TELEVISIE De vreemdelingenrechter

‘Heb clementie met mij’

Drie Amsterdamse vreemdelingenrechters worden gevolgd in een documentaire van Misja Pekel. Deze mensen, die in hun werk dagelijks voor beslissingen staan met verregaande gevolgen voor ‘cliënten’, worden vooral in het werk getoond, waarbij de zittingen het meest spectaculair zijn. De keren dat we ze daarbuiten zien, horen we hen off-screen. Over motivatie, twijfels, ‘buikpijnzaken’, de spanning tussen eigen mening of gevoel en de toepassing van recht. Hun taak is, als bezwaar wordt gemaakt tegen een negatieve asielbeslissing door de IND (= staatssecretaris van Justitie), te beoordelen of het besluit strookt met internationale verdragen en het regeringsbeleid. Met dat beleid kan de rechter het oneens zijn, maar ‘dat is dan politiek’ en geen recht. ‘Wat wij rechtvaardig vinden is iets anders dan wat het recht is’, zegt er een. Toch – zou rechtspraak louter om toepassing van recht gaan, dan maakte het niet uit welke gediplomeerde op die stoel zit. Terwijl ieder weet of voelt – van vreemdeling tot advocaat tot IND-vertegenwoordiger – dat het wel degelijk uitmaakt wie in hun zaak beslist. Er is dus een marge, en dat maakt de vraag naar wie die rechter is tot een belangrijke, spannende en, voor wie zich laat filmen, een niet geheel risicoloze.
Als een geportretteerde de toga aantrekt horen we haar over de functie van dat kledingstuk: je trekt er je rol mee aan, je voelt je er rechter door, je wordt voor even instituut en niet persoon. Mij overtuigt dat te meer doordat we haar over de markt zien lopen met een rugzakje waaraan een beertje bungelt – dat curieuze verschijnsel waarbij volwassen vrouwen in outfit kinderen (willen) blijven. Het zegt niets over bekwaamheid en integriteit maar op plekken waar die in het geding zijn kun je inderdaad maar beter een toga dragen. En dat gaat dan nog over iets triviaals als uiterlijk.
Een ander vertelt dat zijn grootvader een gevluchte Belg was en dat hij zich realiseert dat we bijna allemaal, terugkijkend, vreemdelingen zijn. Dat besef maakt hem in mijn ogen bepaald niet ongeschikt voor de functie, in die van anderen wel. De derde rechter zet de zaak het meest op scherp: ‘Het enkele verzoek “heb clementie met mij”’ (en daar blijkt soms verweer op neer te komen) ‘daar kunnen wij niets mee.’ Maar in je kouwe kleren gaat zo een smeekbede niet zitten. Laat staan als je moet beslissen in hoeverre vluchtverhalen waar of verzonnen zijn en of de tranen die vloeien oprecht zijn of gespeeld. Oprecht zijn die eigenlijk bijna altijd: óf omdat het verhaal niet geloofd wordt maar waar is, óf omdat het verhaal niet waar maar de angst uitgezet te worden groot is. Een mooi beroep vinden ze het alle drie. Gelukkig, want iemand moet het doen.
Voor aanhangers van Sörensen, Verdonk en Wilders, die hen per definitie als ongeschikt zullen beschouwen, zit er een lastige les in. Op een Open Dag werd een kansloze zaak voorgespeeld. Na afloop kende het publiek unaniem recht op asiel toe. Volgde juridische uitleg: toekenning uitgesloten. Het publiek moest opnieuw beslissen: en ja, toekennen. Niemand maakt mij wijs dat daar louter anarchisten en GroenLinksers zaten. Overigens geldt ook voor de IND: iemand moet het doen. Vaak lijken die ter zitting slecht op hun gemak en wellicht gaat van een ‘harde’ taak een psychologisch verhardend effect uit – maar dat de rechter moet vragen of er geen excuus af kan in een zaak waarin de dienst faliekant fout zit, juridisch en in tijdsduur, met vergaande gevolgen voor de vrouw die ten onrechte geen verblijfstitel kreeg, dat wijst in de richting van beroepsdeformatie.

Misja Pekel, De vreemdelingenrechter. Human. Donderdag 26 februari, 22.53 uur, Nederland 2