Hasj in de apotheek

KIEL - ‘Inderdaad’, zegt minister Heide Moser (52), ‘we zijn verder dan de Hollanders wanneer we hier van begin tot eind wettelijk doorvoeren wat bij jullie slechts wordt gedoogd. We hebben veel geleerd van het Nederlandse drugsbeleid. Sleeswijk-Holstein kreeg in 1994 tijdens de conferentie van deelstaatministers van Volksgezondheid de opdracht om mogelijkheden voor de legalisering van cannabisprodukten te onderzoeken. We hebben toen besloten om eens te gaan kijken bij de Hollanders. We hebben allereerst vastgesteld dat het binnen ons rechtssysteem zeer moeilijk is om een gedoogbeleid Nederlandse stijl door te voeren. In het Duitse recht is het namelijk niet mogelijk af te zien van strafvervolging bij de winstgevende verkoop van verboden middelen.

En bovendien zouden we hetzelfde probleem krijgen als zich nu in Holland openbaart. Op zich is bij jullie de verkoop van soft drugs en hard drugs gescheiden, maar die scheiding kan in een achterkamertje worden opgeheven, omdat de coffeeshops nog steeds op de illegale markt moeten inkopen. Dat gevaar willen we volledig uitsluiten. Er moet een manier komen om de volledige weg vanaf de import tot en met de verkoop van het zakje hasj aan de consument te controleren. De invoer zou dan via een staatsbedrijf moeten gaan; daarop studeren we nog. We denken in elk geval in de richting van een soort staatsmonopolie op de invoer van cannabisprodukten.’
GONZO (17) ROOKT wel eens een joint. Niet zo vaak, want het is moeilijk om aan het spul te komen. ‘Coffeeshops zoals bij jullie in Holland hebben we hier in Kiel niet. De verkoop van soft drugs is hier streng verboden, weet je.’ Hij haalt zijn hand door z'n rood met zwarte hanekammetje en krabt wat aan zijn gele baard. Er schiet hem een kroeg te binnen waar je hasj kunt bestellen, maar dat moet wel in code. 'Als je daar aan de bar vraagt om een brood, krijg je met een beetje geluk een grammetje marihuana of hasj.’
Echt relaxed roken is er ook daar volgens Gonzo niet bij. De politie houdt er af en toe razzia’s en pakt daarbij zowel gebruikers als handelaren op. Nee, Kiel mag dan de hoofdstad van Sleeswijk-Holstein zijn, wat blowen betreft is het er een dooie boel. En andere steden in de noordelijke Duitse deelstaat, zoals Rensburg en Schleswig, bieden als je het hem vraagt al net zo weinig perspectief.
Toch zouden de liefhebbers van een jointje in Sleeswijk-Holstein binnenkort wel eens heel wat makkelijker aan hun trekken kunnen komen. Heide Moser (SPD), deelstaatminister voor Arbeit, Soziales, Jugend und Gesundheid wil een proef nemen met de gedeeltelijke legalisering van de soft-drugsverkoop. Apothekers, gecontroleerd door de staat, zouden het monopolie moeten krijgen op de verkoop van de cannabisprodukten hasj en marihuana. De verkoop wordt gebonden aan een minimumleeftijd, waarschijnlijk achttien jaar, en aan een maximale hoeveelheid, waarschijnlijk dertig gram.
Het plan van minister Moser moet nog tot in detail worden uitgewerkt, maar het gaat hoe dan ook een stap verder dan het Nederland se drugsbeleid. Daarin is zo langzamerhand een dubbelzinnige situatie ontstaan. Verkoop van soft drugs aan particulieren via het netwerk van coffeeshops wordt gedoogd, maar de overheid treedt wel op wanneer grote partijen hasj worden ingevoerd of verhandeld. Coffeeshophandelaren moeten zodoende illegale circuits betreden om aan hun handelswaar te komen.
Het staat voor Heide Moser als een paal boven water dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt in de schadelijke werking van soft drugs en hard drugs. Het gaat haar om de bescherming van de consument. De relatief onschadelijke cannabisprodukten moeten worden gescheiden van het criminele heroinemilieu, zodat de hasjgebruiker niet in de verleiding komt eens iets zwaarders te proberen.
