Dina Rabinovitch 9 juni 1962 

Hartstochtelijke moeder met Tony Soprano-bobbel

O nee. Ik had in een leeg moment de website van The Guardian aangeklikt en daar stond het bericht ineens: Dina Rabinovitch, 45, Dies. De tranen sprongen in mijn ogen. Hoe kon dat nou? Vorige week had ik op dezelfde site nog een artikel van haar gelezen. Geen stukje, maar een echt stuk. Daarin had ze wel geschreven dat ze bij de dag leefde, maar hé: geldt dat niet voor ons allen? Ze schreef verder dat ze was gevraagd om voor de bbc-radio in debat te gaan met de oprichter van Fathers4Justice, de actiegroep van gescheiden vaders die hun kinderen niet mogen zien. Ze wist meteen wat ze zou willen zeggen – dat vertelt ze in het stuk en aan de redacteur van het programma – maar helaas, moest ze er meteen aan toevoegen, haar gezondheid stond haar een dergelijk optreden niet toe. Maar dat dat betekende dat ze stervende was, had ik niet begrepen.

Dina Rabinovitch, ik heb haar niet gekend, geen idee hoe ze eruit zag, maar ik las haar graag en haar dood raakte me. Ik wist dat ze borstkanker had, want daar ging haar _Guardian-_column over. Ik wist dat ze een groot gezin had. Dat ze journaliste was, net als ik, gevoel voor humor had, uitgesproken was. Iemand met oog voor gendervraagstukken én voor mode. Ze leek me aardig. En nu was ze dood.

Pas toen Rabinovitch er niet meer was, ging ik me in haar verdiepen – al was het alleen maar omdat ik de triestheid die ik voelde met niemand kon delen. Wie was ze? Tot mijn verbazing bleek ze orthodox joods te zijn geweest; iemand die een kosjere keuken voerde, maar niet haar hoofd bedekte (totdat ze als gevolg van de behandelingen die ze onderging kaal werd en het echt moest). Ze was de dochter van een talmoedgeleerde. Ze studeerde aan de London School of Economics en kreeg een prijs in een talentenjacht van Vogue, die ze samen met haar diep gelovige vader ging ophalen. Haar journalistieke carrière vervolgde ze bij de destijds net opgerichte The Independent, later stapte ze als freelancer over naar The Guardian, waar ze vooral interviews deed en over kinderboeken schreef.

Ze trouwde, kreeg drie dochters. Haar scheiding eind jaren negentig was bloedig en inspireerde haar tot gepassioneerde stukken over het onvermogen van rechtbanken om op te komen voor de rechten van kinderen bij de scheiding van hun ouders. Kinderen waren als dat gebeurde gebaat bij een universele regel: ze moesten vanwege de onverbreekbare band tussen moeder en kind altijd aan de moeder worden toegewezen.

Onmiddellijk nadat haar scheiding was uitgesproken, trouwde ze in 1999 met Anthony Julius, een bekende Engelse advocaat, die zowel Diana, Princess of Wales als Heather Mills McCartney tijdens hun scheidingen bijstond. Julius had vier kinderen uit zijn eerste huwelijk, samen met Rabinovitch kreeg hij in 2001 zoon Elon. Tijdens die zwangerschap voelde Rabinovitch al een bobbeltje in haar borst, maar pas toen Elon bijna drie was, ging ze ermee naar de dokter. En toen was het waarschijnlijk al te laat.

