Golfclub Spaarnwoude. Voor iedereen

‘Heb jij die opdracht nou getekend?’

‘Ar ar ar ar ar’, zo imiteren de golfers van Golfclub Spaarnwoude de aardappel in de keel die chiquere clubs volgens hen zo typeert. ‘Ik probeerde mij eens bij zo’n club aan te sluiten. Ze kunnen de pot op.’

‘Ik zeg altijd: onze golfbaan is vooral leuk om de sfeer die er hangt.’ Patty Smit (‘zoals de zangeres, ja’), golf course manager van golfbaan Spaarnwoude, probeert de sfeer op haar golfbaan te typeren. ‘Tja, hoe moet ik dat uitleggen?’ Ze legt haar kin op haar vuist en denkt na.

Smit is een wonderlijke mix van volks en chique. ‘Die goser bakt er echt niets van’, zegt ze over een golfer die ze in het voorbijgaan groette. Om haar nek heeft ze een nuffig sjaaltje geknoopt, zoals de meerderheid van de vrouwen die de golfbaan bezoekt.

‘Laat ik gewoon vertellen wat voor club we zijn’, zegt Smit. De feiten: golfbaan Spaarnwoude bij Haarlem opende in 1977. Het is de grootste golfbaan van Europa. Ze begonnen met negen holes, inmiddels telt de baan er 27. Per jaar verwelkomen ze 325.000 bezoekers. Lidmaatschap is niet vereist, maar ze hebben wel een ledenclub, die tweeduizend zielen telt. Het café en terras zijn te huur voor trouw- en bedrijfsfeestjes. Het restaurant heeft schappelijk geprijsde gerechten op de menukaart. En je kunt er in spijkerbroek op de baan staan.

‘Bij ons zie je ook nog wel eens een allochtoon’, fluistert Smit. Dit in tegenstelling tot andere, kakkineuze golfbanen die nog altijd een wit bolwerk zijn. Ik kijk om me heen in het drukke restaurant. Als er wel eens een allochtoon komt, dan niet vandaag. Wat wel klopt is de genera­tionele verscheidenheid onder de bezoekers, waar Smit al over vertelde: ‘Jong, oud, we hebben het allemaal.’ Senioren zijn in de meerderheid, maar aan sommige tafels zit ook jonger volk, strak in krijtstreeppak of in iets sportievere kleding, blackberry naast hun kopje koffie.

‘Moet je kijken’, zegt Smit. Ze wijst naar twee golfers op de baan. ‘Dat zijn bouwvakkers. Zulke mensen krijgen we hier ook.’ Daarna wenkt ze een jongen in een rolstoel. Ook hij staat hier regelmatig op de baan. Smit wil maar zeggen: golfbaan Spaarnwoude is een laagdrempelig instituut voor alle rangen en standen, alloch­tonen en gehandicapten. ‘Maar je kunt natuurlijk niet in je zwembroek gaan golfen’, zegt Smit. ‘Wat ook niet kan zijn vrouwen die een shirtje met spaghettibandjes dragen. Die haal ik van de baan.’

We staan bij de giftshop waar Smit, tussen het groeten van bekenden door, vertelt over de andere kwaliteit, naast sfeer, die golfbaan Spaarnwoude tot een drukbezochte plek maakt: de lage prijzen.

Greenfees (bijdragen om een aantal holes te mogen spelen) beginnen bij tien euro; golf­materiaal (ijzers en tas of kar) is te huur vanaf 13,50 euro; soms geven ze gratis golflessen; de golfbaan heeft ook een exclusieve golfclub (Golfclub Spaarnwoude) waar je voor 180 euro per jaar lid van kunt worden; en er is een business­club met bijbehorende voordelen waar bedrijven zich voor 2500 à 3500 euro bij kunnen aansluiten. ‘Je kunt hier ook voetgolfen’, zegt Smit. ‘Dat is hetzelfde als golfen, maar dan met een voetbal. Andere golfclubs gruwen daarvan.’

Onder de regelmatige bezoekers van golfbaan Spaarnwoude zijn veel ex-voetballers, zoals Barry van Galen (AZ). Ook tv-presentator Bert Kuizenga (rtl7) is een graag geziene gast. Smit wijst naar een foto op de muur, gemaakt op een recent golftoernooi dat het Guinness Book of World Records haalde als het grootste golftoernooi ooit. Op de foto lacht voetbal­trainer Louis van Gaal zijn tanden bloot in de lens. ‘Goeie vent’, zegt Smit. Op Spaarnwoude heerst volgens haar de gemoedelijke ambiance van een voetbalclub. Het is zelfs zo dat op avonden dat er Champions League-wedstrijden worden gespeeld het restaurant bomvol zit. Dan worden de chesterfields en eikenhouten tafels opzij geschoven zodat mensen op de grond kunnen zitten. ‘En de hoeveelheid bitterballen die er dan gegeten wordt!’ zegt Smit. ‘God, je wilt niet weten hoeveel.’

