Hebron ‘voordat de messias komt,moet er eerst een grote duisternis zijn’

Explosief, dat is wel het minste wat je kunt zeggen van de situatie in Hebron, voorafgaand aan de fatale aanslag. Niet lang voor dokter Goldstein zijn geweer leegschoot op biddende Palestijnen, maakte Arthur van Amerongen onderstaande reportage over de gewapende vrede in de Heilige Stad. Vanuit zijn huidige standplaats Beiroet bericht hij over de reactie in de Arabische wereld.

HEBRON - Kiryat Arba is bepaald geen stad waar je de laatste dagen van je leven zou willen slijten. Maar de joods-orthodoxe inwoners van deze flink uit de kluiten gewassen nederzetting, op een steenworp afstand van Hebron en een half uur rijden van Jeruzalem, denken daar heel anders over. De verzoening tussen de Israelische regering en de PLO heeft hen versterkt in de overtuiging dat het einde der tijden nabij is en dat spoedig de Messias zal komen. Overal tref je stickers aan met de tekst ‘Hinee, Hinee, Mashiach bo!’ ('De messias komt gewis’). Het enige restaurant in het centrum van Kiryat Arba verkondigt de heilsverwachting in de vorm van talloze posters.
De feestelijke komst van de Messias vormt voor de vrome uitbater echter geen aanleiding om de kwaliteit van zijn gerechten nog wat op te voeren. Slappe schnitzels, koude falafel en hommous uit een blikje zal de klant eten, eindtijd of niet.
Onder de schaduw van een parasol zitten soldaten op herhaling te triktrakken. Het getik van de stenen op het houten bord doorbreekt de dodelijke stilte. Bij de bushalte babbelen twee Ethiopi"ers in uniform zachtjes in het Amhari. Waren het aanvankelijk de Ethiopische immigranten die het inwonertal van het zeer strategisch gelegen Kiryat Arba moesten opvoeren, tegenwoordig zorgen de Russen voor de bevolkingsaanwas. Verdwaasd en verloren lopen ze rond, in korte broek en op sandalen. Alma Ata en Tiflis waren ook niet alles, maar van het Heilige Land hadden ze wellicht toch een andere voorstelling gehad.
Slenterend door de troosteloze straten van Kiryat Arba is het moeilijk voor te stellen dat dit een van de meest omstreden nederzettingen in de bezette gebieden is. Sinds 1967, toen het Israelische leger Hebron binnenviel, is de streek de arena geweest van een bloedige strijd tussen kolonisten en Palestijnen. Voor joden en moslims is Hebron na Jeruzalem de heiligste stad. Hier liggen de aartsvaderen Abraham, Isaac en Jacob begraven, samen met hun vrouwen. Jarenlang stond hier de troon van koning David, en hield Herodes de Grote er domicilie. De stad vormde de belangrijkste sleutel tot de oude handelsroute, die van Mesopotamie" naar Afrika liep, en was een garnizoensstad voor de legers van Egypte, Rome en Byzantium. In 638 veroverde de profeet Mohammed de stad, en sindsdien was de stad in de handen van de moslims met uitzondering van de elfde en twaalfde eeuw, toen de kruisvaarders er op hun karakteristieke wijze huishielden. Eeuwenlang woonden er ook joden in de stad, tot in 1929 tijdens een pogrom tientallen van hen werden vermoord.
Toen Moshe Dayan in 1967 de stad veroverde, wilde hij allereerst dat joden en moslims er weer vreedzaam naast elkaar zouden gaan wonen. Hebron moest het toonbeeld worden van joods-Arabische coexistentie. De bezetting zou onzichtbaar zijn, het leger zou buiten de stad blijven en de Arabieren kregen de kans te bewijzen dat ze zich konden gedragen.
Kort na de oorlog kwamen de eerste kolonisten en werd de droom verstoord. Baruch Nachshon was een van de eersten die zich hier vestigden. Nu woont hij in een flat, toen bivakkeerde hij in tenten en caravans. Zijn woning dient tevens als kantoor van Chabad, de zeer vrome chassidische beweging die onder leiding staat van rabbi Schneerson, bijgenaamd de Lubavitscher Rebbe. Baruch is kunstschilder, tussen de honderden boeken hangen zijn surrealistische schilderijen, meestal met bijbelse taferelen. Overal duikt de foto van de Lubavitscher Rebbe op.
