Hb-kids

Ze hebben een IQ van 140, maar halen op school de laagste cijfers. Hoogbegaafden vervelen zich dood in de klas. Klassen overslaan? Dat mogen ze niet. ‘Ik wil niet dat scholen mijn kind ziek maken.’(

ZE HADDEN HET slechter kunnen treffen. Vier dagen zomerkamp in een multi-sterrenhotel in Noordwijk. In de mooiste week van het jaar. Aan de boulevard, aan het strand. Met uitzicht op zee. Zestig whizzkids zitten in groepjes rond nieuwe computers. Vandaag is de slotpresentatie: na een cursus programmeren in Java hebben alle groepen een website gemaakt. Ze tonen die aan de anderen, trots gadegeslagen door de drie docenten van computergiganten Oracle en Sun, die het kamp gul hebben gesponsord. ‘Die docenten, die waren best aardig. Maar ze kunnen die toch niet voor zo'n groep zetten? Ze wisten veel minder dan wij.’ Fabian zegt het vriendelijk. Deze kids zijn tussen de acht en de zeventien jaar oud. En allemaal hoogbegaafd. Sommigen hebben een vliegbrevet, of een ondernemersdiploma. Allemaal een praktijkdiploma informatica op MBO-niveau. Dat hebben ze gehaald bij de stichting Facta, die zich inzet voor onderwijs en begeleiding van meer- en hoogbegaafde kinderen. Het zijn geen nerds. Integendeel. Allemaal keurige, beleefde, fatsoenlijke kinderen. Met veel gevoel voor humor. Kinderen met wie je als volwassene gewoon kunt praten. En uit alle lagen van de bevolking komen ze. Hij daar, dat is de zoon van een circusdirecteur. En zíjn vader? Die is banketbakker. SINDS DE RECHTER vorige week bepaalde dat het meisje Frédérique de Rooy uit Bussum geen klas mocht overslaan, is de vaak emotionele discussie over hoogbegaafde kinderen weer opgelaaid. De ouders van Frédérique zijn er heilig van overtuigd dat hun dochter hoogbegaafd is. Dat ze op intellectueel gebied zo ver voor ligt op haar klasgenoten dat het bijna onmenselijk zou zijn haar op dat veel te lage niveau te laten rondmodderen. Ze is toe aan groep drie, maar mag niet omdat ze in sociaal en emotioneel opzicht nog niet ver genoeg is. Hans van Oordt, de voorzitter van Facta, vindt klassen overslaan geen probleem. 'Als een kind zich verveelt in de klas, is dat het begin van veel ellende. Hoogbegaafde kinderen blijken vaak onderpresteerders. Omdat ze de stof die ze op school krijgen voorgeschoteld niet interessant vinden, want te eenvoudig, gooien ze de kont tegen de krib. In plaats van die kinderen te verplichten met de anderen mee te doen, zou je ze een eigen lesprogramma moeten aanbieden waar ze wél door worden uitgedaagd.’ Het zomerkamp was een groot feest. Dat gistermiddag een van de kleine genieën zo vrij was de systeemserver te kraken en te laten crashen - waardoor er urenlang niet gewerkt kon worden - mocht de pret niet drukken. Van Oordt weet wie het was, maar hij zegt het niet. Want ze zouden hem lynchen, de dader. 'HALLO, IK BEN Fabian. Ik heb de server gekraakt. En ik wil wel geïnterviewd worden.’ Dat is tenminste duidelijk. Dertien jaar oud is Fabian, en hacker. Hij was het gewoon aan zijn stand verplicht dat beveiligingssysteem van de Oracle-server te kraken. Hij wil 'later’ best bij Oracle werken. 'Maar ze zeiden dat ik nog vijf jaar moet wachten, dan ben ik achttien.’ Fabian is hoogbegaafd. Zijn IQ, ach, pfff, weet ik niet. (Niet één kind geeft normaal antwoord op de vraag naar zijn of haar IQ. 