‘Heb ik dat gezegd?’

De man is een sukkel in de wereld van Peter van Straaten. Is hij dat zelf ook? ‘O, wat gênant.’

Medium hh 2989791klein

‘SEKS WORDT verspild aan jonge mensen. Echt lekker neuken doe je op latere leeftijd, maar dan ben je allebei niet zo mooi meer. Ik heb een buik…’
Nou…
'Jawel, ik heb een buik. Ik zie er niet uit. Dat is het tragische. Jonge mensen zien er lekker uit, maar ze kunnen niet neuken. Het wordt mannen ook zo slecht geleerd. Vroeger was dat beter. Vaders brachten hun zonen naar de hoeren en daar leerden ze hoe ze een vrouw moesten bedienen.’
Ze leerden néuken.
'Als het een goede hoer is, moet ze ook zeggen wat een vrouw lekker vindt.’
Hoeren die zeggen wat ze écht lekker vinden?
'Ik geloof dat ik uit mijn nek lul.’
Hoe heb jij 'het’ geleerd?
'Vooral door er veel over na te denken, geloof ik.’
In je pornografische tekeningen, bijvoorbeeld in je boeken 'Aanstoot’ en 'Nastoot’, toon je je een erotisch meester.
'Dat ben ik niet. Maar ik doe mijn best. Ik geloof echt in het wederzijdse genoegen. Veel mannen hebben dat niet.’
In je tekeningen lopen nogal wat vrouwen rond die zich een Echte Man lijken te wensen maar met een sukkel opgescheept zitten. Zo'n 'Doe ik het wel goed?’-man, zoals een van je boeken heet.
'Dat boekje is inderdaad niet echt vleiend voor de man. Het zijn tekeningen uit de Humo, daar teken ik alleen maar over neuken. Nog steeds, elke week. Op een van de laatste die ik gemaakt heb zie je een vrouw en een paar bobbels onder de deken waaruit blijkt dat ze gebeft wordt. Ze schuift de telefoon onder de deken en zegt: “Het is voor jou.”
Ik vind die porno echt heel leuk om te doen. Ik teken nu ook in Playboy. Tekeningen bij recepten, met de opdracht: wat gebeurt er na het eten? Al op mijn tweede tekening laat ik zien wat er reeds tijdens het koken allemaal kan gebeuren.’
Jij kunt zelf middagen lang in de keuken staan.
'Ik ben ontzettend geïnteresseerd in de cuisine. Vooral dankzij Hugh Jans (culinair medewerker van Vrij Nederland - ah), die ontzettend stimulerend over eten kan praten. Maar het vervelende is: ik kan niet even een hapje maken. Daar moet meteen een sausje bij en ik moet het mooi rangschikken op bordjes. Het wordt altijd zo'n toestand. Maak dan een stamppot, zeggen ze wel eens. Maar een stamppot maken is een ontzettend werk. Neem een andijviestamppot. Daar ben je uren mee bezig. Je moet de andijvie wassen, heel goed wassen, anders smaakt hij naar zand, je moet de aardappels schillen, en dan moet je het allemaal door elkaar stampen. Echt, zogenaamde eenvoudige kost is heel veel werk.
Porno is ontzettend moeilijk om te tekenen. Alles moet kloppen en het moet er aangenaam uitzien. Heb je de vrouw net in de goede houding, krijg je de man maar niet goed. Het is beulen.’