Nachson: 'Ik ben hier gaan wonen omdat ik vond en vind dat wij recht hebben op het land van onze voorvaderen. Na 1929 hadden hier geen joden meer gewoond, was het zelfs verboden voor ze. In 1968 gaf Shimon Peres, die, als ik het goed heb, toentertijd minister van Defensie was, ons toestemming om hier te gaan bouwen. Nu wil diezelfde Peres dat wij, overeenkomstig het vredesplan, spoedig de boel hier gaan afbreken. De precieze inhoud van het plan ken ik niet, maar geloof me, alles staat in de heilige boeken geschreven. Deze regering van verraders is enkel een gereedschap in Gods hand voor het grote licht. Voordat de Messias komt, moet er eerst een grote duisternis zijn. Daarin bevinden wij ons nu. Toen deze regering aan de macht kwam, waren wij verdrietig en teleurgesteld, omdat de bijbelse beloften nog niet waren vervuld. Nu Rabin en Peres druk bezig zijn het land aan de Arabieren terug te geven, zijn wij er zeker van dat de Messias spoedig komt. God is de beste scenarioschrijver die je je maar kunt wensen. Rabin en Peres, Yasser Arafat, Hoessein van Jordanie, de Russen en de Amerikanen, allen zijn ze als was in zijn handen. Ik geloof alleen maar in de Almachtige, Zijn Naam is geheiligd. Politici zijn leugenaars, vooral de Israelische. Ik vertrouw meer op de woorden van de Arabische leiders. Die menen tenminste wat ze zeggen. Kijk hoe het met Begin is afgelopen, die schaamde zich zo diep voor de teruggave van de Sinai dat hij zich de laatste jaren van zijn leven niet eens meer in het publiek durfde te vertonen.
De linkse politici zijn het ergst, ik vergelijk ze met de Grunen in Duitsland, die jaren door de KGB werden betaald om de Navo tegen te werken. Hier werken ze samen met de Arabieren en zorgen ze voor de totale uitverkoop van het land. Laat al die linksen teruggaan naar Amerika en Europa, ze hebben niets te zoeken in het Midden-Oosten, ze verzieken hier de boel alleen maar. Ze geloven alleen maar in het heden en niet in de Olam ha ba, de wereld die komen gaat. Ik schaam me er vaak voor Israeli te zijn.’
Als ik opmerk dat juist niet-religieuze joden de pioniers waren van het zionisme, dat zij het vuile werk hebben opgeknapt en lange tijd werden
gedwarsboomd door de orthodoxe joden, staat hij geirriteerd op en pakt een zeefdruk in zijn handen. Met grote letters staat er 'Shalo, Achshav’ op geschilderd, 'Vrede Nu’. Het blijkt een persiflage te zijn op de Israelische vredesbeweging. Een duif pakt de Al-Aqsa-moskee in zijn snavel, eronder verschijnt de joodse tempel. De moskee bevindt zich namelijk precies op de plek waar vroeger de tempel stond. Op de werktafel van Baruch staat tussen de kwasten, penselen en potten verf een maquette van de tempel. In Hebron en Kiryat Arba ontstond in de jaren tachtig 'De getrouwen van de tempelberg’-beweging, die verregaande plannen had om de Al-Aqsa-moskee op te blazen. De beweging werd pas op het allerlaatste moment opgerold.
Nachson: 'Ik heb niets tegen Arabieren, het zijn gewone mensen. Je moet ze echter in toom houden, anders worden ze gevaarlijk. Linkse Israeli’s denken dat je Arabieren met geld kunt omkopen. Ze willen echter geen geld, ze willen hun eer en waarde terug. Ze hebben een primitieve samenleving, met zeden en wetten uit de tijd van Mohammed. Ze willen iedereen aan zich onderwerpen, kijk maar naar wat er in Beiroet is gebeurd, en naar de Koerden in Irak en de Kopten in Egypte. De Palestijnen in Hebron hebben het liefst dat het Israelische leger blijft, ze zijn bang voor hun eigen broeders.’
Van Kiryat Arba is het tien minuten bergafwaarts lopen naar Hebron. De stad is uitgestorven. Middenin de oude stad, pal naast de kashba en de markt, bevindt zich het Hadassa-huis. Hier wonen sinds 1979 rabbijn Levinger, zijn vrouw Miriam en een aantal streng-orthodoxe families. Het huis is een ware vesting, de weg die er langs loopt is afgezet met betonnen blokken, wegversperringen en prikkeldraad. Bij de ingang staan voortdurend zwaarbewaakte soldaten. Op het dakje is een uitkijkpost waarop de Israelische vlag wappert. Achter het gaas om de balkons spelen de kinderen.
Rabbi Levinger kraakte het voormalige joodse ziekenhuis destijds met de mededeling dat koning David niet in Kiryat Arba woonde, achter een omheining, maar in Hebron, met zijn vrouw en kinderen. Dat is een historische waarheid waarover geen compromis valt te sluiten, meldde Levinger. Voor hem was de joodse renaissance in Hebron het in vervulling gaan van de bijbelse profetie en tevens de verwezenlijking van het zionistische ideaal.