Ze was van plan geweest om fictie te gaan schrijven als Elon naar school ging en ze de handen wat meer vrij zou hebben. In plaats daarvan kon ze zich in 2004 gaan wijden aan de behandeling van de ‘Tony Soprano van bobbels’ in haar rechterborst. In de bundeling van haar Guardian-_columns, _Take Off Your Party Dress, die dit voorjaar verscheen, beschreef ze hoezeer de ziekte en de wereld waarin ze daardoor terechtkwam haar overvielen. Ze kon het gewoon niet geloven. Ze gaf haar jongste nog borstvoeding en had helemaal geen zin om daarmee te stoppen, tot verbijstering van haar behandelend team. Ze had sowieso geen zin om met ook maar iets in haar leven te stoppen. Ze was hartstochtelijk moeder en ging daar niet op beknibbelen: er moesten kinderen worden gebracht en gehaald, pubers getroost bij liefdesverdriet, ouderavonden bezocht en verjaardagen, joodse feestdagen en schoolfeesten gevierd. Ze moest Madonna interviewen, zich in openbare debatten mengen, vakanties voor tien organiseren. Intussen aarzelde ze tussen een borstbesparende operatie en een borstamputatie – alsof ze iets te kiezen had. De borst moest eraf. Vervolgens vroeg ze zich af hoe je er hip uit kon zien als kale, eenborstige vrouw en mobiliseerde ze een styliste van Vogue om met haar uit winkelen te gaan. Looks matter, ook als je borstkanker hebt.

Ze hield precies bij wat haar ziekte allemaal kostte, en prees zich gelukkig met haar privé-ziektekostenverzekering – wat kwam er terecht van vrouwen die zich dat niet konden veroorloven? Het genderaspect van borstkanker ontsnapte niet aan haar aandacht. Ze wond zich op over de manier waarop haar mannelijke behandelaars (die iedere keer als ze haar Tony Soprano-bobbel en wat daarop volgde, wilden bevoelen een vrouwelijke verpleger als chaperonne de behandelkamer binnenriepen – zou dat in Nederland ook zo gaan?) de neiging hadden om over haar hoofd heen met haar man te confereren over welke behandeling het beste voor haar zou zijn. Ook vond ze dat de plaag die borstkanker zo langzamerhand voor vrouwen in de westerse wereld aan het worden was in de media onderbelicht werd. Ze eiste dat haar column over haar persoonlijke ervaringen met de ziekte op de opiniepagina van The Guardian geplaatst werd, want het ging hier om een maatschappelijk drama: ‘Te veel kinderen verliezen hun moeder.’ Bovendien: ‘Als een op de negen mannen zijn penis verloor, zou dat dagelijks voorpaginanieuws zijn.’ De vergelijking gaat enigszins mank natuurlijk, maar de emotie is navoelbaar.

In 2005 was ze na chemotherapie, borstamputatie en bestralingen even kankervrij; in april 2006 groeiden er kwade cellen op de plek waar vroeger haar rechterborst zat. Via een cliënt van haar man kwam ze in contact met een beroemde Amerikaanse oncoloog die haar het peperdure ‘wondermedicijn van dit jaar’ voorschreef. Maar ook dit sloeg niet aan. Langzaam groeide in haar columns het besef dat ze het niet zou gaan redden. Toen ze dit voorjaar haar zoontje uit school ging halen, schreef ze, moest ze soms haar gezicht afwenden, omdat ze bang was dat de andere moeders op het schoolplein de emotie zouden zien die daarop getekend stond: ‘Ik ben jaloers op andere vrouwen, al die vrouwen die geen kanker hebben.’

Toch bleef haar toon tot op het laatst bedrieglijk licht. Uit wat haar laatste column zou blijken te zijn, was me vooral de bijna terloopse, maar daarom niet minder hartverscheurende manier bijgebleven waarop ze beschreef hoe haar moederschap was veranderd. Elon (5) vroeg niet heel vaak meer of haar borstkanker nog over zou gaan, schreef ze. ‘Hij roept niet meer automatisch om mama; hij roept om papa. Er is een nieuw naar-bed-gaan-ritueel: een potje backgammon met papa in plaats van een boekje lezen met mama. En al deze veranderingen zijn zonder trauma voltrokken, zonder, zoals ik het aan vrienden beschrijf, het wit wegtrekken van kindergezichten. (…) Misschien zijn het ook maar kleine veranderingen, maar voor mij in mijn bed – die het om me heen maar zonder mij hoort gebeuren – zijn ze reusachtig.’

Acht dagen later stierf ze.

Dina Rabinovitch: ik heb haar niet gekend, ik las haar slechts op mijn beeldscherm, en toch: ik mis haar.

30 oktober 2007