Op de achtergrond blaast echter ook haar persoonlijke ethiek een partijtje mee. De dubbele moraal die het huidige Duitse drugsbeleid kenmerkt, ergert haar mateloos. Ze schikt haar zomerrok, zet zich op het puntje van haar stoel en heft een vinger. 'We verliezen als ouders natuurlijk onze geloofwaardigheid wanneer we zeggen: drugs zijn gevaarlijk, blijf daarvan af, terwijl je wel vanaf je zestiende een fles Schnaps kunt kopen waar je dood van kunt neervallen als je hem helemaal opdrinkt. En ondertussen kun je voor het roken van een kleine joint, die ook niet gezond is, maar lang niet zo gevaarlijk als alcohol, theoretisch in de gevangenis belanden. Die ongeloofwaardigheid kunnen we niet langer in stand houden.’ IN FEITE BESTAAT die ongeloofwaardigheid in de Duitse rechtspraak al niet meer. In 1994 haalde het Bundesverfassungsgericht (het Duitse Constitutionele Hof) het bezit van 'soft drugs voor eigen gebruik’ uit het wetboek van strafrecht. De vaststelling van de maximaal toegestane hoeveelheid werd overgelaten aan de afzonderlijke deelstaten. In het door de SPD geleide Sleeswijk-Holstein mag men dertig gram hasj op zak hebben, maar in de conservatieve CSU-deelstaat Beieren overtreedt men met het bezit van een gram al de wet. De Beierse minister van Volksgezondheid, Barbara Stamm, noemde het initiatief van Sleeswijk-Holstein 'onverantwoordelijk’ en verzet zich met hand en tand tegen nationale doorvoering ervan.
Dat dat ook zonder Beierse tegenwerking niet zal lukken, staat overigens al vast. Daarvoor zouden in de Duitse Wet Verdovende Middelen eerst de soft drugs moeten worden gescheiden van de hard drugs. Verkoop door apothekers en invoer door de staat moeten in de wet worden vastgelegd. De Duitse regering, gedomineerd door de CDU/CSU, heeft al duidelijk gemaakt daar niets voor te voelen en ook in de Bondsdag, het nationale parlement, is daarvoor geen meerderheid te vinden. Bovendien zou een nationale legalisatie van cannabisprodukten in strijd zijn met een drietal VN-verdragen en het Verdrag van Schengen. Verandering daarvan is slechts in internationaal verband mogelijk - daarvoor is ook geen draagvlak - en een eenzijdige Duitse opzegging is pas mogelijk als het Bundesverfassungsgericht zou vaststellen dat de Duitse verbodsgeorienteerde drugspolitiek mislukt zou zijn. Hoewel Heide Moser onomwonden stelt dat dat inderdaad zo is, zit een dergelijke uitspraak er voorlopig niet in.
De enige reele mogelijkheid is om bij het Duitse ministerie van Volksgezondheid toestemming te vragen voor een experiment gebaseerd op Mosers voorstel. Moser hoopt nog deze herfst die aanvraag gereed te hebben. Verschillende Noordduitse deelstaten, waaronder Hamburg en het machtige, aan Nederland grenzende Nordrhein-Westfalen (beide gedomineerd door de SPD), hebben al aangegeven aan het experiment te willen meewerken. De deelname van het eveneens aan Nederland grenzende Niedersachsen is onzeker. Daar heeft de minister-president onlangs via de pers zijn minister van Volksgezondheid teruggefloten.
EEN EXTRA OBSTAKEL bij het doorvoeren van een soft-drugslegalisatie op nationaal niveau is de dreiging van een Frans-Duits conflict. De Franse president Jacques Chirac dreigde onlangs nog om de Franse grenzen te sluiten als Nederland niet krachtiger zou optreden tegen de drugssmokkel.
Minister Heide Moser is zich van deze lastige situatie bewust. 'De Fransen maken het de Hollanders al lastig. Holland is klein en onmachtig, maar als uitgerekend de Duitsers, met hun lange Frans-Duitse grens, soft drugs gaan legaliseren, zullen we met de Fransen grote problemen krijgen. Om internationaal iets te bereiken, moeten we samenwerken met Nederland. Er zijn al lijnen uitgezet. We hebben contact met het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid, met Nederlandse juristen die zich bezighouden met het drugsbeleid, met de Nederlandse politie en met Amsterdamse drugsambtenaren.’