Vanaf het moment dat Levinger zich in Hebron vestigde, was het daar niet langer rustig. Toen een jonge kolonist in de kashba door een Palestijn werd doodgeschoten, verzocht Levinger de regering de plannen voor joodse nederzettingen in het centrum van Hebron defininief goed te keuren. Kort na de goedkeuring van het plan door de Knesset in maart 1980 verslechterde de situatie dramatisch. Een uit vier mannen bestaand PLO-commando opende vanaf een huis tegenover het Hadassa-complex het vuur op een groep Yeshiva-studenten die terugkeerde van de tombe van Abraham. Zes studenten werden gedood, zestien raakten gewond. Levinger en zijn aanhangers namen op bloedige wijze wraak, pleegden aanslagen op burgemeesters van steden op de westelijke Jordaanoever en voerden in 1983 een aanslag uit op de campus van de Islamitische universiteit van Hebron, waarbij drie doden vielen en 33 gewonden.
Mazen Dana is de directeur van Bizan, een organisatie die iedere actie van de kolonisten zorgvuldig in kaart brengt en voorlichting geeft over de situatie in Hebron. Hij ontvangt me in zijn schamele kantoor, de gangen van het gebouw zijn volgeklad met politieke slogans. De PFLP van Georg Habasj en de Hamas blijken het populairst, de PLO komt men niet meer zo vaak tegen in Hebron. Dana: 'De Israelische regering wil een joodse stad maken van Hebron. Ze laten Levinger en zijn boevenbende gewoon hun gang gaan; hij heeft talloze moorden op zijn geweten maar heeft hoogstens vijftien dagen in de gevangenis gezeten. Van de tientallen Palestijnen die tijdens de intifada zijn gesneuveld, is meer dan de helft door kolonisten gedood. Onder Rabin, die zogenaamde vredestichter, is het aantal nederzettingen hier in de omgeving alleen maar toegenomen. Iedere keer wordt dezelfde procedure gevolgd. Op een heuvel richt men een legerkamp in, vervolgens komen er tenten en caravans, en uiteindelijk worden er huizen gebouwd. Dagelijks worden er hele lappen grond geconfisqueerd. Bij de ingang van de kashba is een draaihek geplaatst, waar dagelijks duizenden mensen zich doorheen moeten wringen omdat er een paar joden in de buurt wonen die zo nodig beschermd moeten worden.
De Machpela, waar de aartsvaderen begraven liggen, is al vrijwel geannexeerd door het leger. Ze willen er een synagoge van maken terwijl het eigenlijk een moskee is. Liever hebben ze dat de moslims buiten bidden. Niemand in Hebron is voor het vredesplan van de PLO en de Israelische regering, behalve dan de verraders en de collaborateurs. De PLO gaat samenwerken met de Israelische regering. Binnen drie maanden moeten alle tegenstanders van het vredesplan worden geliquideerd. Die tegenstanders zijn wij, maar aan ons krijgen ze nog een harde dobber. Wij zijn van niemand bang. De intifada zal doorgaan, nu echter met mitrailleurs en andere wapens.’
Als ik het kantoor verlaat is de schemering ingevallen. Er hangt een onheilspellende sfeer op straat. Alle winkels en restaurants zijn gesloten, niemand loopt buiten. In de buurt van de Machpela wordt het wat drukker. Een groep orthodoxe joden ijlt naar het graf van de aartsvaderen. Ze dragen allemaal een uzi over de zwarte kleding. Bij de ingang van de heilige plek staan zwaarbewapende soldaten. Een paar opgeschoten jongeren roepen gekscherend naar een soldaat, in het Hebreeuws. 'Binnenkort zijn we vrienden, niet? Dan krijgen we eindelijk vrede.’ De soldaat weet niet of ze het menen, grijnst een beetje, en draait zich om.
Op een muur bij de Machpela staat in het Hebreeuws 'Hebron voor de joden’. Eronder, eveneens in het Hebreeuws, 'Transfer voor de joden’. Transfer is het idee van ultra-rechtse Israelische partijen om de Arabieren van de bezette gebieden naar de omringende Arabische landen te deporteren, als ultieme oplossing voor het joods-Palestijnse conflict.
Vrede in Gaza en Jericho, dat lijkt misschien nog wel te realiseren, een oplossing in Hebron lijkt verder weg dan ooit.
Een joodse Clint Eastwood
BEIROET - Afgelopen vrijdag om zeven uur ’s ochtends hoorde ik via de Libanese radio de eerste berichten over de aanslag in Hebron. Zelfs de bewoners van Beiroet, niet onbekend met geweld, reageerden vol afschuw toen zij het nieuws hoorden. Het is de bloedigste aanslag op Palestijnen sinds de Israelische bezetting van de Westelijke Jordaanoever in 1967. Met het uur steeg het dodental, tot bijna vijftig.