Om erachter te komen waar golfbaan Spaarnwoude nu precies voor staat, moet ik eens een paar holes meelopen met wat golfers, vindt Smit. Dat gebeurt de volgende dag, een zonnige donderdagmiddag. De golfbaan is nog drukker bezocht dan de dag daarvoor, toen het bewolkt was. Op het parkeerterrein staan veel auto’s in de middenklasse: Ford Mondeo, Peugeot 407, Opel Vectra.

Smit heeft mij voor deze dag gekoppeld aan twee groepjes. Het eerste is een viertal mannen. De leider van het groepje, Ben Coster (61), knijpt bij begroeting bijna mijn hand fijn en houdt zijn gezicht vlak voor het mijne. ‘Wat? Hoe heet je?’ vraagt Coster. ‘Zal ik je gewoon Hassie noemen? Dat is makkelijker. Hassie Bassie.’ Hij is lang en heeft grijs haar tot op de schouders. Een zelf­verzekerd alfamannetje dat gewend is mensen te vertellen wat ze moeten doen. ‘Ga jij maar even lekker koffie drinken in het restaurant, Hassie. Ik ga nog wat balletjes inslaan. Dan kom ik je zo ophalen.’

Als we later de baan oplopen, vertelt hij al multitaskend over zichzelf. ‘Ik heb twee bedrijven’, zegt hij. ‘Eentje is een financieel advies­bureau. Het andere is een evenementenbureau.’ Coster klust ook bij als deejay. Als plaatjesdraaier die voor generatiegenoten hits uit vroegere tijden op de pick-up legt? ‘Nee joh’, zegt hij. ‘Housemuziek. Ik heb laatst nog gedraaid in een tent in Zandvoort. Voor een man of vijftien­honderd.’

Voordat hij aan de slag ging als deejay en zelfstandig financieel adviseur werkte Coster voor de ING Bank als accountant. In die hoedanigheid kwam hij voor het eerst in aanraking met de golfsport. Coster: ‘Dan ga je een balletje slaan met een zakenrelatie. Geeft wat ontspanning. En dan ben je lekker buiten in plaats van in een kantoor. Dat maakt het veel makkelijker praten.’

Terwijl hij met wat slagen in de lucht zijn swing oefent, komt de rest van het viertal aanlopen, hun golftas op wielen achter zich aan­slepend. Avi Ofidia (29), account executive bij Willis, een Amerikaanse verzekerings­maatschappij, brengt bij kennismaking net als Coster zijn gezicht iets te dicht bij het mijne. ‘Ben je Marokkaans? Lekker tajine eten, hè? Lekker tajine. Lekker.’

De twee andere golfers zijn Erik Haan (39), makelaar bij Makelaars@Work, en Rogier van Norden (37), IT-ondernemer. Het viertal maakt deel uit van een grotere groep, bestaande uit zestien man, die in groepjes van vier over de golfbaan verspreid zijn. Dit doen ze één keer in de maand. Na afloop van de achttien holes die ze zullen spelen (vier uur) gaan ze eten in het restaurant en ‘bieren’. De anderen zijn net als Coster, Ofidia, Haan en Van Norden kleine ondernemers, accountants, makelaars.

‘Golfen is een concentratie­spelletje’, zegt Coster als ze aan de eerste hole beginnen. Maar tussen het slaan door kan er best wel gepraat worden. ‘Heb jij die opdracht nou getekend voor dat appartement?’ vraagt Coster aan Ofidia. Er worden zaken besproken, maar die zijn niet van zulke omvang als in het cliché van ceo’s die bij het slaan van een balletje miljoenendeals sluiten.

De vier verspreiden zich over het grasveld, hun balletje achterna. Patty Smit vertelde de dag daarvoor dat je bij golfen iemands karakter goed leert kennen. Daarom is het zo populair bij zakenmensen. Speelt hij vals? Kan hij tegen zijn verlies? Dat zijn karaktertrekken die je niet zo snel boven tafel krijgt bij een zakenlunch.

‘Golfen is voor ons niet zo’n middel om zaken te doen’, zegt Ofidia. ‘Spaarnwoude heeft een businessclub, maar die heeft een teruglopend ledental. Het gaat niet goed met de economie en ook niet met bedrijven. Waar bezuinigen ze dan het eerst op? Inderdaad, op dit soort luxe.’

Ik loop nog twee holes met ze mee. Als ze over andere golfclubs komen te spreken, de chiquere, beginnen ze overdreven bekakt te praten, om zo het elitaire karakter van die clubs belachelijk te maken. Smit deed het ook al. Ik zal het later die dag nog een paar keer meemaken. Sociale nijd?