JE WERKT NOOIT met modellen?
'Nee, ik kan niet naar de natuur tekenen. Ik moet het echt allemaal voor me zien, in mijn fantasie. Aatje Velthoen heeft dat gedaan: gewoon mensen laten neuken. Daar heeft hij prachtige litho’s van gemaakt. Dat zou ik niet kunnen. Ten eerste bewegen die mensen. Maar het is vooral omdat de werkelijkheid helemaal niet blijkt te kloppen met mijn fantasie. Ik zie wel eens een pornofilmpje, maar ik heb toch de neiging om weg te kijken. Dat gaat mij niet aan.
Ik kan ook geen mooie vrouwen tekenen. Een mooie vrouw tekenen is op zich niet moeilijk. Maar een mooie vrouw met een uitdrukking in haar gezicht, dat is heel moeilijk. Als ik ze laat lachen of huilen, ernstig laat kijken of doodgewoon laat niezen, worden ze onmiddellijk lelijk.’
'En toen gebeurde het.’ Zo eindigde de laatste aflevering van 'Agnes’ in Vrij Nederland. Gaat het eindelijk weer eens goed mis tussen Agnes en Arthur, na al dat relatiegeluk?
'Die zin is omineuzer dan het resultaat. Agnes biecht Arthur gewoon haar vreemdgaan op, met een slok op. Dat geluk van Agnes, daar heb ik veel klachten over gekregen. Ik heb haar gelukkig gemaakt toen ik van plan was met de serie te stoppen. Een mooi einde. Maar ik miste dat mens zo vreselijk. Ik hield het anderhalf jaar uit.’
Je liet haar gelukkig worden met de man die nergens goed voor was, voortdurend wegliep, vreemdging. Vertegenwoordigt Arthur jouw romantisch ideaal?
'Nee, dat niet. Maar hij is wel een goeie kennis. De meeste lezers hebben een hekel aan Arthur, maar ik heb altijd een zwak gehad voor hem, al was hij een beetje een flierefluiter. Als hij er was, was het ook leuk. Hij is intelligent en gezellig. Alleen werd hij telkens onrustig en dan ging hij weer de hort op. Hij heeft ook enorme dips gehad, hij is vreselijk aan de drank geweest. In die perioden moest Agnes hem absoluut niet. Hij scharrelde toen in jaren-vijftigmeubeltjes. Daar zag ze ook al niks in, dat vond ze maar zielig gedoe. Dat wás ook een beetje zielig. Maar de man is veranderd. Hij is veranderd, Agnes niet. Hij heeft zijn midlife-crisis achter de rug. En hij is toch haar grote liefde.’
Arthur kwam in het ziekenhuis terecht.
'Ik ben opgebeld door een vrouw - dat was wel ontroerend - die zei: “Laat u Arthur alstublieft niet doodgaan. Dat kan Agnes er niet bij hebben.” “Mevrouw, maakt u zich niet ongerust”, heb ik geantwoord. “Het komt wel goed.” Ja, het was mijn eigen geschiedenis met mijn hart. Ik verwerk veel van mijn eigen ervaringen in Agnes.’
Maar hoe moet het nu verder met Agnes? Geluk is dodelijk voor een verhaal.
'Ik weet het zelf nog niet, en ik wil het ook niet weten. Ik wil mezelf verrassen. Dat vind ik het leuke van schrijven: dat je ineens een bocht neemt en bij god niet weet waar je uitkomt.’

