Hedda moet overwonnen worden

Hedda Gabler is tot en met 6 mei overal in het land te zien.
Van Ibsens Hedda Gabler (een toneelstuk uit 1892) weet - schat ik - zestig procent van het publiek hoe het afloopt: met de zelfmoord van Hedda. Dat is riskant. Tien kleine negertjes opnieuw uitgeven met de naam van de dader op het omslag kan ook eigenlijk niet. De voorkennis over de afloop heeft - bij een goede voorstelling - echter minimaal een voordeel: nieuwsgierigheid naar het verloop.

Of Ger Thijs’ regie van Hedda Gabler bij Het Nationale Toneel als geheel een goede voorstelling is, weet ik niet. Dat het een bijzondere voorstelling is, heeft alles te maken met het samenspel tussen Will van Kralingen (Hedda) en Peter Blok (haar man Jurgen Tesman). Zij trekken getweeen een mooie spanningslijn onder deze produktie, zeer bevorderlijk voor de nieuwsgierigheid naar het verloop van het stuk.
De fabel. Hedda, een generaalsdochter, heeft door haar huwelijk met de boekenwurm Tesman een punt gezet achter een ‘dansend’ leven, waarin de flamboyante drinkebroer Loevborg ooit een hoofdrol speelde. Deze Loevborg leidt sindsdien een teruggetrokken bestaan als huisleraar en is een verhouding begonnen met de vrouw des huizes, Elvsted. Hij heeft een geruchtmakend boek gepubliceerd, er staat een nog veel beter boek aan te komen. Loevborg is derhalve een geduchte concurrent voor Tesman, die aast op een professoraat. Dat is de situatie wanneer Hedda Gabler en Jurgen Tesman thuiskomen van de huwelijksreis en de gloednieuwe woning betrekken die is verworven met steun van de huisvriend, rechter Brack. De al aardig getroebleerde Loevborg raakt na een ontmoeting met Hedda volkomen in de war. Hij zet het op een zuipen en verliest het manuscript van zijn nieuwe boek. Dat belandt in Hedda’s handen. Zij verbrandt het. En ze leent Loevborg een van de pistolen van haar vader, om op een waardige manier te doen wat hij volgens Hedda toch al wilde doen: zelfmoord plegen.
Het loopt anders: Loevborg wordt met behulp van een hoerenmadam ergens in een bordeel in de onderbuik geschoten en sterft. Brack chanteert Hedda: alleen hij weet dat het fatale pistool van haar kwam. Hij kan een rechtbankschandaal voorkomen, hij heeft haar volkomen in zijn macht - een voor Hedda Gabler onverdraaglijke gedachte. Tot overmaat van ramp gaan Tesman en mevrouw Elvsted het verbrande boek van Loevborg reconstrueren. Hedda Gabler houdt het voor gezien en schiet zichzelf dood.
De fraaie spanning die Will van Kralingen en Peter Blok onder deze enscenering leggen, lijkt over drie dingen te gaan: aanzien, seksualiteit en dood. De Jurgen Tesman die Blok neerzet is een in de provincie opgegroeide, ambitieuze jongen, die in Leiden leerde met de corpsballen mee te praten (via stopwoorden als 'toch?’ of 'stel je voor’). Hij begeert Hedda vurig en denkt die begeerte via zijn huwelijk te hebben geregeld. Maar Hedda moet overwonnen worden, en daarvoor heeft Tesman niet het benodigde soortelijk gewicht. De paar keer dat Tesman een erotische toenadering probeert, houdt Hedda hem ijzig af. En wanneer Tesman haar in het laatste bedrijf opeens mishandelt, zie je het slagveld achter de facade van een 'geslaagd’ huwelijk. De momenten dat de Hedda Gabler van Will van Kralingen even over haar buik strijkt, duiden denk ik niet op zwangerschap, maar op een enorme terughoudendheid in Hedda’s omgang met seksualiteit. Verliefdheid is voor haar klef. Ze heeft heel andere dingen aan haar hoofd: aanzien verwerven, jours en soirees geven, op een paard door de straten rijden. Deze Hedda wil zelf nog iets van haar leven maken. Ze veracht haar kleinburgerlijke echtgenoot, zeker wanneer hij hartstocht suggereert, of erom vraagt. Hedda Gabler is de hartstocht voorbij. Met kille berekening speelt ze een spel, wellicht haar laatste. Wanneer ze, met een mengeling van naiviteit en noblesse oblige, haar vaders pistool aan Loevborg schenkt, geeft ze het initiatief uit handen. Haar lot, haar dood, draagt ze gelaten. Ze kende de risico’s van haar spel.
De produktie van het Haagse gezelschap biedt een verrassend perspectief op dit raadselachtige stuk. Waarom deze Hedda Gabler als geheel toch geen goede voorstelling is geworden? De Loevborg van Jack Vecht is mooi, maar mij te vlug een loser. Zijn eerste optreden is charmant en puntig, maar de stank van de nederlaag hangt te snel in zijn kleren. De huisvriend Brack van Bram van der Vlugt is vanaf zijn eerste optreden een geile viespeuk. Het publiek moet hem echter aanvankelijk geloven: leuke man, beetje vunzige grapjes, verder niks aan de hand. Dan komt de klap later des te harder aan. Wat in de centrale rollen fraai is opgebouwd, wordt in de bijrollen weer weggegeven. Dat is jammer.