Wachten op Godot

Hé, een gordijn!

De twee zwervers in Wachten op Godot van Samuel Beckett laten ons weten dat hun queeste al een halve eeuw duurt.

Iets langer (57 jaar om precies te zijn) zwerft het stuk langs groeiende, afkalvende en weer aanwassende toeschouwersscharen. En even oud is het verlangen om de vele raadsels van deze kaalgeslagen toneelpartituur op te tuigen met bijdehante vondsten. De auteur en de beheerders van zijn gedachtegoed werden steeds strenger en rolden prikkeldraad en wachttorens rond de verdorde landschappen van Vladimir en Estragon. Het stuk bleef altijd fascineren. Nu staat er een nieuwe versie van Toneelgroep Oostpool. Regisseur Erik Whien en zijn spelers werden gemiddeld zo’n kwart eeuw later geboren dan het stuk. Becketts kleinkinderen zijn nu aan zet.

Vladimir: Het was ze niet genoeg geleefd te hebben.
Estragon: Ze moeten erover praten.
Vladimir: Het is ze niet genoeg dood te zijn.
Estragon: Het is niet genoeg.
Pauze.
Vladimir: Het is als het ruisen van veren.
Estragon: Als bladeren.
Vladimir: Als as.
Estragon: Als bladeren.
Lange pauze.
Ik weet niet meer welke mijn eerste Wachten op Godot was. Wel dat mijn ogen zich toen vulden met radeloze tranen bij deze dialoog. En ook dat ik om deze regels altijd van het stuk ben blijven houden. Nu moest ik er bijna om schaterlachen. En er trok een huiver van kruin tot tenen op de momenten dat, in beide aktes identiek, de maan opkomt, het ijskoude schemerduister valt over het grind van de speelvloer en de twee mannen bijna fluisterend spreken over de hun opgelegde (toneel)werkelijkheid die ze voor eeuwig gevangen houdt rond een kromgetrokken berk waaraan je je nog niet eens kunt verhangen. Zijn dat accentverschuivingen? Ja, zeker. Maar meer dan dat. Het is het toneelspelersinstinct dat we verwondering noemen. Het is de tragikomische aanraakbaarheid van Vladimir (Stefan Stokebrand) die je bij het openen van het half vergane toneelvoordoek ziet denken: ‘Hé, een gordijn!’ Of het venijn van Estragon (Sanne den Hartogh) die van zijn pesterijen een-tweetjes maakt met een zaal ‘vol lijken’. Of mensentemmer Pozzo (Ali Ben Horsting) die kijkt alsof hij met zijn kermisnummer Lucky (Lard Adrian) van Carré naar Circus Renz is afgezakt maar steeds de grandeur van Zirkus Krone blijft suggereren.
Er is een anekdote over regisseur/schrijver George Tabori die Wachten op Godot in München wilde doen zonder boom, met een troep stokoude toneelspelers die zich in een repetitielokaal een weg proberen te hakken door de tekst. Hij ging naar Parijs teneinde de auteur persoonlijk om toestemming te vragen. De twee oude mannen (George Tabori en Samuel Beckett; LZ) zaten ruim een half uur zwijgend tegenover elkaar op een caféterras. Toen vroeg Tabori of hij de hand van Beckett mocht vasthouden. Ze keken elkaar minutenlang aan. En de regisseur had zijn toestemming. Beckett is nooit komen kijken. Hij wist dat het goed zat. De toneelgrootvader van Erik Whien & zijn spelers moet, zwervend door zijn Elyzeese Vaucluse, intens van hun verwondering hebben genoten.

Wachten op Godot is tot half december overal in het land te zien. www.toneelgroepoostpool.nl