De zaak-Bouterse

‘Heeft u schoten gehoord op 8 december?’

Op 8 december 1982 schoot het leger in Paramaribo vijftien notabelen dood op verdenking van een tegencoup. Toenmalig legerleider Desi Bouterse ontkent zelf de trekker te hebben overgehaald.

BOXEL/PARAMARIBO – ‘De zaak tegen Bouterse, Désiré Delano’, roept de deurwaarder. Maar Bouterse laat zich óók op de 22ste zittingsdag van het decemberstrafproces niet zien. Mexicaanse griep, verklaart zijn raadsman Irwin Kanhai laconiek. Met zijn karakteristieke uiterlijk – kromgebogen rug, warrige haardos en grijze baard – lijkt Kanhai de perfect gecaste acteur voor de rol van verdediger in een tv-serie.
Voormalig bevelhebber Desi Bouterse wordt samen met 24 anderen verdacht van moord of medeplichtigheid aan moord. Op 8 december 1982 schoot het leger in Fort Zeelandia in Paramaribo vijftien notabelen dood op verdenking van een tegencoup. Bouterse erkent zijn verantwoordelijkheid als legerleider, maar ontkent zelf de trekker te hebben overgehaald. Hij zou zelfs niet eens aanwezig geweest zijn toen er geschoten werd.
De ironie wil dat de zwaar beveiligde rechtszaal in Boxel waar Bouterse zich moet verantwoorden is gebouwd op de fundamenten van zijn vroegere woning. Prachtig gelegen aan de groen omzoomde Surinamerivier, waar altijd een fris briesje waait.
De stapel blauwe en grijze dossiermappen op de tafel van de rechters verwijst naar een ingewikkeld en langdurig proces. Dat de zittingen elkaar tot dusverre met vaak grote tussenpozen opvolgden was deels te wijten aan het tekort aan rechters. Nu hun aantal is uitgebreid tot twintig zal de zittingsfrequentie worden opgevoerd. Dat het allemaal zo lang duurt, komt ook doordat de verdediging alles aangrijpt om de zaak te traineren. Kanhai wraakte, om maar wat te noemen – overigens zonder succes – drie rechters, onder wie de president van de krijgsraad Cynthia Valstein-Montnor, vanwege de vermeende betrokkenheid van haar echtgenoot bij de regerende Nationale Partij Suriname (NPS). De NPS moet bij de verkiezingen van mei 2010 concurreren met Bouterse’s Nationaal Democratische Partij (NDP). ‘Waarom zou je niet alle trucs uit de kast halen?’ zegt Kanhai.

OP 29 EN 30 OKTOBER staan voor het eerst zes getuigen uit Nederland – ex-militairen en nabestaanden – op de rol. Het kostte Suriname moeite sommigen van hen over te halen; Suriname heeft geen rechtsmacht over personen buiten Suriname. Vanachter zijn imposante bureau in het kantoor van het ministerie van Justitie en Politie bekent minister Chandrikapersad Santokhi dat deze zittingsdagen een aanslag op de schatkist vormen. Suriname betaalt de bewaking van de getuigen, hun reis- en verblijfskosten. Hij rekent voor dat een ‘gewone’ procesdag al vijftigduizend Surinaamse dollars kost (zo’n twaalfduizend euro); de zittingen met getuigen uit Nederland worden geraamd op meer dan 160.000 Surinaamse dollars per dag. De bewaking van de getuigen wordt uit de reguliere begroting betaald. Santokhi: ‘We hebben geen keus. Dit is de prijs die we moeten betalen voor de rechtsstaat.’
Sommige nabestaanden aarzelden om de overtocht te maken uit vrees dat het oprakelen van deze pijnlijke geschiedenis te veel emoties zou oproepen. Dat gold ook voor Madeleine Rahman-Henar, de moeder van de omgebrachte journalist Lesley Rahman. Toch is ze gekomen. Aan de arm van een bewaker schuifelt de tachtigjarige de zaal binnen. ‘Achtte u Lesley tot een tegencoup in staat?’ informeert auditeur-militair Roy Elgin met zijn donkere, lijzige stem. Nee, antwoordt ze resoluut. Ze vertelt hoe ze naar het mortuarium ging om het lijk van haar zoon te zien. Ze herkende zijn gehavende gezicht en raakte even zijn voeten aan, die er slap bij hingen. Haar stem breekt als ze zegt: ‘Het blijft je je leven lang bij, natuurlijk. Ik praat er nooit over.’
De gedetailleerde beschrijvingen van de nabestaanden van hoe het leger hun vaders, zoons, broers en partners meenam voor verhoor en de wijze waarop ze hun geliefden later mishandeld aantroffen in het lijkenhuis zijn schrijnend.
‘Heeft u schoten gehoord op 8 december?’ vraagt de president aan getuige Soepardie Moeslikan. De voormalige hofmeester van Bouterse bevestigt de aanwezigheid van de verdachten Bouterse, Errol Alibux en Harvey Naarendorp ’s morgens in het Fort, maar ontkent toen schoten te hebben gehoord. (Uit de verklaringen blijkt dat de slachtoffers op verschillende tijdstippen zijn geliquideerd. De rechter probeert na te gaan welke.) ‘In eerdere verklaringen zegt u van wel?’ roept de president verbaasd.
Moeslikan, klein en tenger, volhardt: ‘Ik hoorde nooit iets’, ‘ik kan het me niet herinneren’ en ‘ik weet niet veel’.
De president raakt geïrriteerd. Dat zij de getuige er nog eens op attendeert onder ede te staan, duidt er volgens Bouterse’s raadsman Irwin Kanhai op dat de rechterlijke macht op de hand is van het Openbaar Ministerie.
Even later vraagt de president aan Moeslikan: ‘Heeft u vrees om te praten?’
Minister Santokhi, die in zijn eerdere functie als politiecommissaris tijdens het vooronderzoek alle getuigen en verdachten heeft gehoord, gelooft niet dat angst Moeslikan parten speelt: ‘Ik denk dat hij veel weet. Soms zwijgen getuigen vanwege een bloedband of uit loyaliteit. Weer anderen verbreken juist het stilzwijgen om deze zaak af te sluiten.’
Vergeetachtigheid in dit proces is niet ongewoon. En dat maakt het samen met de tegenstrijdigheden in getuigenissen en de verklaringen uit de tweede hand zo ingewikkeld om de feiten te achterhalen.

