TONEEL

‘Heel dat grootmoedige bedrog’

In de voorstelling Cyrano (vrij naar Cyrano de Bergerac van Rostand, te zien in het Amsterdamse Bos) wordt geen tijd vermorst.

Regisseur Ingejan Ligt­hart Schenk hanteert het principe show, don’t tell en de stelregel ‘alles wat staat als een huis, staat in de weg’. Populaire ‘nummers’ uit het stuk, zoals Cyrano’s ironische lofzang op zijn neus of het strijdlied van zijn Gasconjer-kadetten, worden casual afgewerkt, zelfs weggewerkt. De toon is: dames en heren, er wordt hier een groots verhaal verteld, op rijm ook nog (vertaling: Erik Bindervoet), dat is al mooi zat. Dus: kill your darlings.

Het hele idee van de voorstelling lijkt te zijn: een zo groot mogelijke hoeveelheid toneel­anarchie schoppen en daar diamanten tussen strooien. Neem het derde bedrijf, ogenschijnlijk een keurig aangeharkte sitcom-tuin met tragikomische sierstruiken. De drie hoofdfiguren zijn opeens enorm met zijn drieën daar. Het smoorverliefde meisje Roxane loopt met haar hoofd in de roze wolken die opwalmen uit de brieven van haar amant Christian. Maar die zijn geschreven door de liefdessouffleur Cyrano. Die zelf verliefd is op Roxane maar dat niet durft te zeggen vanwege zijn mismaakte gezicht. Roxane heeft er niet meer genoeg aan over de liefde te lezen, ze wil die liefde nu live van Christian hóren. En het moet goed klinken, anders hoeft het van haar niet meer. Het overmoedige joch denkt dat hij er klaar voor is. Hij stottert zich naar een fiasco. Cyrano moet bijspringen. Zo ongeveer loopt die derde acte.

Op het toneel wordt met takkenbossen, brokstukken decor (Reier Pos) en trefzekere kostuums (Nicky Nina de Jong) een puinzooi gebouwd, waar de toneelspelers hun pad in moeten uithakken. Alejandra Theus (Roxane) zet daartoe haar grote blijspeltalent in, zonder fladdertoontjes en mét een timing om je vingers bij op te vreten. Jochem Stavenuiter (Christian) hanteert een lekker vette dictie-voor-doven-en-slechthorenden, hij hengst zich als het ware mimend naar een tongzoen met zes uitroep­tekens. Bram Coopmans speelt Cyrano alsof hij op het drukste kruispunt in Milaan het verkeer staat te regelen, ondertussen de piepers opzet in de buurt van Amstelveen en in het hartje van Parijs de gaafste sonnetten verzint. Wordt de kus eenmaal geconsumeerd, door die ánder, dan is Cyrano het meest verlaten mensenkind op de hele wereld en jank je zilte tranen om zijn flierefluitend geïncasseerd tragisch lot. Zo gaat die derde acte hier.

Tijdens de première, afgelopen vrijdag, sloeg in de slotscène de elektronische stemversterking op tilt. Alles klonk opeens als mobiel telefoneren in windkracht elf. Iemand zette de elektronica toen stop. Je hoorde zestienhonderd mensen sidderen. Het licht (ook Reier Pos) dimde. Alle bijrollen waren af. En we keken naar een van de mooiste sterfscènes ooit geschreven. Gesproken met de natuurlijke klank van twee rustig ademende stemmen. Woord voor woord verstaanbaar. En ik kan het weten, want ik zat op de allerachterste rij. Willemijn Zevenhuijzen, Joost Bolt, Dora Groothof, Stijn Vervoort, Roderick Bredenoord en Roald van Oosten spelen, musiceren en zingen alsof dit ensemble al jaren is vergroeid met Cyrano de Bergerac, een stuk dat door Rostand zelf, via Roxane, wordt samen­gevat als ‘heel dat grootmoedige bedrog’. Op deze goddelijke wijze wil de toneelliefhebber graag een flink potje besodemieterd worden.


Tot 8 september, dinsdag t/m zaterdag, vanaf 21.30 uur, bostheater.nl