Eilandenrijk Hockey in de armste wijk van Nederland

HC Feijenoord bestrijdt problemen met een ‘slaghout’

HC Feijenoord in Rotterdam probeert geschiedenis te schrijven als eerste multiculti-hockeyclub van het land. Vijftig pupillen trainen en spelen wekelijks op het Afrikaanderplein, in de armste wijk van de stad.

EEN ‘SLAGHOUT’ geven aan kinderen uit achterstandswijken is 'vragen om problemen’, zei een Rotterdamse straatcoach bezorgd tegen hem. Maar Paul Veldhuijzen liet zich niet tegenhouden. De 48-jarige accountmanager aan een mbo-scholengemeenschap gaf vorig jaar zijn vaste baan op om zijn doel te kunnen verwezenlijken. Sinds oktober leidt hij Hockeyclub Feijenoord. Niet ver van De Kuip roept hij wat ze daar nog nooit hebben gehoord: 'Druk dat punt, Mehmet.’
Een groen-wit Feijenoord-logo met twee gekruiste hockeysticks is een mijlpaaltje in de nog broze geschiedenis van de club. Het bord prijkt sinds kort op het hek van de speeltuin op het Afrikaanderplein, precies op de plek waar de bekende voetbalclub ooit zijn eerste wedstrijden speelde. Het is een van de locaties die HC Feijenoord ter beschikking staan om te trainen. Op het mini-kunstgrasveldje dat bij een Cruijff Court hoort, scoren de pupillen hun eerste doelpunten. Het zijn kinderen van zes tot acht jaar oud uit groep drie, vier en vijf van basisscholen uit de buurt. Nergens anders in Nederland worden de Cruijff-veldjes gebruikt door een hockeyclub.
Het Afrikaanderplein is een smeltkroes van spelende peuters en kleuters die zo nu en dan nieuwsgierig aan het hek rond het hockeyveld komen morrelen. Deelgemeente Feijenoord telt de meeste kinderen onder de twaalf jaar van Rotterdam, maar heeft tegelijkertijd het kleinste aantal sportverenigingen. Zo kent dit stukje Maasoever, in inwonertal even groot als Roosendaal, nog een paar achterstanden.
Rotterdam-Zuid staat te boek als een van de grootste probleemgebieden van Nederland. Feijenoord en Charlois zijn onveilige buurten met een zwakke woningmarkt. De bevolking is laag opgeleid en leeft van een mager inkomen. De armoede leidt tot criminaliteit en sociaal isolement. In het onlangs verschenen rapport Kwaliteitssprong Zuid luiden de oud-burgemeesters Deetman (Den Haag) en Mans (Enschede) de noodklok. Alleen door interventie van het rijk kan volgens het rapport het tij nog worden gekeerd in Rotterdam-Zuid. Er moeten op grote schaal maatregelen worden genomen om verdere armoede en verloedering tegen te gaan, maar er moet óók worden bezuinigd.

DOMINIC SCHRIJER, wethouder Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Rotterdam, diende recent zijn ontslag in omdat hij zich onder druk gezet voelde om die 'asociale bezuinigingen’ door te voeren. 'Rotterdam is een stad met relatief veel kwetsbare inwoners: 34.000 Rotterdammers krijgen een bijstandsuitkering. Dat is twee keer zo veel als in de rest van Nederland’, zei Schrijer vlak voor zijn gedwongen vertrek.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 5,6 procent van alle Rotterdammers een bijstandsuitkering heeft, landelijk ligt dat percentage op 1,85. Ook steden als Den Haag (3,8) en Amsterdam (4,2) kennen een hoger percentage, maar de wijken van Rotterdam-Zuid steken er met kop en schouders bovenuit. In deelgemeente Feijenoord leven tienduizend huishoudens van minder dan veertienhonderd euro per maand. In grote stukken van Bloemhof, Hillesluis en de Afrikaanderwijk is de werkloosheid bijna 45 procent. Vooral de jeugd van Feijenoord wordt hard getroffen. Ruim zesduizend kinderen leven volgens een onderzoek van de Dienst Sociale Zaken van de gemeente onder de armoedegrens. Deetman en Mans bestempelen een groot aantal minderjarigen als potentiële 'drop-outs’. Een vijfde tot een kwart van de jongeren verlaat de middelbare school zonder diploma, een derde van de leerlingen op de basisscholen kampt met een taalachterstand. De ouders van deze kinderen zijn bovendien vaak niet genoeg betrokken bij het onderwijs aan hun kind. Huis, straat en school zijn gescheiden werelden.
In dat gebied is Paul Veldhuijzen een missionaris: 'Een sportvereniging als HC Feijenoord kan een verbindende factor zijn. We noemen ons geen allochtonenclub, maar een vereniging voor alle inwoners van Zuid.’
Zijn omgeving reageerde vorig jaar nogal negatief op zijn plan om in de wijk te gaan hockeyen. Het zou een elitesport zijn die onmogelijk wortel kon schieten in wat geringschattend Ankara aan de Maas wordt genoemd. 'Onzin’, vindt Veldhuijzen: 'Hockey is spannend en snel, en niet per definitie een kaksport. De faciliteiten ervoor ontbreken alleen nog hier.’ Maar daar kan verandering in komen, want het Sociaal Platform Rotterdam ziet de club als 'sociaal bindmiddel, als aanjager van vruchtbare coalities en goed gedrag, en als vooruitgeschoven post in de strijd tegen overgewicht’. Zo moet het mes aan twee kanten snijden: talentjes vinden en samenhang scheppen, zeg maar topsport en breedtesport.
In hockeyland is HC Feijenoord een uitzondering. Een club zonder traditionele wortels en dwarsverbanden in families, scholen en buurten - die had de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) nog niet onder zijn leden, laat staan een multiculturele. Zelf heeft de bond nog nooit geworven in allochtone kringen. Toch reageert bondsvoorzitter Johan Wakkie aanmoedigend: 'Sport hoort in de wijk. Het is uniek dat in Feijenoord een hockeyclub wordt gerealiseerd.’
Maar een vaste speellocatie blijft wel een van de vereisten voor het toelaten van een hockeyclub tot de bond. Die slag moet nog worden gemaakt. Er is al wel een bestuur, er zijn trainers en oefenveldjes, maar het geld ontbreekt om een accommodatie te bouwen op een gevonden, centrale plek. De kosten zijn geraamd op vier ton. De club wijst naar Deetman en Mans die vinden dat tientallen extra miljoenen Rotterdam-Zuid moeten redden van het afglijden naar een getto. Veldhuijzen klampt zich vast aan de woorden van burgemeester Ahmed Aboutaleb bij de oprichting op 10-10-10: 'Binnen nu en een jaar wil ik zien dat er uitzicht is op een vaste accommodatie.’