MAJOOR STEFANUS DENDOE salueert en neemt plaats in de beklaagdenbank. Samuel (Sammy) Monsels, voormalig sportinstructeur van het leger en nu sportcoördinator in Amsterdam-Zuidoost, komt binnen. Keurig in pak. Zijn contouren verraden het lichaam van een sportman. Eerder stond Monsels op de verdachtenlijst. Om technische redenen – verjaring – werd hij daarvan afgevoerd. Nu is hij opgeroepen als getuige.
Monsels vertelt hoe hij op 7 december opdracht kreeg om samen met Dendoe, zijn meerdere in rang, de jurist John Baboeram van huis op te halen voor verhoor en af te leveren in het Fort. Monsels en de andere aanwezige militairen mochten het Fort niet verlaten en konden zich evenmin vrij bewegen. Monsels verbleef in de onderofficiersruimte, toen hij schoten hoorde. Dendoe ontkent de aantijging dat hij Baboeram zou hebben opgehaald en roept: ‘Monsels speelt toneel, hij acteert, het klopt niet.’
Monsels doet een emotionele oproep aan militairen die destijds in het Fort aanwezig waren om hun mond open te doen: ‘Laten we dit ding eindelijk oplossen. Des te eerder zijn we ervan af.’
De raadsvrouw van Dendoe, Cynthia Brandon, vraagt Monsels: ‘Vindt u het niet vreemd dat u hier als getuige staat?’
Monsels: ‘Ik had hier graag als verdachte willen staan om via een fair trial van de beschuldiging af te komen dat ik moorden heb gepleegd.’