Als het aan de Nederlandse Jonge Liberalen (JOVD) lag, ging die samenwerking nog verder. Tijdens ons gesprek komt een telegram binnen, ondertekend door JOVD-voorzitter Arjan Toor. Hij feliciteert minister Moser met haar 'zeer liberale voorstel’ en vraagt haar om minister van Justitie Sorgdrager ervan te overtuigen ook in Nederland tot legalisatie van soft drugs over te gaan.
EEN WINKELTJE in cannabisaccessoires en hennepkleding. Maar er is geen gram marihuana te krijgen. De vijftig- tot tachtigduizend hasjconsumenten die Sleeswijk-Holstein rijk is - Heide Moser had ons al gewaarschuwd: 'Vooral gelegenheidsrokers’ - houden zich blijkbaar niet in Kiel op. Wel lijken de tachtigduizend alcoholisten die de 2,7 miljoen zielen tellende bevolking van de deelstaat herbergt, en masse naar de Landeshauptstadt te zijn getrokken.
In het cannabiswinkeltje staat Alex, 25 jaar oud en al acht jaar een tevreden hasjroker, ons zeer welwillend te woord. Nee, drugs verkoopt hij niet, wel open en bloot uitgestalde hasjpijpjes, waterpijpen en weegschaaltjes. Problemen met de politie heeft hij in zijn winkeltje nog nooit gehad, maar voor de zekerheid pakt hij de produkten extra discreet in. Je weet maar nooit, volgens Alex is de politie hier onberekenbaar. Over Heide Moser niets dan lof, maar in de apothekers heeft hij absoluut geen vertrouwen: 'Die werken niet aan het experiment mee. Ze zijn aartsconservatief en bovendien behoren ze tot de laatste mensensoort die werkelijk niets van drugs begrijpt.’ Dat nodigt uit tot een rondje apothekers.
Op zich is het plan van minister Moser zo gek nog niet. Op bijna elke straathoek in Kiel, zoals overal in Duitsland, is wel een apotheek gevestigd. Maar Alex heeft het bij het rechte eind. De bereidheid van de apothekers om hasj en marihuana over hun toonbanken te laten gaan, is op zijn zachtst gezegd minimaal. De indruk dringt zich op dat ze bang zijn voor een verboden produkt waarvan ze de werking en de gebruikers niet kennen. Alle acht apothekers die we om een reactie vragen, zijn bekend met het initiatief van Heide Moser, maar slechts een apotheker zegt na lang nadenken dat ze wel bereid is soft drugs te gaan verkopen. Ze komt tot dat besluit omdat ze ervaring heeft met hard-druggebruikers die bij haar hun recepten voor Ersatzdroge, heroinevervangende middelen, komen verzilveren. Die ervaring heeft haar geleerd dat het losweken van de soft-drugsmarkt uit het criminele milieu een goede zaak is. Ze vermeldt er echter wel bij dat ze slechts een assistente is en dat haar baas het niet met haar eens zal zijn. Daarom maar liever geen naam in de krant.
Andere reacties varieren van: 'Drugs zijn drugs en het gebruik ervan moet worden bestreden, niet aangemoedigd’ (Lowe Apotheke) tot: 'Alleen op vertoon van een recept. Het zijn geen aspirientjes’ (Apotheke Neptun). Een apotheker blaft dat hij weigert mee te werken aan een plan waarin de Sleeswijkholsteinse apothekers niet op voorhand zijn gekend en dat hij bovendien weigert geld te verdienen aan de verslaving van kleine kinderen. Want het is toch algemeen bekend dat het gebruik van soft drugs de opstap is naar hardere middelen. 'Nee, geen foto, wat denkt u wel.’
