Hoofdcommentaar: G8

Hebzucht maakt blind

De slotverklaring van de G8-top in Okinawa leest als een verkiezingspamflet van het soort waarvan mensen met enig verstand alleen maar cynischer worden: vijftien pagina’s ronkende beloften die allemaal eerder gedaan werden maar nooit ingelost, en verder geen enkele concrete maatregel van betekenis. De acht machtigste landen beloven «de armoede in de wereld bij de wortel aan te pakken» en het aantal mensen dat in extreme armoede leeft tegen 2015 te halveren, maar weigeren voor dat mooie doel meer geld vrij te maken of de verpletterende schuldenlast van de armste landen kwijt te schelden. De rijke landen willen «de vicieuze cirkel van armoede en ziekte» in de arme landen doorbreken, beweerde de Japanse premier Mori. Maar vage beloften vullen geen lege magen en stoppen geen epidemieën. Zonder een drastische ommekeer zal het probleem slechts erger worden. In 1960 was het inkomen van het rijkste vijfde deel van de wereld dertig keer groter dan dat van het armste vijfde. Vandaag krijgt dat rijkste vijfde deel 86 procent van het wereldinkomen en het armste vijfde nog geen procent. Anders gezegd: de globalisering maakt de rijken rijker en de armen nog armer. Dat is ook logisch: hoe meer het openbreken van de barrières voor kapitaal- en goederenverkeer de hele wereld de inzet maakt van een globale concurrentiestrijd, hoe meer de concurrenten met de grootste voorsprong in technologie en know-how het laken naar zich toe trekken en hoe meer de zwakste concurrenten gemarginaliseerd worden. Het geld kan nu vrijwel onbelemmerd stromen naar waar de winstverwachting het hoogst is. De wet van vraag en aanbod doet de rest: stijgende vraag doet de waarde van westers kapitaal zwellen, dalende vraag devalueert dat van de armste landen. Hun schuldenlast en achterstand groeien dus vanzelf. Dat is de vicieuze cirkel die hen gevangen houdt.

De kwijtschelding van de schulden van de allerarmste landen is dus geen radicale eis maar een minimale eerste stap. Beweren dat de rijke landen zich die niet kunnen veroorloven is schaamteloos. Tussen 1996 en 1999 groeiden de beurswaarden van de rijke landen met meer dan vijfduizend miljard dollar, wat ruim vijftig keer meer is dan de schuldenlast van de 42 armste landen. Door die automatische kapitaalgroei kunnen de rijken het geld laten stromen als water.

Alleen al het bedrag dat Japan uitgaf aan de G8-top zou volstaan om de schuld van een Afrikaans land af te betalen. Het fortuin van zeven westerse miljardairs zou volgens een VN-rapport volstaan om de extreme armoede uit te roeien. Een ander VN-rapport zegt dat het bedrag dat jaarlijks in de EU en de VS wordt besteed aan parfum — dertien miljard dollar — genoeg zou zijn om de honger uit de wereld te helpen. Niet geldtekort maar hebzucht is dus de hinderpaal voor de G8. Vage beloften gaan gepaard met getreuzel en eindeloos uitstel.

De gevolgen daarvan zijn letterlijk moorddadig.

Jaarlijks sterven dertig miljoen mensen van honger terwijl een derde van de mensheid door ondervoeding aan bloedarmoede lijdt. Afrika besteedt vier keer meer aan de afbetaling van schulden dan aan onderwijs en volksgezondheid samen. De levensverwachting is er in de laatste tien jaar gedaald tot 46,3 jaar voor vrouwen en 44,8 jaar voor mannen. Volgens Unicef zouden 21 miljoen mensenlevens kunnen worden gered met iets meer dan tweederde van wat Afrika jaarlijks aan rente over zijn schuld betaalt. En Oxfam heeft berekend dat als zeven van de armste landen het geld dat ze aan schuldenafbetaling uitgeven, zouden mogen besteden aan gezondheidszorg, dit over een periode van zeven jaar de levens van meer dan drie miljoen kinderen zou redden.

Hoe noemen we iemand die van zijn schuldenaar het geld eist dat die nodig heeft om medicijnen te kopen voor zijn doodzieke kind? Een monster misschien, of een onmens. Toch had de Franse president Chirac in Okinawa het lef om te zeggen dat de G8 op weg zijn om de globalisering «een menselijk gezicht te geven». Hij had niet echt ongelijk. Hebzucht is tenslotte een zeer menselijke eigenschap. Maar wel een die blind maakt. De rijke landen vergissen zich als ze denken dat ze de voort woekerende epidemieën van geweld, sociale ontwrichting en ziekte altijd buiten hun grenzen zullen kunnen houden. Vroeg of laat zal voor de kortzichtigheid in Okinawa ook hier een hoge prijs worden betaald.