Burgers met Oekraïense vlaggen vieren feest op het Onafhankelijkheidsplein na de terugtrekking van het Russische leger uit Cherson naar de oostelijke oever van de rivier de Dnjepr, Oekraïne op 14 november 2022 © Narciso Contreras / ANP

Pakkende citaten over Europa hebben twee dingen gemeen: ze worden eindeloos opnieuw gebruikt, en er zijn er maar heel weinig van. Misschien hebben die twee dingen met elkaar te maken, en is het gewoon heel lastig om iets diepzinnigs over Europa te zeggen in weinig woorden. In ieder geval is het moeilijk om een paar artikelen over Europa te lezen zonder H. Kissinger tegen te komen, die zich (al veertig jaar geleden) afvroeg wie hij moest bellen als hij Europa wilde spreken. Een ander veelgebruikt citaat is van de Franse diplomaat Jean Monnet, een van de voornaamste wegbereiders van de Europese Unie. Hij schreef in zijn memoires woorden die het afgelopen jaar opnieuw veel werden aangehaald: ‘Europa zal worden gesmeed tijdens crises.’

Wie 2022 overziet, zal geneigd zijn om Monnet gelijk te geven. Europa ontwaakte in februari geschokt bij het nieuws dat Rusland Oekraïne binnengevallen was: de eerste veroveringsoorlog op Europese bodem in driekwart eeuw. Die inval verbrijzelde niet alleen de vrede in Europa, maar ook de toekomstvisie die in het westen van het continent decennialang dominant was: dat men via integratie en samenwerking vrede bereikt en bestendigt. De restanten van dat idee zijn fysiek te zien op de bodem van de Oostzee. Daar liggen de brokstukken van de gaspijpleidingen Nord Stream 1 en 2, die Rusland rechtstreeks met Duitsland verbond. Het idee dat nauwe samenwerking tussen Duitsland en Rusland voor vrede in Europa zou zorgen is kapot.

Maar in een ander opzicht heeft de Europese gedachte nieuw leven gekregen. Toen de Oekraïense stad Cherson vorige maand van de Russische bezetting werd bevrijd, hesen de bewoners twee vlaggen op het centrale plein van de stad: een Oekraïense vlag en de blauwe vlag met sterren van de Europese Unie. Voor de Oekraïners die voor hun overleving vechten, staat de EU kennelijk voor datgene waar de Unie al sinds Monnet voor hoopt te staan: veiligheid, voorspoed, bescherming van rechten en vrijheid. Dat lijkt niet beperkt tot de Oekraïners. ‘Waar rechtse politici tien of vijf jaar geleden nog openlijk bepleitten dat hun land de EU zou verlaten’, zei de Belgische ex-premier Guy Verhofstadt in een interview, ‘is er nu niemand meer die nog het lef heeft om te zeggen: we zijn veiliger en beter af buiten de Unie.’

En de crisis smeedde de Unie inderdaad hechter bijeen. De EU-landen steunden Oekraïne vanaf dag één van de invasie. Ze gooiden het ene na het andere sanctiepakket naar Rusland, steunden Oekraïne financieel en militair, namen miljoenen Oekraïense vluchtelingen op en maakten Oekraïne en Moldavië op een speciaal ingelaste top kandidaat-leden van de EU. Hoewel de Russische politiek er duidelijk op gericht is om Europese landen uit elkaar te spelen, is dat tot nu toe niet gelukt. Het is iedereen in de Unie duidelijk dat de EU-landen een verenigd strategisch beleid moeten voeren richting Rusland en andere machten, en dat de ‘strategische autonomie’ van Europa meer moet behelzen dan luchtkastelen van de Franse president Macron. De Duitse kanselier Scholz zei dat het helderst toen hij sprak over een Zeitenwende die Europa beleefde: een historisch keerpunt.

Na de bevrijding van Cherson hesen de bewoners naast de Oekraïense ook de Europese vlag

De Duitse kanselier maakte vervolgens ook het helderst van iedereen duidelijk dat er in de praktijk nog heel wat te winnen is in Europese samenwerking. Hij talmde eindeloos met de levering van militaire hardware aan Oekraïne, gaf grif Duits geld uit om Duitsers te beschermen tegen economische gevolgen van de oorlog en sprak verbazend vaak over de noodzaak om Poetin niet boos te maken.

Dat zorgde vooral voor ergernis in Centraal-Europa, waar regeringen hun visie op buitenlands beleid door de Russische invasie van Oekraïne bevestigd zagen. Die visie draait voor veel van die landen (met name de Baltische staten en Polen) om de pas dertig jaar geleden beëindigde annexatie of bezetting door Rusland. In Berlijn en Parijs, maar ook in andere hoofdsteden, lijkt nog altijd het idee te leven dat de oorlog in Oekraïne gaat eindigen met een vredesakkoord en een soort normalisatie van de banden met Rusland.

Daarover, en over een handvol andere dossiers, tekenen de toekomstige aanvaringen binnen de Europese Unie zich al af. De aangekondigde uitbreiding met Oekraïne en Moldavië hoort daar zeker bij, net als energiebeleid, militaire integratie, industriepolitiek, of het geval Hongarije, dat zijn vertrouwde rol als beroepssaboteur weer heeft opgepikt. Het helpt daarbij weinig dat Polen een harde anti-Duitse koers vaart, of dat EU-kopstukken Ursula von der Leyen en Charles Michel een weinig verheffende koude oorlog tegen elkaar voeren.

Maar toch: ook bij deze crisis – net als bij de coronapandemie, de schuldencrisis of eerder – was de Europese Unie het dak waaronder Europese landen samenschoolden om oplossingen te vinden, en was er ook resultaat. Of het op termijn een effectief Europees strategisch beleid oplevert, is vraag twee, maar net als eerder stond de Europese Unie er op het moment dat het ertoe deed.

Alle andere positieve ontwikkelingen zijn hier terug te lezen.