Heb ik dat bedacht?

Omdat de mens dom is, dacht hij dat God van alles twee had gegeven. Twee ogen, twee neusgaten, twee handen, twee voeten, twee oren, twee benen, et cetera. Maar niet iedereen kon tot twee tellen. Dus zeiden sommigen: we hebben maar één mond, één neus, één hoofd, één God, et cetera.

Ook dat was goed.
Was iets niet twee, dan was het één, en was het één dan kon je wel een tweede vinden dat het tegengestelde was: mond, kont, kop, strop, neus, kneus, ingang, uitgang, et cetera.
Omdat de mens dom is, dacht hij dat God alles had rondgemaakt door alles rond te maken: zon en maan waren rond, ogen waren rond, gaten waren rond, mond was rond, kont was rond, tieten waren rond, een strop was rond, de aarde was rond, het wiel was rond, een kogel was rond, een vrucht was rond, een hoofd was rond, ballen zijn rond, een piel is rond.
Sommigen die zo stom waren dat ze niet wisten wat rond was, zeiden dat alles recht was: je doodskist is recht, je loopt recht, we denken rechtlijnig - noem maar op, vul maar aan.
Eén en twee, rond en recht, ziedaar alles wat de mens moet weten om te meten. Eigenlijk zou 1 en rond (0) al genoeg zijn, maar pedagogen zoals ik hebben nu eenmaal de niet te onderdrukken neiging om alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
De domme mens zag het als een vorm van wijsheid om overal meer of minder van te maken. Had hij land, dan wilde hij meer land. Dan moest iemand anders maar minder land.
Zo ontstond oorlog.
Toen de landen eindelijk verdeeld waren, kregen we het meer-en-minderdebat over geld. Zo ontstond er weer oorlog.
Oorlog betekent: alles wat levend is doodmaken en niet wachten tot iets doodgaat.
Er waren soms grappige dingen. Een Leider die meer land wilde hebben, kreeg dat land ook, maar kreeg daarbij bijvoorbeeld gratis kanker en stierf snel.
Niemand vroeg zich af waarom hij die oorlog eigenlijk gevoerd had, maar men noemde hem een held. Want aan dood heb je niets.
Ook grappig was dat er bijvoorbeeld vijf jaar strijd was geleverd, en dat er nadien niets was veranderd, behalve dat er dertig miljoen mensen minder waren en dat het land dat de oorlog was begonnen in… tweeën was verdeeld.
1, 2, rond, recht, ellebooggevecht, grote klap, kleine klap, muisje loopt weg: de mens kon met het weinige of het vele maar geen genoegen nemen. Hij wilde wel in Platland leven, maar hij leefde niet in Platland - hij had de pest in.
Het meest tragisch - maar ook het aandoenlijkst - was de mens als hij zichzelf verbaasde.
Eerst waren er geen vliegtuigen - toen waren er opeens vliegtuigen.
Eerst waren er geen computers - toen waren er computers.
Eerst waren er geen automatieken - toen waren er automatieken.
Eerst was er iets niet, toen wel. Alles was ontstaan uit het niets. Hoe kon dat nou? Alles wat telbaar was en wat de mens ‘de werkelijkheid’ noemde (of 'de realiteit’), was bedacht! De realiteit bedacht? Door wie? Door hemzelf! De wapens waren bedacht, het eten en drinken, de schoonheid - het was allemaal door hemzelf bedacht! En het verdriet dan? En de liefde? Was dat soms ook door hem bedacht?
Door wie anders?
Door God natuurlijk…
'Of is die soms ook door mij bedacht!’ 'Door wie anders?’
'En waarom ben ik dan niet gelukkig?’ 'Omdat je te veel hebt gedacht.’
1, 0, je bent de lul/ je denkt alleen maar flauwekul.
Je overziet het slagveld; rokende puinhopen naast de gaskamers. Een berg bestaat uit lijken, een andere berg bestaat uit gebitten.
'Heb ik dat allemaal bedacht?’
'Wie anders?’
'Dit heeft God allemaal bedacht, hoor!’ (Korte pauze - veel overleg in het parlement en in het café.) 'En als je niet gelooft dat God dit heeft bedacht, dan schieten we je neer.’
Sommige mensen zijn dommer dan andere mensen.