‘Ik probeerde mij eens bij zo’n chique club aan te sluiten’, zegt Coster. ‘Dan moet je je inkopen. Maar voordat dat gebeurt, word je gekeurd door een ballotagecommissie. Mij hadden ze geweigerd. De commissie vroeg mij nog om langs te komen, dan zouden ze nader motiveren waarom ze mij afwezen. Ik ben natuurlijk niet gegaan. Ze kunnen de pot op.’

Het tweede groepje waarmee ik een paar holes zal oplopen heeft eerst in het clubhuis geluncht (tosti, witte wijn) voordat ze de baan opgingen. ‘Ik kan er niets van, hoor’, zegt Ligia Raalte (55). Ze is Surinaams en de eerste allochtoon die ik op de baan zie. ‘Ik werk als manager in de zorg.’ Ze is hier met haar vriend Henk Engel (69) en Nic Slingerland (68). Engel en Slingerland beginnen met slaan. Daarna is Raalte aan de beurt. Ze giechelt en herhaalt nog eens dat ze er niets van kan. Dat blijkt ook als ze na drie keer misslaan de bal bij een vierde poging in het water mept. ‘Ik doe het maar net een paar weken’, verontschuldigt Raalte zich. ‘Binnenkort moet ik mijn gvb halen.’

gvb: golfvaardigheidsbewijs. Zonder dit bewijs kun je alleen de baan op in gezelschap van anderen die wél een gvb hebben.

Raalte’s vriend Engel geeft haar bij elke misslag een compliment voor haar spel. ‘Fantastisch, Ligia. Fantastisch.’ Engel en Raalte staan minstens drie keer in de week op de golfbaan in Spaarnwoude. ‘Ik had vroeger een catering­bedrijf’, zegt Engel. ‘Maar dat heb ik over­gedragen aan mijn dochter. Nu heb ik alle tijd om te golfen.’

‘Als manager in de zorg is het belangrijk dat je vaak genoeg ontspant’, zegt Raalte. ‘Dan gaan we twee uur golfen en daarna hier in het restaurant lunchen of dineren. Heerlijk.’

Hun vriend Nic Slingerland is lid van een golfclub in Noordwijk. Maar Spaarnwoude vindt hij leuker, minder dikdoenerig. ‘Ik heb mijn bedrijf, een import-/exportbedrijf, een paar jaar geleden verkocht. Vroeger ging ik wel eens golfen met bankdirecteuren, maar toen vond ik het eerlijk gezegd niet leuk. Dat was meer voor het zakendoen dan voor mijn plezier. Wel jammer dat ik er nu pas zoveel lol aan heb, want nu ben ik te oud om nog goed aan mijn swing te werken.’

‘We zijn wel eens met Nic meegegaan naar de golfclub in Noordwijk’, zegt Raalte. Een vreselijke plek vond ze het. Om uit te leggen wat ze er niet leuk aan vond, begint ze met een aardappel in haar keel te praten. Ik versta niet helemaal goed wat ze zegt. Het klinkt als het gekrijs van een meeuw. ‘Ar ar ar ar ar.’ Engel en Slingerland lachen besmuikt. Raalte: ‘Maar met de huidige economische situatie hebben ze niet zoveel reden meer om bekakt en hautain te doen.’

Op een andere hole zie ik twee jongens staan. Twintigers in spijkerbroek en met gympen aan. Eentje heeft een muts op en draagt een wijd zittend T-shirt bedrukt met graffititekst. Met een soepele slag die jaren ervaring verraadt slaat hij het balletje over het veld.

‘Dat is zo leuk aan Spaarnwoude’, zegt Raalte die met mij de slungelige twintiger nastaart. ‘Er komen hier heel diverse mensen.’

‘Nu moet jij het maar eens proberen’, zegt Engel. Hij duwt me een ijzer in de hand.

‘Ja!’ zegt Raalte. ‘Je denkt dat het makkelijk is, maar dat is het echt niet, hoor.’

Engel en Slingerland vertellen hoe ik het ijzer moet vasthouden, hoe wijd ik mijn benen uit elkaar moet houden en dat ik eerst een paar keer naast de bal moet slaan om mijn slag te oefenen. Ik doe wat ze zeggen. Hoe moeilijk kan dit ouwelullenspelletje zijn?

Mijn eerste poging is dramatisch. Ik raak de bal niet eens. Bij de tweede poging sla ik het ijzer in het gras en ruk een kluit aarde uit de grond. Mijn derde poging is raak. De bal vliegt niet eens vijf meter ver.

‘Heel goed gedaan, Hassan’, zegt Engel.