ARTHUR EN Agnes zijn niet getrouwd. Jij wel.
'Ze moeten nog trouwen. Dat gaat binnenkort gebeuren, al weet ik nog steeds niet precies hoe. Jazeker. Agnes vond het een hele stap. Daarom is ze ook vreemd geweest.’
Hoe lang ben je nu getrouwd?
'In september vier jaar. Voor mij was dat een heel logische stap. Dat gedonder dat Els kreeg toen ik in het ziekenhuis lag: “Maar wie bent u dan?” “Ik ben zijn vriendin.” “Ja, dat kan iedereen wel zeggen.” En ik heb niks tegen het huwelijk.’
In de Humo heb je eens boude uitspraken gedaan over het huwelijk.
'O god. Een gênant interview, waarschijnlijk.’
'Ik geloof in het instituut huwelijk’, zeg je…
'Zie je wel!’
’… anderzijds gaat het natuurlijk dwars tegen de natuur van de man in. (…) Ik ben absoluut niet monogaam. (…) Arabische vrouwen dwingen de man ’s ochtends tot de daad. Dat is nog geen echte garantie voor trouw, maar toch wel een ernstige waarborg.’
'Heb ik dat gezegd? ’t Is me wat. Wanneer? Toen lag ik in scheiding van Marijke, mijn eerste vrouw. Maar ik weet niks van Arabische vrouwen. Dat is me in de mond gelegd.’
Vast niet alles is je in de mond gelegd.
'Nou ja, niet één man is monogaam. Alleen met het vorderen der jaren word je vanzelf monogaam. Sinds ik met Els ben, heb ik geen enkele behoefte meer aan vreemdgaan.’
Je gaat ook niet meer alleen op stap?
'Nee, bijna nooit. Eigenlijk doen we alles samen. Dat voel ik helemaal niet als een druk. Integendeel. Dat hoort toch bij een gelukkig huwelijk? Het blijkt dus dat ik een heel slecht eerste huwelijk had. Wist ik veel.’
Maar jullie waren wel 28 jaar samen.
'Ik was zelf niet ongelukkig. Ik ben nooit ongelukkig. Maar ik wílde toen wel heel graag vreemd. Alleen kwam het er nooit van. En als het al eens gebeurde, verknalde ik het diezelfde avond nog. Natuurlijk, uit schuldgevoel. Ik ben opgebouwd uit schuldgevoel.’
Wanneer is voor jou 'het moderne leven’ begonnen, inclusief de wederzijdse lustbeleving?
'Negen jaar geleden, na mijn eerste huwelijk. Toen heb ik een paar jaar lang flink wat ingehaald. En dat was dan dat. Het had niet veel langer moeten duren.
In die tijd ontdekte ik dat er vrouwen waren die op me vielen. Dat was een ontzettende openbaring voor me. Heel erg leuk.’
Waarom vielen ze op je?
'Ik denk omdat ik iets jongensachtigs heb. Omdat ik erg appelleer aan moedergevoelens bij vrouwen: die man moet beschermd worden, die loopt in zeven sloten tegelijk.’
Speelt je bekendheid ook een rol?
'Ik vrees het wel. Maar ik heb geen zin meer om daarover na te denken. Als ik iedere keer ga denken: jaja, die vrouw valt op me omdat ik die beroemde tekenaar ben, dan vergaat me alle lust.’
Eigenlijk twijfel je ook nu nog over je aantrekkingskracht.
'Jaha! Ik heb nog nooit een onbekende vrouw aangesproken in het café.
Vóór die tijd was ik toch een beetje een verlangende puber. Dat ben ik tot mijn zesenvijftigste gebleven. Ik had de verkeerde uitstraling naar vrouwen. Ik vond mezelf onaantrekkelijk, en dat versiert niet lekker. Op een gegeven moment, zo rond mijn eenentwintigste, was ik de enige in mijn vriendenkring die nog nooit geneukt had. Dat begon een probleem te vormen. Een vrouw die ik kende, zei: “Daar gaan we iets aan doen.” We hebben een afspraak gemaakt, we zijn eerst lekker gaan eten. Ik was doodsbang, dus ik vroeg telkens opnieuw: zullen we nog iets gaan drinken? Nee dus.
Ik mag aannemen dat het heel onhandig geknoei werd. Ik wist niet hoe een vrouwenlichaam precies in elkaar zat. Echt niet. Daarvoor had ik al eens met een Française gevreeën, en toen kon ik hem er maar niet in krijgen. We waren allebei nogal heel erg dronken, zij en ik, en ze hielp me ook niet. Ik hoor het mezelf nog zeggen: “Où est le trou?”’

JE HEBT EEN herenclubje op de zaterdagmiddag, bij café Hoppe.
'Het is geen club, iedereen is welkom. Ook vrouwen. Het lijkt een beetje een herenclub, want het zijn vooral uitgevers. We praten doorgaans over boeken. Maar ook wel over voetbal.’
Heb jij een boezemvriend?
'Die had ik vroeger. Maar ja, hoe gaat dat. Hij trouwde eerder dan ik en ik zat altijd in de kroeg, want ik kon in iedere kroeg de vrouw van mijn leven tegenkomen, dacht ik. Dus als ik bij hem en zijn vrouw at, werd ik al snel zenuwachtig, dan wilde ik weg. Dat gaat niet samen. Nu heb ik niet meer zo'n goede vriend. Ik heb er kennelijk geen behoefte aan.’
Mannen zijn niet zo aan je besteed?
'Niet echt. Het valt me telkens weer op dat mannen waanzinnig oppervlakkig met elkaar omgaan. Toen een van de mannen uit het Hoppe-clubje was doodgegaan, vroeg Els: “Had hij kinderen?” Ik zei: “Ik weet het niet.” “Maar vraag je dat dan niet?” vroeg ze. “Nee”, zei ik, “zoiets vraag je niet.” Dat is typisch mannelijk. Een vrouw zou dat na een uur al weten.’
Zou je zo'n vraag eerder aan een vrouw stellen?
'Ik denk het wel, ja.’
In jouw werk gaan ook de vrouwen niet zo liefdevol met elkaar om.
'Vrouwen gaan inderdaad niet zo leuk met elkaar om, moet ik je eerlijk zeggen. Daar is veel haat en nijd, kinnesinne en jaloezie.’
De meest geslaagde vriendschappen zijn die tussen man en vrouw?
'Als het goed zit wel.’
Zuivere vriendschap, zonder seks?
'Oei… Heb ik een vriendin gehad waar ik absoluut geen seks mee had en die toch een vriendin was? Nee, dat heb ik niet. Er moet toch een seksuele spanning zijn. Om nou te zeggen dat ik vriendinnen heb, waar ik verder niks mee moet - nee.’
Een treurige conclusie over de omgang tussen de seksen.
'Misschien verbetert het. Je moet maar eens aan andere mannen vragen of zij een vriendin hebben waar ze verder niks mee doen. Maar ik vrees toch dat de meeste mannen denken: met een vrouw gaan eten en dan niet neuken - dat kan niet.’

