Hassans gecontrontrolleerde doorvoer

Er is een diplomatiek offensief nodig tegen koning Hassan II van Marokko. Volgens Mohamed Rabbae, lid van de commissie-Van Traa, is de monarch een van de grootste drugshandelaren ter wereld. En als Nederland niet oppast, glijdt het af naar Marokkaanse toestanden.
HET RAPPORT VAN de commissie-Van Traa dondert nog altijd politiek en publicitair voort. Terecht, want hoewel de rapportage tal van geduchte leemtes kent - de rol van buitenlandse inlichtingendiensten als de DEA en het Bundeskriminalamt in de ‘gecontroleerde doorvoer’ is bijvoorbeeld nauwelijks onderzocht - staat er genoeg in om de Nederlandse politiek voor de eerstkomende maanden onder te dompelen in een crisissfeer. Sommige details uit het rapport zijn nog maar nauwelijks over het voetlicht gekomen: zo toont Van Traa aan dat politie en justitie hier op zo'n grote schaal gebruik maken van het aftappen van telefoonlijnen dat zelfs de FBI erbij verbleekt.

Andere zaken in het rapport hebben de publiciteit al ruimschoots gehaald, maar dienen nog altijd door de politiek te worden verwerkt. Zoals de constatering dat grote delen van de allochtone gemeenschappen in Nederland op een of andere manier zijn betrokken bij de drugshandel. Nu de commissie-Van Traa die visie van criminoloog Frank Bovenkerk heeft geadopteerd, zal de Tweede Kamer straks bij de behandeling van het rapport met een antwoord moeten komen. Maar welk?
Het zijn kwesties waarover Mohamed Rabbae, lid van de commissie-Van Traa, zich nu dagelijks het hoofd breekt. De man die zich sinds jaar en dag - eerst als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders, later als parlementarier van GroenLinks - heeft opgesteld als spreekbuis van verdrukte minderheidsgroeperingen, is nu medeondertekenaar van een rapport waarin die groepen een essentiele rol krijgen toebedeeld in de criminele ondergrondse. Toch wil hij niet van een eerherstel voor Frank Bovenkerk spreken, zoals de criminoloog dat zelf meende op te kunnen maken uit het onderzoeksverslag. Rabbae: ‘Bovenkerk sprak van tientallen procenten van allochtonen die in de drugshandel zaten. Dat was zo'n ruime schatting dat je er eigenlijk geen kant mee op kunt. Dat blijft natuurlijk zo.
Toen Frank Bovenkerk met zijn cijfers kwam, heb ik die kwestie bewust niet naar me toegetrokken. Ik wilde me niet gedragen als de huisallochtoon van de commissie; ik vond dit een een kwestie voor Maarten van Traa. Maar natuurlijk deed het mij persoonlijk, als iemand die zich jarenlang heeft ingezet voor positieverbetering van de etnische minderheden, pijn om te constateren dat de drugshandel juist daar zo'n grote rol speelt. Natuurlijk waren er al signalen in die richting, maar de schaal waarop het schijnbaar gebeurt is toch zeer verontrustend.
Er zijn al zoveel problemen: werkloosheid, discriminatie. Nu komt dit er ook nog eens bij. Het is echter een zaak waarvoor je niet je kop in het zand mag steken. Ongetwijfeld zal het leiden tot racistische scheldkanonnades tegen de etnische gemeenschappen als geheel. Sommige mensen kunnen nu eenmaal niet relativeren. Aan de andere kant kun je de feiten niet verdoezelen. Je kunt het niet verzwijgen, want dan leg je de materie juist op het bordje van de racisten.’
