Want we moeten het eigenlijk hebben over de vraagstukken die op tafel liggen bij de nieuwe begroting die op 18 september wordt gepresenteerd, de eerste begroting van dit vierpartijenkabinet dat na een lange formatie pas aantrad na de derde dinsdag van september 2017. Daardoor was de begroting voor het huidige jaar nog van de hand van het demissionaire kabinet-Rutte II.

Een van die vraagstukken is de staat van de publieke sector. Begin oktober gaat er gestaakt worden, door docenten en onderwijzers, door medewerkers in de zorg, door de politie. ‘Deze sectoren hebben ondersteuning en waardering nodig en ruimte voor de vakmensen die er in werken… Je genezen, dat doen artsen, voor je zorgen, dat doen verpleegkundigen en mensen in je omgeving. Agenten waken over de straten. En het is die ene docent die mensen zich een leven lang herinneren, niet een beleidsnota uit Den Haag.’ Afgelopen zondag beëindigde GroenLinks-leider Jesse Klaver zijn kantinetour met een optreden in Afas Live in Amsterdam. ‘Wij staan op tegen de crisis in de publieke sector’, stak hij de toekomstige stakers een hart onder de riem.

De mensen willen meer terugzien voor hun begrip dan dit kabinet te bieden heeft

Hoewel Klaver met die tour doet alsof GroenLinks de publieke sector als probleemgebied heeft ontdekt, is bovenstaande passage over artsen, verpleegkundigen en agenten niet van hem. Die passage staat letterlijk in het regeerakkoord dat vvd, cda, d66 en ChristenUnie vorig jaar samen sloten. Het kabinet weet dus zelf ook dat er iets loos is in de zorg, het onderwijs en bij de politie. Het kabinet trekt daar ook extra geld voor uit.

Maar de coalitie heeft onvoldoende de dynamiek onderkend die is ontstaan door de groei van de economie. Mede daardoor groeit het verzet tegen de achterblijvende loonsverhogingen in de publieke sector. Zoals ook de werkdruk in die publieke sector toeneemt, omdat het aantrekkelijker is elders een baan te hebben en die baan elders nu ook te krijgen is. Zoals ook de huizenprijzen in met name het westen van het land stijgen waardoor je daar met een publieke-sector-salaris geen huis meer kunt huren of kopen. Deze gevolgen van de economische groei dragen samen bij aan de publieke verontwaardiging over de miljarden euro’s die naar de afschaffing van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders gaan.

De tijd is voorbij dat het kabinet, zoals de vorige regering, begrip kan vragen voor ingrijpende maatregelen met het argument dat de economische crisis daartoe noopt. De banken redden? Toen was het nog, vooruit dan, omdat ze anders om zouden vallen en wij daar zelf ook niet bij gebaat zouden zijn. De pensioenleeftijd verhogen? Oké, want we zien ook wel in dat dit eigenlijk veel eerder had moeten gebeuren en ons eigen pensioen op de tocht komt te staan. Even geen loonsverhogingen? Begrijpelijk, want aan een hoge staatsschuld hebben we in de toekomst ook niks. Maar de crisis is voorbij, een bank als ing misdraagt zich, de pensioenleeftijd gaat voor sommigen nu wel heel snel omhoog, en de lonen blijven inmiddels wel erg ver achter. De mensen willen meer terugzien voor hun begrip voor de overheid tijdens de crisisjaren dan dit kabinet te bieden heeft.

En dat is niet het enige dat dit kabinet parten speelt. Rutte III oogt futloos. Vergeleken bij de vorige ploeg, gesmeed door Rutte en pvda-leider Diederik Samsom, lijkt nu Sturm und Drang te ontbreken. Alsof dit kabinet een moetje is, en niet gewenst. Was er maar een drammer als Samsom bij de huidige coalitiepartijen, al zal niet elke pvda’er daar zo over denken, omdat hij zijn partijgenoten regelmatig voor het blok zette. En niet alleen de economische noodzaak om gezamenlijk op te trekken ontbreekt, er is ook geen zelf opgelegd hoger doel, zoals bij Rutte II het uitzitten van de kabinetsperiode. Wat ook lijkt te ontbreken is een vertrouwensbasis zoals de twee partijleiders Rutte en Samsom die legden onder de vorige ploeg. Als met het persoonlijke is politiek wordt bedoeld dat het persoonlijk goed met elkaar kunnen opschieten politiek samenwerken makkelijker maakt, was Rutte II daar mede het bewijs van.

Dat het huidige kabinet een matte indruk maakt, komt ook doordat een aantal beeldbepalende gezichten van deze coalitie al lange tijd mee gaat in Den Haag. De belangrijkste onder hen is minister-president Rutte zelf. Hij werd in 2002 staatssecretaris van Sociale Zaken en is dus al zestien jaar actief op het Binnenhof. De kans dat de kiezer op hem uitgekeken raakt, is daardoor groot. Maar het is niet denkbeeldig dat Rutte zelf zijn alertheid voor het Haagse verliest. Geruchten over zijn wens te kunnen overstappen naar Brussel zijn rond het Binnenhof niet van de lucht.

Ook Alexander Pechtold is inmiddels een oudgediende in Den Haag, waar hij in 2005 minister van Bestuurlijke Vernieuwing werd. De d66-leider lijkt veel minder lol in zijn werk te hebben dan in zijn beginjaren in de binnenlandse politiek. Dat is mogelijk versterkt door de perikelen rondom zijn privéleven en de berichtgeving daarover in de media, maar de dertien jaar in de landelijke politiek beginnen te tellen. Over hem werd dan ook al voordat zijn voormalige vriendin in Privé haar gemoed luchtte gezegd dat dit wel zijn laatste termijn zal zijn.

Maar het kabinet moet voort. Met dinsdag zijn eerste begroting, voor 2019. Dan kan het kabinet laten zien of het verwijt een futloze indruk te maken terecht is of niet. Misschien dat de kiezers dan zullen merken dat achter de vele affaires toch een kabinetsploeg en regeringsfracties schuilgaan met hartstocht, politieke hartstocht dan wel te verstaan.