HC FEIJENOORD en de basisscholen van Rotterdam-Zuid werken samen in de grotere schoolsportvereniging (SSV), die geld krijgt van het NOC*NSF. Via de SSV gaat HC Feijenoord langs verschillende scholen in Zuid, de eerste drie hockeylessen worden daar aangeboden. Als de kinderen geïnteresseerd zijn in de sport kunnen ze zich aanmelden voor zes vervolglessen op locatie. Zijn ze ook daarna nog enthousiast, dan kan worden gekozen voor een lidmaatschap. Na een 'pilotfase’ bleek dat er veel belangstelling was voor de hockeyclub; op zeker moment stonden er veertig kinderen op het veld. In een mum van tijd telde HC Feijenoord vijftig leden. Het aantal kinderen dat kiest voor verdiepingslessen groeit nog elke week.
De Turkse moeder van het achtjarige talentje Erin besloot dat haar zoon lid moest worden van HC Feijenoord toen ze van de trainers hoorde hoe goed hij was. De vrouw spreekt gebrekkig Nederlands, maar de club wist haar met handen en voeten te overtuigen.
De zevenjarige nieuweling Mathijs is net in de buurt komen wonen. Voorzichtig slaat hij zijn eerste bal terwijl zijn moeder tevreden toekijkt. 'Sinds de sport via school wordt aangeboden is de drempel om te hockeyen een stuk lager’, zegt ze.
De beginners kunnen slalommen om ruim geparkeerde verkeerspaaltjes. De gevorderden van de klas zwiepen soepel heen en weer tussen nauw aaneengesloten pionnen. Voor de wat oudere kinderen is er ook een speciale keeperstraining. Met schuimpak, dito schoenen en helm kan er geleerd worden hoe je die enge harde bal een halt toeroept.
In september mogen de eerste vier teams gaan deelnemen aan de KNHB-competitie. Vanaf dat moment moet er ook tegen andere clubs worden gespeeld, wat extra inzet van de kinderen en hun ouders vraagt. 'Het opzetten van een vrijwilligerscultuur is lastig’, zegt Veldhuijzen. 'We hebben straks bijvoorbeeld mensen nodig om de kinderen naar een wedstrijd te rijden.’ De organisatie Rotterdam Sport Support heeft imams op Zuid benaderd om daarbij te helpen. Ze preken nu over het belang van sport. Vorige week maakten Turkse moeders voor het eerst limonade na een training. Een van de vaders die erbij was zei dat de imam vrijdag had gezegd: 'Een van de vrouwen van de profeet was ook een atlete.’
Het maatschappelijk belang van HC Feijenoord mag volgens trainster en criminologe Freke van de Pol (25) niet worden onderschat. Ze werkt aan een onderzoek over de vraag waarom en hoe hockey bijdraagt aan het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Een aantal positieve uitkomsten wordt met het onderzoek onderstreept. 'Sporten is enorm belangrijk voor de kinderen uit deze wijken’, zegt Van de Pol. 'Dankzij sport leert een kind zich vanaf jonge leeftijd te conformeren aan gedragsregels, het ontwikkelt banden met andere leden en het wint aan zelfvertrouwen en status binnen een vereniging.’
Het geld blijft een heikel punt. HC Feijenoord is afhankelijk van subsidies en de leden betalen op dit moment nog geen contributie. In eerste instantie waren er helemaal geen middelen om de vereniging te steunen. Dankzij een businessplan van het bestuur van HC Feijenoord werd er toch wat geld losgepeuterd. In 2010 was er subsidie via het gemeentelijke investeringsprogramma Pact op Zuid en via Rotterdam Sport Support. En na veel pijn en moeite is ook voor 2011 een minimale investering gegarandeerd. Hiermee is het voortbestaan van de hockeyclub voor dit jaar veiliggesteld, maar hoe het volgend jaar moet met de financiering is nog onzeker.
'Wist je dat er op de mbo-beroepsscholen geen gymles meer wordt gegeven?’ zegt Paul Veldhuijzen. Hij trekt een grote grijns. 'Je moet wel een beetje gek zijn om dit uit te voeren. Mijn vrienden noemen me naïef.’