4 april 1979-22 januari 2008

Heathcliff Andrew Ledger

Voor zijn rol als The Joker in The Dark Knight is Heath Ledger postuum genomineerd voor een Oscar. Zo kan de filmindustrie eindelijk afscheid nemen.

Er bestaat een foto van Heath Ledger uit 1990, met het Under-13-elftal van de Kalamunda Districts Hockey Club in Perth. Het was een goed jaar voor de club. Heath’s vader, Kim Ledger, was voorzitter. Zijn elfjarige zoon werd met zijn team regionaal kampioen, en won ook de Guth Ardahg Memorial en de West Australia Hockey Association Challenge Cup. Heath, rechtermiddenvelder, was een groot talent. Hij zou later uitkomen voor de First XI van zijn school en voor het Under-17-elftal van de deelstaat West-Australië. Hij ziet er blij uit, op die foto. Er zijn maar weinig gelukkiger dingen te bedenken dan een blonde Australiër die uitblinkt in sport.
Op school begon Ledger ook te acteren. Naar verluidt doorstond hij manmoedig de pesterijen van zijn klasgenoten; hij leerde zichzelf dansen en choreografeerde zelfs een schoolteam bij een nationale danswedstrijd. In zijn eerste televisierol, in de puberserie Sweat (1996), speelde hij een jonge racefietser met een homoseksueel geheim. De rest is, zoals dat heet, geschiedenis.
Een postume nominatie voor een Oscar, zoals Ledger nu heeft gekregen, is niet heel zeldzaam. Het overkwam wijlen George Gershwin al in 1927; Peter Finch werd in 1976 postuum ‘Best Actor’. Het is een tikje macaber. Het is ook pijnlijk, omdat zo’n late accolade raakt aan het ongelukkige verschijnsel dat in Hollywood echte prestaties nogal eens onbeloond blijven. Meestal wordt de bekroning pas in tweede instantie verleend, later, bij een veel minder relevante film.
Heath Ledger had een Oscar moeten krijgen voor Brokeback Mountain, maar die kreeg hij niet. Nu krijgt hij er misschien een voor The Joker, in The Dark Knight, en dat is een geweldige rol, zeker, maar de vraag knaagt of dat ook gebeurd zou zijn als hij nog geleefd had.
De nominatie laat zien dat de filmgemeenschap een groot zwak heeft voor acteurs als Ledger: jong, moedig, mooi, dood. De vergelijking met James Dean en River Phoenix wordt snel gemaakt. Ook zij onderscheidden zich van hun generatiegenoten door hun voorkeur voor het spelen van getourmenteerde, onbegrepen personages; ook zij lieten na hun dood de filmwereld achter met een gevoel van onvervulde belofte. Daar valt moeilijker afscheid van te nemen dan van een rijk, afgerond, gelauwerd leven als dat van Paul Newman.
De rol van Ennis del Mar in Brokeback Mountain is legendarisch, wat mij betreft. Ledger aarzelde, vooraf. Het is een risico om je vroeg in je carrière met zo’n controversieel onderwerp te identificeren, maar Ledger zei later: ‘I didn’t feel like I had a career to risk.’ Tot dan toe had Hollywood de Australiër vooral gecast als blonde hartenbreker, als ridder, surfer of scholier. Er zaten kleine hoogtepuntjes tussen – een bijrol in Monster’s Ball (2001) – maar vooral zeperds: een belachelijke rol als Brits officier in Four Feathers, een mislukt optreden in de Australische mythe Ned Kelly.
In 2004 koos Ledger voor het moeilijker pad. Dat bracht hem tot een goede (maar onopgemerkte) rol van een opgebrande, alcoholische skateboardgoeroe in Lords of Dogtown (2005). Daarna was hij een junkie in Candy (2006) en een van de Bob Dylans in Todd Haynes’ I’m Not There. En daartussen zat Brokeback Mountain (2005).
De regisseur, Ang Lee, zag in Ledger de belichaming van de donkere, introverte, distelig-dichterlijke kant van het Amerikaanse Westen, met die menselijke karaktertrek die brooding wordt genoemd, wat zich lastig laat vertalen. Het lijkt wonderlijk dat Heath Ledger zo makkelijk de omslag kon maken van al die swashbuckling vrolijkheid naar de bijna complete stilte van Ennis del Mar, de cowhand, die ten onder gaat aan de marteling van zijn zelfhaat, lijdend aan een liefde die hij niet bevatten kan, laat staan uiten. Elke letter valt hem moeilijk: ‘Bottom line is… we’re around each other an’… this thing, it grabs hold of us again… at the wrong place… at the wrong time… and we’re dead.’
Het was alsof Ledger voor de rol zijn tomeloze charisma had getransformeerd tot het volstrekt tegenovergestelde. Al die jongensachtige Australische energie was onder hoge druk samengeperst tot een bijna absoluut nulpunt van stilte. Ennis is gepantserd; hij is heimelijk teder, dan weer in de greep van onverklaarbare woede. Ledger lijkt het verhaal (schreef Rolling Stone) ‘ergens uit zijn ingewanden te scheuren’.
Zelf had Ledger eigenlijk maar één antwoord op de vraag hoe dat spel mogelijk was. Hij hoefde het niet ver te zoeken. Het zat al in hem. Hij had zich gericht op zijn jeugd, zijn ouders, die na een bittere oorlog scheidden toen Heath net tien jaar oud was: ‘They’re the blueprints, aren’t they?’ Waardoor die zonnige elftalfoto opeens een andere lading krijgt.
De overgang van Ennis del Mar naar The Joker, de tierende psychopaat in The Dark Knight, lijkt mij volstrekt logisch. Ledger was in een kettingreactie geraakt, met een energieniveau dat hij – net als Ennis del Mar – misschien zelf niet goed kon bevatten. Alles sloeg naar binnen, alles sloeg naar buiten, steeds verder afdalend in zichzelf. De rol vrat aan hem. Hij kon er niet van slapen, en hield zich op de been met een cocktail van uppers en downers, die hem vorig jaar noodlottig werd. Hij was 28.