Kunst: Artzuid

Havermans

De curatoren van de zesde editie van Artzuid namen zich voor de ‘deftige en bedeesde buurt’ wakker te schudden met een ‘ontregelende’ tentoonstelling. Maar de hoofdzaak lijkt eerder ironie.

Artzuid, Aristide Maillol, La Rivière, 1938. Lood, 1,36 m x 2,29 m x 1,68 m. Tentoonstelling editie 2018 © JW Kaldenback / courtesy of Galerie Dina Vierny, Paris

Artzuid is een biënnale van moderne en hedendaagse beeldhouwkunst van nationale en internationale kunstenaars, in de groene ruimtes in Berlage’s Plan Zuid, in Amsterdam, aanvankelijk alleen langs de Apollo- en Minervalaan, inmiddels uitgebreid tot het Museumplein, de Zuidas, Buitenveldert en Amstelveen. De curatoren van deze zesde editie, Michiel Romeyn en Jhim Lamoree, namen zich voor de ‘deftige, bedeesde buurt’ wakker te schudden met een tentoonstelling waarin wordt gezocht naar het provocatieve, het ‘ontregelende’. Ik maak natuurlijk liever zelf uit of iets mij ‘ontroert en overrompelt’, maar de tentoonstelling heeft wel degelijk een wat minder ernstige toon dan de ensembles die Rudi Fuchs in de voorgaande twee edities samenstelde.

Zo heel anders is het overigens nou ook weer niet: de aandacht gaat in belangrijke mate uit naar beeldhouwers die ‘iets’ hebben met de klassieke traditie, waarvan het begin wordt gemarkeerd door De Denker van Rodin en een prachtig beweeglijk vrouwelijk naakt van Aristide Maillol, La Rivière. Daarvan noteert Lamoree, in de catalogus, dat de beeldhouwer ‘nergens uit de band springt’, een kwalificatie die enigszins negatief is, en ook bij andere kunstenaars wordt vermeld. Naast deze ‘klassieken’ – Marc Quinn, Henk Visch, Charlotte van Pallandt, Eja Siepman van den Berg – brengen de curatoren daarom kunstenaars die ‘met een knipoog’ de kunstgeschiedenis als ‘grabbelton’ gebruiken (‘welkom in Absurdistan’) Joep van Lieshout, Wim Delvoye, Erwin Wurm, Tony Matelli. Voor zover daar sprake is van ontregeling of absurditeit gaat het, vind ik, toch in hoofdzaak om ironie. Erwin Wurm prikt groene augurken op elkaar tot Salatgurken Modernistisch (iets wat je in het restaurant doet met de cocktailprikkers, als je op je vriendin zit te wachten) en die stapeling is zeker geestig, en staat in zijn lichtgroene patina prachtig tussen de bomen, en zo zijn er meer stukken die leuk zijn, maar ontregelend? Je moet van goede huize komen om in 2019 nog echt iemand met een stuk beeldhouwwerk te ‘ontregelen’; twee deuren verderop, in de Beethovenstraat, werd in deze ‘bedeesde’ wijk kortgeleden nog iemand op klaarlichte dag op een terrasje geliquideerd.

Ondertussen staan er in Artzuid een paar bescheiden werken die mooi voor de dag komen. Zo stond ik wat langer voor de kleine Minerva van Jan Havermans (1892-1964), een beeld dat voor het Minervaplein gemaakt werd toen daar nog de bouw van de Kunstacademie werd voorzien. Het was een tijd zoek; twee jaar geleden is het er teruggeplaatst. Havermans is ook de maker van de stemmige groep van drie mannen op de kruising van de Apollolaan en de Beethovenstraat, ter nagedachtenis aan de executie van 29 gevangenen door de bezetter in oktober 1944. De catalogus doet een beetje schamper over Havermans’ werk: de beeldengroep zou schraal afsteken bij zoiets expressiefs als De verwoeste stad van Zadkine, ook deze beeldhouwer ‘schiet nooit uit de bocht’. Dat is zo, maar hier heerst dan ook een totaal andere ambitie dan het ‘wakkerschudden van de bedeesde burgerij’. Dat is op zich een nobel doel, zeker, maar er bestaan wel degelijk nobelere.


Artzuid, t/m 15 september, artzuid.nl