Hectische beweeglijkheid

A.R. Pencks Was ist Gravitation? is nieuw en heel oud tegelijk. Dat begrijpen we als we De Verheerlijking van Rafaël bestuderen.

AAN ZIJN brede schilderij Was ist Gravitation? kun je aflezen hoe A.R. Penck schildert. Hij ziet het lege witte doek, tegen de wand, als een ruimte (of een veld) voor theatrale actie, zoals voor Pollock het grote, ruime doek (dat bij hem op de grond lag) de ruimte was voor een nevelig web van sliertig neergezette druipsels en spatten. Op een film van Pollock aan het werk zie je hem loerend rondsluipen om het schilderij in wording, in zijn hand een blikje dunne verf waaruit hij broze, spattende lijnen kon gieten. Om het eens simpel uit te drukken: een schilderij begint bij het begin. Met bijvoorbeeld het formaat van het doek en ook het soort verf en de beste kwast daarvoor. Dan staat Penck voor het vlak en kijkt het aan. In zijn hoofd heeft hij ongeveer de eerste figuur, misschien ook de tweede. Hun schrale vorm komt uit het gegroeide repertoire: de Strichmänner die al jaren in zijn werk optreden. De magere man in het midden, met zijn breed uitslaande armen en met hamers op zijn hoofd, is kennelijk een hoofdpersoon. Zo te zien is hij met lange, vlotte halen geschilderd, met een breed penseel en vloeibare verf. Wat hij precies moet voorstellen, weet ik ook niet, je kunt je voorstellen dat die harkerige gestalte, toen hij op het doek werd neergezet, direct de hele ruimte van het verder nog lege schilderij beheerste en daar ook energie in bracht. Deze in de wereld rondschrijdende man wordt van achteren belaagd door een duivelse persoon met een pompoen als gezicht en een linkerarm dreigend als een schorpioen. Zo volgen figuren elkaar op. Tegenover de magere man danst een wilde vrouw. Door de ruimte tuimelen nog andere mannetjes, als lilliputters rondom Gulliver.
Eigenlijk wil ik het erover hebben hoe Was ist Gravitation? nieuw is maar tegelijkertijd ook heel oud. Want dit type schilderij, in karakter en organisatie zo beweeglijk en contrastrijk en rumoerig, is ooit in de historische praktijk ontstaan. In De Verheerlijking van Rafaël, bijvoorbeeld, die ik hier laat zien in de vorm waarin die spectaculaire compositie al snel na het ontstaan door Europa werd verspreid, namelijk door reproductieprenten. Het is Rafaëls laatste schilderij, dat hij nog aan het voltooien was toen hij in 1520 doodging, nog maar 37 jaar oud. In het bovenste deel van de voorstelling zien we Jezus die op een berg voor de ogen van drie hem vergezellende en verbijsterde apostelen zijn goddelijkheid demonstreert: ‘Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.’ Ook verschenen er toen wonderbaarlijk, zegt Matteüs 17:2 en verder, de profeten Mozes en Elia aan zijn zijde. Uit de wolken klonk een stem die zei dat dit zijn geliefde zoon was en dat ze naar hem moesten luisteren. Toen ze later de berg waren afgedaald kon Jezus een jongen genezen die maanziek was. Dat was de andere apostelen, onder aan de berg, niet gelukt. Jullie konden het niet, zei Jezus, vanwege gebrek aan geloof.
Het onderste deel van het paneel laat de vergeefse pogingen van de apostelen zien om bij de jongen de demon uit te drijven. Dat gaat met veel opgewonden gebaren gepaard, met verwarde discussie ook. Wat we boven op de berg zien gebeuren is beheerst in beweging en stralend sereen, de hemel als het ware. Beneden op aarde, in de donkere schaduw van de berg, worden de apostelen geconfronteerd met de idioot bewegende jongen, omringd door de vertwijfelde vader en moeder en verdere familie. De apostelen zijn radeloos. We zien een spannend in elkaar geweven organisatie van scherp contrasterende houdingen en gebaren. Zo'n hectische beweeglijkheid was nooit eerder vertoond. En dan ook nog de manier waarop. Het schilderij is meer dan vier meter hoog. Dat betekent dus dat de figuren onderin min of meer levensgroot zijn. Daardoor lijkt de scène ook zo dichtbij. Als toeschouwer zou je tussen de acteurs kunnen gaan staan. Die stap in het figuratieve realisme moest maar eens worden gezet, zie je de fantastische schilder denken.
Aanvankelijk waren zijn schilderijen bescheiden van formaat geweest. In 1510 begon Rafaël aan een opdracht om in de werkvertrekken van het Vaticaan grote, verhalende wandschilderingen te maken van bijna acht meter breed. Zo leerde hij een grotere beeldruimte kennen en ook hoe je, om daarin effectief te werken, grotere figuren nodig hebt en vooral ook kloekere gebaren. De oorsprong van De Verheerlijking ligt in die vertrekken. Nu durfde Rafaël ook op een smaller altaarformaat zulke grote gestalten zo druk te laten bewegen. Daarom is de compositie zo vreemd gedrongen - en zodanig slim in elkaar gezet dat ze ook het eerste maniëristische schilderij is. Door de strakke lijnvoering is de hectiek in de gravure nog scherper, ook niet door kleuren getemperd. Zo is dit bijna wilde beeld in het historische geheugen gebleven, waar het niet alleen een inspiratie was voor grote expressieve scènes in films. Op een of andere manier heeft ook Penck het leren kennen. Het hangt nog steeds in de lucht.

PS De echte Verheerlijking, of in het Italiaans Trasfigurazione, bevindt zich in het Vaticaans Museum. Toen Rafaël in 1520 in het Pantheon lag opgebaard stond het paneel, zijn ultieme meesterwerk, aan het hoofdeinde opgesteld