WIE IS IN jouw ogen een aantrekkelijke man voor vrouwen?
'Vroeger had ik geantwoord: Joop van Tijn.’
Waarom?
'Hij was goed van de tongriem gesneden, hij was geestig, hij had een leuke kop.’
Die eigenschappen heb jij toch ook allemaal?
'Nee, zo zie ik mezelf niet echt… En nu lijkt Hans van Mierlo me een zeer aantrekkelijke man voor vrouwen.’
De mannen die je noemt, lijken zichzelf heel aantrekkelijk voor vrouwen te vinden. Gaat het daar misschien om?
'Is dat zo? Ja, dat is mogelijk.’
De macho-uitstraling.
'Hans van Mierlo is toch geen macho? Absoluut niet. Hij heeft iets schutterigs, iets verlegens.’
Je hebt je een tijdje, via een vriendin, in het mondaine leven gestort. Gedroeg je je toen noodgedwongen meer 'macho’ dan je van jezelf bent?
'Ik probeerde absoluut niet macho te zijn. Dat nam ze me juist zo kwalijk. Ik blijf toch een jongetje, min of meer. Wel was ik in die tijd heel euforisch. Alles leek mee te zitten, met vrouwen.’

JE HEBT JEZELF wel eens getypeerd als een jongetje met vijf vaders, een stil en teruggetrokken kind.
'Mijn vader was een soort god op een hoge troon. Daar had ik niet zo veel aan. Ik ben opgevoed door mijn moeder en door mijn broers, die allemaal ouder waren dan ik.’
Zit dat kind nog in de man die je nu bent?
'In hoge mate ja. Ik ben verlegen, stil, ik ben geen drukke prater.’
Die terughoudendheid vormt een grote tegenstelling met jouw…
’…ambitie?’
…met je soms ongelooflijk grote openhartigheid in de media over je privé-leven.
'O god. Ja, dat is zeer gênant. Soms blijf ik maar doorratelen. Ik heb in interviews dingen gezegd waarvoor ik me nu dood schaam. Jan Blokker noemt dat, heel terecht, “klikken over jezelf”. Ik vind tv-programma’s als Het spijt me en All You Need Is Love ook zo gênant. Ik kan daar niet naar kijken. Vooral met het noemen van namen moet je heel erg voorzichtig zijn. Ik heb daar veel fouten mee gemaakt. Ik kan ze ook niet meer lezen, die oude interviews.’
Verleden jaar heb je je voor de Haagse Post door je eigen echtgenote laten interviewen. Gaat dat niet wat ver?
'Dat is een keurig interview. Dat ging alleen over mijn werk, en nou eens niet over mijn zogenaamde ongelukkige jeugd of seksuele onzekerheid.’
Zo'n interview met je vrouw, waarin jullie ook naar elkaar verwijzen, straalt de boodschap uit: ik ben wel met iemand samen hoor, lezer.
'Maar als het goed is, is je partner toch een groot deel van je leven? Ik ben niet van harte een vrijgezel. Els zegt: “Als ik dood ga, heb jij binnen drie maanden een ander.” En dat zou best eens kunnen.’
Dat hoeft toch niet iedereen te weten?
'Nee. Ik had graag een groter raadsel willen zijn. Maar alles is open en bloot. O, vreselijk.’
Zit er in die uitingen misschien toch ook iets van ijdelheid?
'Nou! Zeker! Ik ben heel erg ijdel. Ook dat is zo gênant.’