MONSELS MAG dit proces dan als een fair trial beschouwen, Brandon vindt het tegendeel. Geen fair proces, dat is ook het stokpaardje van Irwin Kanhai.
In zijn kantoor aan de Kromme Elleboogstraat legt hij – met een schuin oog naar een spannende voetbalwedstrijd op tv – nog eens uit waarom. De krijgsraad negeerde niet alleen zijn wrakingsverzoeken, de president van de krijgsraad weigert ook belangrijke documenten op te vragen: rapporten van de Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst en de CIA. Kanhai vermoedt dat Nederland een inval wilde doen in Suriname. De Nederlandse kolonel Hans Valk, die betrokkenheid bij de coup van 25 februari 1980 wordt verweten, staat op zijn verlanglijstje om te getuigen. Evenals de toenmalige ambassadeur Vegelin van Claerbergen. Wat dat allemaal met 8 december 1982 te maken heeft? Kanhai wil ‘alle mogelijke verbanden’ onderzoeken.
Kanhai: ‘De rechters geven je het gevoel in het belang van de politiek een proces te voeren.’ Bouterse en zijn partij riepen herhaaldelijk dat de regering hem wil beschadigen en opsluiten vanwege de populariteit van Bouterse en zijn partij, ook onder jongeren die 8 december niet bewust hebben meegemaakt.
‘Ze vinden hem flexy, hij spreekt hun taal en draait hun muziek’, verklaart een docente geschiedenis tijdens een groepsdiscussie over het 8 december-proces. Een andere docent meent: ‘De hele case is politiek geladen.’ Elke verkiezingscampagne zouden de slachtoffers weer in beeld worden vertoond, met als boodschap: stem niet op hun moordenaar. Nabestaanden vinden die kritiek onterecht: ook tijdens campagnes is het nodig te wijzen op de wandaden van de NDP-leider, oordelen ze.
Bouterse en zijn raadsman worden ervan verdacht het proces over de verkiezingen van 2010 heen te willen tillen. Hoopt Bouterse dat hij tot president wordt gekozen en dan onschendbaarheid geniet of het proces kan stopzetten? Eerder kondigde hij al aan de rechterlijke macht te willen herstructureren. Kanhai ontkent.
Minister Santokhi helpt Bouterse uit de droom: ‘Een president is niet onschendbaar als het gaat om mensenrechtenschendingen.’ Hij bestrijdt dat dit een politiek proces is: ‘Dit onderzoek is op instigatie van het Hof van Justitie gestart. En om te controleren of de rechterlijke macht onafhankelijk is, is het proces openbaar. Als Bouterse de rechterlijke macht wil veranderen, dan zal hij moeten aangeven hoe.’
Amnestie in deze zaak is volgens Santokhi een gepasseerd station.
Gratie behoort tot de mogelijkheden. De president van het land kan gratie verlenen op advíes van het Hof van Justitie.

DE NABESTAANDEN zijn opgelucht. Ook Sammy Monsels zegt een dag voordat hij weer naar Nederland vertrekt dat hij blij is zijn zegje te hebben gedaan: ‘Niemand kan meer zeggen dat ik een moordenaar ben.’ Maar Kanhai twijfelt aan de zin van dit proces: ‘Er komt niets uit de verhoren. Een strafzaak is niets meer dan een feitenonderzoek. “Bouterse is de moordenaar van mijn broer”, zegt een van de nabestaanden, maar dat is geen bewijsvoering. Zelfs de getuigen ontlasten Bouterse. Ook Monsels heeft Bouterse niet gezien toen er geschoten werd op 8 december.’
Minister Santokhi werpt tegen: ‘Dat zegt niets. Moord is volgens de wet het doden van iemand volgens een vooropgezet plan.’
Voor de zittingen van 30 november en 1 december zijn meer dan vijftien getuigen uit Nederland gedagvaard. De minister heeft zojuist zijn handtekening gezet onder het rechtshulpverdrag. Het Openbaar Ministerie hoopt vurig dat ze zullen komen, nu ze hebben gezien dat alles goed is verlopen met de eerste groep getuigen uit Nederland.
Een van de getuigen wier broer werd doodgeschoten, de voormalige CDA-politica Nirmala Rambocus, ontvangt bij het verlaten van de rechtszaal een kaars van een van de nabestaanden uit Suriname. Hij sluit haar in de armen en verklaart: deze kaars symboliseert de wens de waarheid rond 8 december aan het licht te brengen.
Van 1980 tot 1987 had Suriname een militair regime. Maar ook na de installatie van een burgerregering in 1988 hielden militairen een vinger in de pap. Kerstavond 1990 stuurde het leger de regering met één telefoontje naar huis. Pas in 1993 schrapte de democratisch gekozen regering-Venetiaan I (1991-1996) de macht van de militairen uit de grondwet.
Twee jaar later nam het Surinaams parlement een motie aan om 8 december te onderzoeken. Veel kwam daarvan niet terecht. In 1996 trad de regering-Wijdenbosch aan; Bouterse werd
‘adviseur van staat’. Jules Wijdenbosch was voorstander van een waarheidscommissie boven een strafproces. Hij liet onderzoek doen, maar daarbij bleef het.
Dankzij de Surinaamse vakbondsman/politicus Fred Derby (de verdachte van de ‘tegencoup’ die als enige door Bouterse werd gespaard) en vooral dankzij de inspanningen van de nabestaanden van de vijftien slachtoffers en van mensenrechtenorganisaties werd de verjaringstermijn in 2000 verlengd. Het Surinaamse Hof van Justitie honoreerde het verzoek van nabestaanden en gelastte juridisch onderzoek.
In 2005 werd besloten tot een strafproces. In dat jaar werd Santokhi benoemd tot minister van Justitie en Politie in het kabinet-Venetiaan III. Nadat bezwaarschriften van de verdachten en het mogelijk hoger beroep daartegen waren behandeld, vond in Boxel de eerste zitting plaats op 30 november 2007.