Hasjemitische verkilling

Als het om de Oriënt gaat, wil de wereld nog altijd in sprookjes geloven. Brave ministers worden overmand door onbestemde lusten wanneer ze een handelsdelegatie naar het Nabije Oosten mogen aanvoeren. Journalisten krijgen de flonkering van de ijskoude woestijnnacht in hun ogen zodra ze hun ticket voor Cairo of Beiroet in ontvangst nemen. En als het gaat om oosterse vorstenhuizen is de mystiek des te werkzamer. Vooral de door echtscheidingen en onthullende memoires geteisterde Europese royalty spiegelt zich graag aan die koningen van 1001 nacht die door hun volk als een vader worden bemind.

In de jaren zestig en zeventig voorzag de sjah van Perzië uitbundig in de behoefte. De afgelopen dagen was deze rol even weggelegd voor het koningshuis van Jordanië. Een keur van mondiale en regionale struikrovers maakte haar opwachting voor de uitvaart van koning Hoessein. Leiders die de eigenzinnige hasjemitische vorst nog niet zo lang geleden hadden vervloekt of verraden, baden vurige gebeden en plengden hete tranen boven zijn graf, terwijl het volk zorgvuldig geregisseerd weende (elk afwijkend geluid wordt in Jordanië onmiddellijk met de politieknuppel afgestraft). Oost en West leken elkaar zowaar te ontmoeten achter de baar en de zwaarmoedige doedelzakmuziek die moest herinneren aan de innige band tussen Jordanië en Groot-Brittannië, twee tribale vorstendommen die de modernste techniek verenigen met ongebreidelde wellust en barbaarse gewoonten, waarbij de Britten overigens de kroon spannen met hun nationale delicatesse, de gefrituurde Marsreep. Voordat de herinnering aan Hoessein helemaal in een zondvloed van krokodillentranen wegzinkt, is het goed om de wijsheid van zijn laatste, onomwonden anti-westerse besluit te benadrukken. Waarom moest zijn 51-jarige broer Hassan ibn Talal, de sinds 1965 gedoodverfde troonopvolger die vloeiend Hebreeuws spreekt en de favoriet van het Westen is, op het laatste ogenblik plaatsmaken voor zijn oudste zoon, de 37-jarige Abdalla, getrouwd met een Palestijnse en geworteld in de martiale traditie van het Jordaanse leger? De koninklijke schandaalkroniek weet er wel raad mee: Hassan zou tijdens ’s(konings ziekbed in de Amerikaanse Mayo-kliniek zijn vrouw, koningin Noor, en zijn favoriete zoon Hamza hebben belasterd, een en ander als inleiding voor een perfide greep naar de macht. Overigens circuleert er een tegenversie waarin Abdalla de kwade genius is: hij gaf kort na het afreizen van zijn vader naar de Verenigde Staten een interview waarin hij zei dat hij nog altijd in aanmerking kwam voor de troon. Aldus zou hij zijn oom hebben aangezet tot onbezonnen stappen, zoals het ontslaan van de stafchef van het leger, waardoor hij de sympathie van Hoessein verspeelde. Het is duidelijk dat Hoessein een betere, dat wil zeggen een politieke reden moet hebben gehad voor zijn keuze, omdat hij daarmee een ernstig conflict in de koninklijke familie riskeerde. De gesmade prins Hassan droeg tijdens de begrafenisceremonie dan ook geen geblokte khefiya, een duidelijk teken van zijn gebrek aan respect voor de overledene, en er gaan al weken geruchten dat hij wil emigreren naar Groot-Brittannië. Wellicht is de ware reden - hoe wrang het ook klinkt - dat de grote vredestichter Hoessein op zijn sterfbed zijn geloof in de vrede had verloren. De oude vos was wel goed, maar niet gek. In oktober verrees hij kaal en verzwakt van zijn ziekbed om de weerspannige Arafat en Netanyahu in Wye Plantation nog eenmaal tot een vergelijk te manen, maar toen hij die heren eens recht in de ogen keek, moet hij diep in zijn hart hebben beseft dat het vredesproces mislukt was. Vervolgens schoof hij de westers georiënteerde zakenman Hassan aan de kant ten bate van de Arabische soldaat Abdalla, die dan ook door buurman Saddam Hoessein onmiddellijk als een ‘intelligente keuze’ werd begroet. In plaats van een verzoening luidt zijn begrafenis eerder een verkilling in.