Geheel nieuw is de notie van Bovenkerk natuurlijk niet. Enige jaren geleden kwam de Italiaanse socioloog Livio Sansone al met een in opdracht van de gemeente Amsterdam geschreven rapport waaruit bleek dat drugshandel zo'n beetje de enige manier was voor Surinaamse en Antilliaanse jongeren in de Bijlmermeer om 'maatschappelijke voortuitgang’ te boeken. Die lichtelijk cynische observatie is Rabbae ook bekend. 'De drugshandel heeft zo'n grote financiele kracht dat er nauwelijks tegen op te boksen valt. Ik hoor ouders klagen dat hun kinderen afhaken met het volgen van een beroepsopleiding omdat ze zwichten voor de veel makkelijker weg van de drugshandel. Die zien hun vrienden rondrijden in een nieuwe Ferrari of Mercedes en denken dan: “Moet ik dan maar blijven ploeteren, terwijl het geld om de hoek ligt?” Het is heel moeilijk om daarmee te concurreren. Het enige is dat ouders hun kinderen zeer goed moeten begeleiden.
Maar zelfs dan is succes niet verzekerd. De overheid zou in ieder geval moeten zorgen voor voldoende werk voor deze groepen. Meer migranten bij de politie lijkt me een noodzaak. Dan snijdt het mes aan twee kanten: enerzijds meer werkgelegenheid, anderzijds meer kennis bij de politie over wat er gebeurt binnen de allochtone groepen. Maar zelfs dat zit er niet in. Met dit volkomen op de markt gerichte kabinet moet je echt een boven de aarde verheven idealist zijn om te denken dat het proces van almaar toenemende werkloosheid nog kan worden gekeerd. Het is een hopeloze zaak, vrees ik steeds meer. Je ziet nu dat de werkgevers zich zelfs collectief verzetten tegen de wet op de meldingsplicht van hoeveel migranten er werkzaam zijn bij de bedrijven. Op die manier zal er nooit iets veranderen. Er wordt in alle toonaarden getreurd over de grote mate van werkloosheid onder de etnische groepen, maar aan de oorzaken daarvan weigert men iets te doen, dan wordt er niet thuis gegeven.’
DRUGSHANDEL IN allochtone sferen prijkt met stip op de politieke agenda sinds de Volkskrant enige weken geleden een rapport opduikelde waaruit bleek dat de helft van de moskeeen in Nederland op enigerlei wijze bij drugszaken betrokken was. Overal weerkaatst de constatering dat er een 'taboe gesneuveld is’. Het zorgt voor een klimaat waarmee Rabbae toch onmogelijk gelukkig kan zijn.
Rabbae: 'Ik werk altijd op basis van feiten, niet op grond van geruchten. De enorme stelligheid waarmee nu het een en ander wordt beweerd, baart me grote zorgen. Zelf kreeg ik al tijdens mijn werk bij de NCB signalen binnen over de betrokkenheid bij drugs- en wapenhandel van sommige moskeeen en imams, hetgeen dan weer direct gerelateerd was aan steun voor het Marokkaanse regime. Maar om nu te zeggen dat het gaat om vijftig procent van de moskeeen, dat is zoiets als de tientallen procenten van Frank Bovenkerk. Het blijven slagen in de lucht.’
Volgens Rabbae, zelf om politieke redenen gevlucht uit Marokko, is de Marokkaanse betrokkenheid bij de drugshandel in Nederland vooral te wijten aan de lange armen van koning Hassan ll. Hij wijst op een rapport van het Observatoire Geopolitique des Drogues te Parijs, geschreven op verzoek van het secretariaat-generaal van de Europese Commissie. Dat rapport (februari 1994) handelt over de politieke, economische en sociale aspecten van de produktie en transport van drugs in Marokko, en windt er geen doekjes om. Marokko is natuurlijk van oudsher koploper in de hasjteelt, maar volgens de schrijvers van het rapport is daarbij sprake van een heuse monopoliepositie van koning Hassan II en zijn hofhouding. De Marokkaanse politie zou fungeren als bewaker van de monopoliepositie van de koning, die dank zij deze handel een der rijkste mannen ter wereld is geworden. Aan de Spaanse kust zouden hele nieuwe havencomplexen zijn gebouwd, speciaal als overslagplaatsen voor de drugspartijen van de koning. Deze zou zich inmiddels ook hebben toegelegd op de produktie en het vervoer van harddrugs, met name heroine. Volgens het Franse rapport maakt de bende van Hassan ook ruimschoots gebruik van connecties in Nederland.