IS ER EEN gebeurtenis waarop je met veel mannelijke trots terugkijkt? Een mijlpaal?
'Jezus - ik denk niet zo in zulke termen.’
Of een gebeurtenis waar je je als man erg voor schaamt?
'Van één ding heb ik ontzettende spijt. Ik heb altijd gezegd tegen mijn broers en schoonzussen dat ik met de erfenis niks te maken wilde hebben. En toen ben ik toch gaan zeiken over een schilderijtje dat ik wilde hebben. Dat wilde iedereen hebben, en dat is een heel onsmakelijke strijd geworden. Dat vind ik een van de meest beschamende episoden in mijn leven. Ik had consequent moeten zeggen: “Ik wil niets hebben.” Maar mijn toenmalige vrouw vond dat ik voor mezelf op moest komen.
Voor jezelf opkomen, dat vind ik het allerergste wat er bestaat. Je tanden laten zien… verschrikkelijk om te doen.’
Ben je echt zo onzakelijk als je soms doet voorkomen?
'Nee, niet echt. Als ik voor mezelf móet opkomen, lukt dat ook wel. Als ik echt iets wil, dan krijg ik het ook. Misschien lijkt het dat ik me heb laten leven, maar dat is helemaal niet zo. Ik heb daarmee ook gekoketteerd, maar dat doe ik niet meer.
Het is wel prettig om zogenaamd onzakelijk te zijn. Ik praat wel eens met zakenmannen die zeggen: “Jij pakt het helemaal verkeerd aan. Je hebt nu succes, dan moet je eruithalen wat erin zit.” Zo wil ik niet zijn. Ik ben makkelijk. Bovendien: wil je je kunnen handhaven, dan moet je je werk gedoseerd brengen. Anders heb je binnen de kortste keren overkill. Je moet nee kunnen zeggen, dat heb ik inmiddels geleerd.’
Je deed anders altijd van alles voor bedrijven. Komt die verandering misschien door Els?
'We hebben afgesproken dat ik niks meer doe op dat vlak. Els zei: “Je moet het langzaam gaan afbouwen, je werkt te hard.” Ik merkte zelf ook dat ik niet meer zo veel aankan. De cardioloog heeft gezegd dat ik stress moet vermijden. Daar kwam bij dat ik steeds meer weerzin kreeg tegen opdrachten. Met mijn laatste grote opdracht, een aantal advertenties voor KPN, heb ik waanzinnig veel geld verdiend. Maar ik ben niet trots op het resultaat, had daar ook te weinig zeggenschap over. Ik ben er eigenlijk ingestonken: “De klant wil het zo.” Het gedoe met mijn hart was, wat dit betreft, een blessing in disguise.
Ik kreeg dat infarct in 1994, toen ik Els net een paar weken kende. En twee jaar later kreeg ik een tweede infarct. Toen ben ik gedotterd, en dat ging mis. Ik moest binnen een uur een nieuwe ader hebben, met twintig procent kans om levend uit de operatie te komen. Dat percentage had Els uit de chirurg gekregen. Ik wist zeker dat ik dood ging.’

JE ZIET ER bepaald niet slecht uit. Je hebt ook nieuwe tanden.
'Het is allemaal nieuw. Ik heb twee nieuwe slangen in mijn lijf, uit mijn been gerukt. Tot nog toe gaat alles goed met mijn hart. En wat die tanden betreft, ik heb heel zorgvuldig een paar scheve uitgekozen. Dat oogt beter dan van die kaarsrechte witte.
Ik heb er jarenlang tegenaan gehikt, het is een ontzettende drempel. Maar ik had het veel eerder moeten doen. Ik had zo'n verschrikkelijke pijn. Ik kon niet eten, kreeg last van mijn maag. Die nieuwe tanden zijn zo'n zegen.’
Kon je die stap zetten omdat je niet meer naar het café hoefde om vrouwen te veroveren?
'Dat is een gewetensvraag. Ja, je moet wel een leuke partner hebben.’

Beeld: Nederland, Amsterdam, 1 Januari 1992. Tekenaar Peter van Straaten bij een van zijn tekeningen. Foto: George Verberne/Hollandse Hoogte