'De vierkantswortel uit de gemiddelde temperatuur in Siberië’, 'Eerst kwam uit de test 3000, toen 60. Ik heb het gemiddelde maar genomen.’) Fabian is ook 'anders’, zoals kinderen door andere kinderen 'anders’ kunnen worden gevonden. Die altijd het eerste klaar zijn. Die slimmer zijn dan de leraar. En die dus altijd de sigaar zijn. En gepest worden. Die er niet bijhoren. Kinderen die meer dan eens hun gave vervloeken, en die gewoon normaal zouden willen zijn. Soms. Dat Fabians hoogbegaafdheid 'ontdekt’ werd was eigenlijk puur toeval, vertellen zijn ouders. Door het kleine broertje Floris. 'Die heeft twee jaar lang gehuild. We kwamen in het medisch circuit terecht. Fabian begon na de geboorte van Floris ontzettend negatief gedrag te vertonen. Op school ging het helemaal niet meer terwijl hij in groep drie al heel ver met lezen was. Hij was de groep eigenlijk ontgroeid, maar hij moest gewoon mee blijven doen. Toen kwam de verveling op en werd hij heel opstandig. Op alles afgeven. Hij wilde niks meer. En hij was voortdurend met de dood bezig. Wij wisten nog steeds niet wat er aan de hand was.’ DE SCHOOL VOND het allemaal maar flauwekul, maar een orthopedagoge suggereerde 'dat het wel eens HB zou kunnen zijn’. Ondanks verschillende pogingen kreeg zij de school van Fabian niet te spreken. Hij moest getest worden bij de Onderwijs Begeleidingsdienst (OBD) in Nijmegen. Maar juist toen ging het weer helemaal mis tussen Fabian en de leerkrachten. Fabian werd op school 'geestelijk mishandeld’, zegt zijn moeder, en gedroeg zich steeds slechter. Depressief, hij had het helemaal gehad. En de pesterijen werden door de school oogluikend toegestaan. Die eeuwige herhalingsstof, dat was funest voor Fabian, zo bleek uit de tests. Hij zou een heel eigen programma moeten hebben, maar de school weigerde met hem te experimenteren. De docent deed dat wel op eigen houtje. Hij gebruikte Fabians werk om dat van anderen na te kijken, maar had verder louter kritiek. Fabian: 'Ik was altijd als eerste klaar met mijn werk en dan ik liep naar voren om het aan de meester te laten zien. Die zei dan: terug, je loopt te snel. Moest ik terug, en nog een keer. Weer terug, weer naast het tafeltje staan. Dan stapvoets naar voren, heel langzaam. En ook als we computerles hadden was ik als eerste klaar. Dat vond die man zó belachelijk snel, hij geloofde het echt niet. Moest ik het opnieuw maken. En weer opnieuw maken. En hij geloofde het nog steeds niet. Hij zei: dat kan niet dat je zo snel bent. Want dan ben je sneller dan ik, en dat bestaat niet.’ Zijn moeder: 'Het kind was acht, negen jaar. Niet alleen zijn eigen leraar had de pest aan hem, de rest van de school ook. Een psycholoog van het CBO en een orthopedagoog zijn op gegeven moment mee naar school gegaan voor een gesprek. En weer veegde de school alles van tafel. De tests waren verkeerd geïnterpreteerd, zeiden ze.’ VANAF DAT GESPREK werd Fabian nog harder aangepakt. Teruggepakt eigenlijk. Hij werd ziek, kon echt niet meer. 'De leerkracht zei tegen ons, recht in ons gezicht: dat kind is gek. Hij lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis in zijn karakter. Wij hadden hulp nodig in de privésfeer; aan de school mankeerde natuurlijk helemaal niks. De directeur zei: als Fabian een HB-kind is, dan heb ik 450 HB-kinderen op mijn school. Wij noemen ze alleen niet hoogbegaafd, wij noemen ze gewoon slimme kinderen.’ Tijdens een gesprek met de directeur van de school, de onderwijzer, iemand van het CBO en de orthopedagoge escaleerde de boel. Volgens de directeur stelde het CBO van professor Mönks helemaal niets voor. Op alle mogelijke manieren hebben de ouders van Fabian geprobeerd met een advocaat de school aan te pakken. Vergeefs. Duizenden guldens heeft het ze gekost. Juridisch is de familie inmiddels gestopt. Fabian ging naar een klein schooltje in de buurt met een goede sociale controle. En als hij zijn werk te snel af had, mocht hij extra dingen doen. Extra dingen van hetzelfde: de herhalingsstof weer. Maar zijn ouders gingen praten bij het stedelijk gymnasium en daar wilden ze hem direct na groep zeven wel hebben. 'Ze hadden een prachtig beleid voor HB-kinderen, riepen ze. Toch hebben we dat niet gedaan. Fabian zat nog steeds heel diep. We kozen ervoor hem even sociaal-emotioneel rust te gunnen.’ Het gymnasiale prachtbeleid bleek knap tegen te vallen, na twee weken ging het alweer mis. 'Het kwam erop neer dat leerlingen die negens en tienen haalden extra opdrachten kregen. Dat was alles. Met kinderen die onderpresteerden wisten ze niks te doen. Terwijl kinderen die negens en tienen halen echt niet per definitie hoogbegaafd zijn.’ PROFESSOR F.J. MONKS die in Nijmegen al jaren onderzoek naar begaafdheid doet, ziet ze steeds weer langskomen: de kinderen bij wie de extreme intelligentie negatieve uitwerkingen heeft gehad. Ongeveer tien procent wordt immers begaafd of zeer begaafd geboren, schat Mönks. 'Hoogbegaafdheid is geen probleem’, zegt hij, 'het is een mogelijkheid. Het wordt pas een probleem als ouders en leerkrachten er niet op de juiste manier op ingaan.’ Al aan het begin van de eeuw wilden reformpedagogen dat het onderwijs op het kind gericht zou zijn - aangepast aan het niveau en de snelheid van het individu, zegt Mönks. Adaptief onderwijs. 'De leer- en ontwikkelingsbehoeften van kinderen zijn immers verschillend. Het ene kind is vanaf het begin meer nieuwsgierig en leergierig dan het andere. Als dit niet wordt benut, dan ebt dat langzaam weg. Op scholen slaat de verveling toe. Het is als met de auto van Arnhem naar Utrecht in de tweede versnelling. Dan loopt de motor vast.’ DE MOTOR VAN Atika (14) is ook vastgelopen, op school dan. In Noordwijk was ze een van de weinige meisjes. Niet dat meisjes minder vaak hoogbegaafd zijn, ze houden gewoon wat minder van Java-programmeren. Niet Atika. Die is druk met computers, heeft tegelijkertijd even Russisch geleerd, probeert het oer-Grieks te ontcijferen en volgt op de universiteit masterclasses scheikunde, archeologie en sterrenkunde. Maar, helaas, in gymnasium vier is ze juist blijven zitten. Niet omdat ze het niet snapt, maar omdat ook zij gek wordt van het herhalen. Gek? Ziek zelfs. Laatst nog, probeerde ze bij wiskunde op te letten. 'Barstende koppijn’ kreeg ze daar van. 'Ik wil gewoon niet dat die scholen mijn kind ziek maken’, zegt Atika’s moeder die al jaren de scholen afloopt om Atika in haar eigen tempo te kunnen laten werken, zoals de ouders van Frédérique de Rooy. Atika was één toen ze hardop het alfabet oplas, twee toen ze haar eerste woordjes schreef en ze verbaasde een jaar later de huisarts toen ze alle plaatsnamen op een kaart van Turkije kon voorlezen. Atika heeft zo haar eigen tempo. Maar de scholen kunnen dat niet aan, waardoor Atika de scholen niet aankan. Haar moeder: 'Al op de peuterspeelzaal, schreef ze fonetisch hele woorden op. Heel slecht, zei de juf. Straks op de basisschool komt Atika onherroepelijk in de problemen. Maar een jaartje verder? Dat mocht niet. Onmogelijk, zeiden ze, behalve bij medische indicatie.’ De huisarts van de Turkse wandkaart zorgde hier meteen voor. Maar het werd alleen maar erger. Atika kwam dan wel op de kleuterschool, maar tegen de zin van de juf. 'Ik zit al vijfentwintig jaar in het onderwijs, dus heb er heus verstand van’, zei de juf. 'Met dat kind is niets bijzonders aan de hand, dat verbeeldt u zich.’ Atika: 'En als ik dan buiten school wat extra’s wil leren, dan kan dat ook niet. Bij de openbare bibliotheek mag ik geen volwassenenboeken lenen. En de universiteitsbibliotheek van de UvA laat me niet eens binnen.’ ATIKA KWAM EENS thuis van school en wist het zeker: 'Ik heb een afwijking, mama. Makkelijke sommen maak ik allemaal fout en moeilijke sommen heb ik zo klaar. Dat kan toch niet.’ Ondertussen dacht de school dat er wel iets mis zou zijn in de thuissituatie. Hoe kon het anders dat Atika in de lessen rustig was, sociaal zelfs, maar thuis slechts hoofdpijn had? Heel kwaad werd de moeder van Atika daar over. Maar 'je durft als ouder op een gegeven moment niets meer te zeggen, want binnen de kortste keren heb je ruzie. Ach mevrouw, ik zit al zo lang in het vak…’ Atika: 'Ik ben niet sociaal, ik doe sociaal. Met leraren kan ik best overweg zolang het gaat over koetjes en kalfjes. Maar waar ik het écht over hebben wil, dat kan niet. Mijn dilemma’s begrijpen ze niet. Als ik bijvoorbeeld vraag of ik iets vooruit mag werken of even niet hoef te luisteren, dan zeggen ze: het kan toch helemaal geen kwaad als je het nog een keer hoort. Dat kan wel kwaad, daar krijg ik hoofdpijn van.’ Haar moeder: 'Leg maar eens uit dat je een 1 haalt terwijl je hoogbegaafd bent. Dat is wel lastig. Maar het is gewoon te saai. Wiskunde, bijvoorbeeld, daar ging het meteen fout. Atika zag het antwoord, maar ze moest van de docent alle tussenstappen nemen. Alleen de goede uitkomst vermelden is fout. Zo wordt het plezier dat een kind in leren kan hebben er op de meeste scholen uitgeramd. Maar nu maak ik me echt zorgen. Ze glijdt steeds verder af. En ik ken de voorbeelden: zo'n jongen bij de groenteboer met z'n IQ van 140. Als Atika straks nog een keer blijft zitten, dan moet ze van school af.’ EEN EMOTIONELE achterstand zou het hoogbegaafde kind vaak hebben, daarom mag het geen klas overslaan. Ook Frédérique de Rooy struikelde daar over. Professor Mönks begrijpt het niet. 'Een emotionele achterstand? Ze moeten mij nog steeds duidelijk maken wat dat is.’ Maar Fabian bijvoorbeeld, die kan beter niet alleen op de fiets naar school. Dan ligt hij voortdurend onder auto’s. 'Dan ben ik te veel in mijn hoofd bezig, en let ik niet op het verkeer.’ Wat hij dan allemaal aan het denken was, wilde zijn moeder eens weten. Fabian: 'Ik was de apartheidsproblematiek in Zuid-Afrika aan het oplossen.’ Hans van Oordt zegt dat hij een dagtaak heeft aan het opvangen van ouders die zo graag zouden willen dat hun kind hoogbegaafd is. 'Die beseffen niet wat het betekent een hoogbegaafd kind te hebben. Zo geweldig is dat niet. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak sociaal en emotioneel in de war.’ Fabians ouders: 'Deze kinderen hebben net zo veel zorg en begeleiding nodig als zwakbegaafde kinderen. Omdat het de laatste jaren veel in de publiciteit is gekomen, denken veel mensen: mijn kind leert goed, dus is het hoogbegaafd. En er zijn zeker ouders die hun kind pushen, die het als het ware hoogbegaafd proberen te maken. Maar die vallen op een gegeven moment toch door de mand. Als je iets niet in je hebt, komt het er ook niet uit.’