MINISTER MOSER kijkt niet op van de afwerende reacties van de apothekers. 'Natuurlijk zijn de apothekers niet enthousiast. Zij zijn gebonden aan maatschappelijke opvattingen. Veel mensen zijn bang voor drugs, zelfs voor soft drugs. Alcohol kennen ze, maar hasj en marihuana niet. En bovendien zijn het nog steeds verboden produkten. Dan moeten ze wel zeer schadelijk zijn. Het is overigens niet absoluut noodzakelijk dat de verspreiding via apotheken wordt geregeld. We kunnen ook een ander, zelfstandig afzetsysteem opzetten. Bijvoorbeeld via door de staat gecontroleerde coffeeshops.’
Het woord coffeeshops heeft minister Moser een jaar eerder ook al in de mond genomen. Dat leverde een stroom van verontwaardigde reacties op. Birgit Pohl, partijleid- ster van de CDU in Sleeswijk-Holstein, wil ons daar graag aan herinneren. 'Wij zien helemaal niets in het plan van mevrouw Moser. Een staat mag op geen enkele manier het gevaar van drugs bagatelliseren en de toegang tot drugs vergemakkelijken. En dat is precies wat mevrouw Moser wil. Ze is begonnen met het voorstel om in heel Duitsland coffeeshops te openen. Dat plan is er gelukkig niet doorgekomen. Nu probeert ze hetzelfde idee via de achterdeur binnen te halen door te zeggen dat soft drugs in de apotheek verkrijgbaar moeten zijn. Dat klinkt iets serieuzer, maar het is in wezen precies hetzelfde. Men praat wel over soft drugs, maar ze zijn vreselijk gevaarlijk. In verscheidene studies is aangetoond dat het Einstiegsdroge zijn: ze vergemakkelijken de overstap naar hard drugs.’
Tot haar grote spijt kan ze echter niets doen om het plan tegen te houden. Haar partij heeft in het parlement van de deelstaat geen meerderheid en alle regeringsposten zijn in handen van SPD-ministers. Die hebben al gezegd dat ze collega Moser geen strobreed in de weg zullen leggen.
’S AVONDS GAAN we toch maar, tegen beter weten in, op zoek naar Kiffers, zoals de hasjrokers in het Duitse slang worden genoemd. Winkeljongen Alex heeft ons wat adressen gegeven, geconcentreerd rond de Bergstrasse, maar die zijn of onvindbaar of er is niets te beleven. Kiel ligt er troosteloos bij, futloos gedrapeerd rond zijn haven en voor tachtig procent in de oorlog verwoest. We zakken af naar de hoerenbuurt. Een dubbele rondgang over de Kielse wallen, twee straatjes klein, leert ons dat hier slechts wordt gezopen en gecopuleerd. Geen spoortje hasj te vinden. Dan maar terug naar de Bergstrasse.
Daar ontmoeten we Gonzo, die 'wel eens een jointje rookt’. Hij sleept ons mee naar zijn vrienden die ’s avonds bijeenkomen op een afgedankte parkeerplaats, omgeven door drie kroegen. Als hij wel een jointje rookt, doet hij dat hier. Zowaar, een hasjscene. Maar we treffen het niet. Vanavond is er geen dope aanwezig. Wel een groep zeventienjarigen die allemaal wel eens een jointje roken. Na een rondje bier komen de tongen los. Het plan van minister Moser kennen ze en ze zijn het er volmondig mee eens.
Phidibus is de hasjleverancier van de groep. Hij kan het spul tamelijk goedkoop krijgen en levert het zonder winstoogmerk aan zijn vrienden. Nee, alleen hasj en soms marihuana, met de rest laat hij zich niet in. Kirsten, Gonzo’s vriendin, heeft nog nooit meegemaakt dat ze bij een hasjdealer ook heroine kon krijgen. 'Wel amfetaminen en LSD-trips, maar daar blijf ik vanaf. Dat hoeft niemand me te vertellen.’
Terug in ons hotel drinken we een biertje met de hoteleigenaar. Hij vindt het plan van Heide Moser maar niets. 'Ze zouden juist de straffen voor dealers en gebruikers moeten verzwaren, in plaats van die troep in de apotheek te verkopen.’ Peinzend veegt hij met zijn vlakke hand het bierschuim uit zijn snor. 'Weet u waarmee deze ellende allemaal is begonnen? Met het loslaten van de christelijke waarden. Als we ons allemaal gewoon aan de grondregels van de bijbel zouden houden, zou niemand drugs nodig hebben.’