Het nieuws kwam niet als een verrassing. Hebron is geen aangename stad. Het afgelopen half jaar kwam ik er vaak, zowel in het centrum van de stad als in de joodse nederzetting Kiryat Arba, op een steenworp afstand van Hebron. Nooit voor mijn plezier. De kanasi, het van de siroop druipende kaasgerecht dat als ontbijt wordt genuttigd, is een van de weinige attracties in de Heilige Stad. De bewoners van Hebron Al Khalil in het Arabisch, de bijnaam van aartsvader Abraham staan zelf onder de toch al niet zo progressieve Palestijnse gemeenschap te boek als zeer conservatief. Alcohol is er niet te krijgen, de meeste vrouwen zijn gesluierd. Meer dan in welke stad op de westelijke Jordaanoever heeft de fundamentalistische beweging Hamas het er voor het zeggen.
De joodse bewoners van het deprimerende Kiryat Arba lijken in veel opzichten op de bewoners van Hebron: kortzichtig, fanatiek, zeer religieus, makkelijk in staat tot geweld. Ze gaan graag, voorzien van automatische geweren, winkelen en wandelen in Hebron en sluiten de bezoekjes af met een bezoek aan het graf van de aartsvaderen. De tombe van de aartsvaderen wordt door de Palestijnen het graf van Abraham genoemd, door de Israeli’s Machpela. Binnen in het heiligdom lijkt vrede te heersen, joden bidden naast moslims. Een gewapende vrede, want het heiligdom staat sinds 1967 onder controle van het Israelische leger. Iedere moslim moet de chicanes van het alom aanwezige Israelische leger ondergaan, ze worden gefouilleerd en moeten langs een metaaldetector. Joden kunnen zonder problemen doorlopen.
Zo moet het ook afgelopen vrijdag zijn gegaan. Dokter Goldstein is op zijn gemak de moskee ingewandeld, met een Galil- machinegeweer om zijn schouder, heeft rustig aangelegd en doel getroffen. Een joodse Clint Eastwood. Net als veel andere Amerikanen in Kiryat Arba ontwikkelde Goldstein al spoedig na zijn alyah, zijn emigratie naar Israel, een gevoel van superioriteit tegenover Arabieren, gedreven door een letterlijke interpretatie van de thora. Voor deze zeloten zijn Palestijnen slechts kakkerlakken die moeten worden verdelgd.
Rabin heeft Baruch Goldstein als psychopaat afgedaan. Goldstein was echter op herhaling in het Israelische leger, bepaald geen vrijplaats voor idioten, en hij droeg tijdens de aanslag een Israelisch uniform. Goldstein was een aanhanger van Kach en zich zeer bewust van zijn daad. Het is onwaarschijnlijk dat hij zelf in het bloedbad ten onder wilde gaan. Als een moslim een soortgelijke aanslag had gepleegd, was hij meteen tot martelaar uitgeroepen en was het paradijs zijn deel geworden. Het jodendom is echter niet zo rijk aan martelaren als de islam de collectieve zelfmoord op de berg Massada uitgezonderd. Baruch Goldstein zal niet in het jaaroverzicht van de Encyclopaedia Judaica eindigen.
De aanhangers van Kach hebben inmiddels een nieuwe held en zullen, geinspireerd door de aanslag, nog meer dood en verderf onder de Palestijnen zaaien. De racistische beweging van wijlen rabbijn Meir Kahane pleit openlijk voor geweld tegen Palestijnen maar is nog steeds niet verboden. Bovendien zijn de meeste wapens van de kolonisten verstrekt door het leger. De Israelische regering is daarom direct verantwoordelijk voor de aanslag.
De gevolgen van deze aanslag zijn niet te overzien. Een golf van geweld zal de westelijke Jordaanoever overspoelen met vele doden aan beide zijden tot gevolg. De rellen in Jaffa en Nazareth afgelopen zaterdag zijn zonder precedent en een teken aan de wand. Hamas heeft al verklaard wraak te zullen nemen, hetgeen zeker zal gebeuren.
In Damascus verklaarden de groeperingen van George Habash en Nayes Hawatna de doden te zullen wreken. In Jordanie werd onmiddellijk na de aanslag een 77-jarige Engelse toerist neergeschoten door een jonge Palestijn.
De Libanese president Hraoui oefende felle kritiek uit op de Israelische autoriteiten. De aanslag deed hem herinneren aan het Hitler-tijdperk. Zelfs voor Libanese begrippen is het een flinke aanslag, al valt hij in het niet bij de bloedbaden van Sabra, Shatilla en Tell el Zatar, de Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet. Na de bomaanslag afgelopen zondag op een kerk in Zouk, even benoorden Beiroet, houden de Libanezen hun adem in. Die tien doden zullen zeker worden gewroken. (ava)