En dat terwijl Hassan II van de Europese Commissie geld heeft gekregen om hennepplantages in de Rif te vernietigen en die streek op andere agrarische gewassen te laten overgaan. Rabbae: 'Het verbouwen van kif is in de Rif altijd oogluikend toegestaan. Ten eerste omdat de autoriteiten altijd bang zijn geweest voor de opstandige Berberbevolking, voor wie er geen ander economisch alternatief is dan het verbouwen van hennep. De Marokkaanse overheid grijpt pas in wanneer de hasj wordt verhandeld, maar gaat daarbij weer zeer dubbelhartig te werk omdat de kern van de staat zelf betrokken is bij die handel. Drugsbestrijding in Marokko komt daarom feitelijk neer op de protectie van de gevestigde belangen. Hele havens, zoals bij Marbella, zijn aangelegd voor die gecontroleerde doorvoer. Als Marokko ooit in staat zal zijn om een parlementaire enquete te houden over deze zaak, zal je je oren niet geloven. De laatste tijd beginnen Marokkaanse kranten heel voorzichtig te publiceren over de rol van de staat bij de drugshandel, maar vanzelfsprekend worden er nooit namen bij genoemd. In het Franse rapport gebeurt dat wel: belangrijke mensen van de koninklijke familie, zoals Hassans zwager Ahmed Osman tot zijn nicht prinses Fatima Zohra Alaoui, worden met naam en toenaam genoemd.
Achter de schermen heeft het rapport natuurlijk al tot de nodige verwikkelingen geleid. Ik weet dat Amerika, Frankrijk en Spanje al hebben aangedrongen op het terugdringen van de drugshandel. Maar die druk levert natuurlijk niet al te veel op zolang de kern van de staat zelf door en door corrupt is. Je ziet nu dat er in Marokko af en toe een hennepplantage ceremonieel wordt verbrand in het kader van het door Europa gesubsidieerde agrarische hervormingsbeleid, maar dat zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Ik ben er dan ook voor dat de druk op Marokko wordt opgevoerd. Eventueel via het bevriezen van de diplomatieke betrekkingen. Zo zou Marokko uit het Trevi-overleg, het Europese overleg van ministers van Justitie, kunnen worden gezet en het cultureel verdrag met Marokko worden opgeschort.’
Als je ziet wat de Amerikanen hebben gedaan met Manuel Noriega van Panama - omdat deze betrokken was bij de internationale drugshandel vielen ze zelfs het land binnen!
'Nee, ik ben tegen zulk machtsvertoon, maar ik weet zeker dat externe druk iets zal uithalen. Dat gebeurde eerder ook met betrekking tot de mensenrechtensituatie. Iedereen in Marokko wist dat er onderaardse gevangenissen als Tazmamart bestonden, waar mensen werden opgesloten totdat ze er als skeletten uit kwamen. Maar de koning luistert niet naar de protesten van de onderdanen. De bevolking wordt er met een grootscheeps onderdrukkend apparaat onder gehouden, krijgt geen recht van spreken. Toen president Bush echter over de gevangenissen begon te klagen, gebeurde er ineens wel wat. Toen werd Tazmamart, waarvan het bestaan tot dan toe altijd was ontkend, opeens gesloten verklaard. Externe druk is nu eenmaal het enige dat telt in Marokko.
Nu is er in Marokko een commissie ingesteld die de verwevenheid van de staat en de drugshandel moet onderzoeken. Ik vrees dat dat een afleidingsmanoeuvre is, bedoeld om het imago schoon te poetsen. Maar het is in ieder geval een begin van een doorbraak. Per slot van rekening weet iedereen in Marokko dat de staat niets anders is dan de koning zelf. Hassan weet zich voortdurend bedreigd door krachten van buitenaf. De CIA, het State Department en het Congres van de Verenigde Staten hebben keer op keer in rapporten geconstateerd hoezeer de corruptie in Marokko wordt gedicteerd door de staat zelf. Dat wordt een onhoudbare positie geacht, en terecht. Niet voor niets hebben de Amerikanen in het geheim steun gegeven aan de couppoging van 1972 en hebben ze daarna ook vaak gesignaleerd dat de positie van Hassan eigenlijk onhoudbaar is.’
Speelt de situatie in Algerije ook een rol bij de verzwakking van Hassans macht?
'Integendeel, alle verhalen over de ellende die er in Algerije heerst als gevolg van de burgeroorlog met de fundamentalisten, versterken juist zijn positie. Hij speelt het heel slim. Hij heeft zichzelf een godsdienstige status verleend en voorkomt op die manier een crisis als in Algerije. Vooral de oudere mensen zien Hassan als de enige man die Algerijnse toestanden in Marokko weet te voorkomen. Daar profiteert hij van.’
DE KRUISBESTUIVING tussen de Marokkaanse staat en de drugshandel staat vast. Maar heeft de commissie-Van Traa voor Nederland in feite niet hetzelfde geconstateerd?
Rabbae: 'Nee, je kunt niet zeggen dat de Nederlandse staat hier tot in de kern betrokken is geweest bij de drugshandel, zoals in Marokko het geval is. Wel kun je zeggen dat sommige onderdelen van de overheid, in dit geval de politie, zich zwaar hebben ingelaten met illegale praktijken. Daardoor is er een situatie gegroeid waarbij de staat het riskeerde om als het ware in gijzeling te worden genomen door de georganiseerde criminaliteit en makkelijk kon worden gechanteerd. Dan ben je natuurlijk al heel ver, dat is een heel gevaarlijke situatie.
Als allochtoon van Marokkaanse afkomst heb ik heel slechte ervaringen gehad met de Marokkaanse overheid, en daardoor heb ik altijd met groot respect gekeken naar de Nederlandse rechtsstaat. Daarom heeft het onderzoek van de enquetecommissie mij misschien nog wel meer gegrepen dan de andere commissieleden. Ik weet wat het gevaar is als politie en justitie afglijden naar ongecontroleerde praktijken. De soevereiniteit van de Nederlandse rechtsstaat dreigde in gevaar te komen. De mensen die blijven zeggen dat de slagkracht van de politie in gevaar komt als er te veel controle is, spelen in mijn ogen met vuur. Ik begrijp niet hoe Sorgdrager en Van Mierlo nu alweer kunnen opperen dat de politie in het kader van een onderzoek toch af en toe in staat moeten worden gesteld om drugstransporten te organiseren. Er moet een duidelijk nee komen tegen al die levensgevaarlijke avonturen.’
RABBAE LEEFT NIET in de illusie dat het rapport-Van Traa al het verborgene naar de oppervlakte heeft gebracht. Niettemin vindt hij de bevindingen ook in deze vorm 'uitermate schrikbarend’. 'Als commissie hebben we berekend dat er in ieder geval 285 ton drugs door de politie het land is ingevoerd, en daarvan is honderd ton doorgelaten. Dat is op zich al ernstig genoeg. Nu krijgen we in de pers, ook in De Groene, verwijten dat we niet hebben uitgezocht waar het geld dat dat heeft opgeleverd, is gebleven. Maar dat was onze taak nu eenmaal niet. Wij moesten ons richten op de opsporingsmethoden.
Iets dergelijks geldt voor het verwijt dat wij geen vat hebben gekregen op de rol van buitenlandse inlichtingendiensten bij de doorvoer van drugs, zoals de DEA en het Bundeskriminalamt. Inderdaad hebben we als commissie beloofd daar aandacht aan te besteden, maar het probleem was dat de hoofdrolspelers daarbij over een diplomatieke status beschikken. Het parlement kan ze niet eens oproepen, dat zou alleen met een omweg via Buitenlandse Zaken kunnen. Door gebrek aan tijd en door de status van de betrokkenen hebben we dat dus niet voor elkaar gekregen.’
Rabbae verzet zich tegen de gedachte dat het rapport-Van Traa in feite zoveel schuldigen aanwijst dat niemand meer schuldig is. 'Het rapport lijkt nu te worden doodgeknuffeld. Iedereen loopt ermee weg. Maar ik hou vol dat dit een politiek zwaar document is. De huidige rust is slechts stilte voor de storm.’