Buitenland

Heel erg eens

Nederland baadt in het heerlijke gevoel van het ontzettend met jezelf eens zijn. Dat Nederlanders een van de grootste schuldenbergen van de wereld hebben, dat we minder uren werken dan Zuid-Europeanen, dat de schuldencrisis van 2008 een bankencrisis was (van ónze banken), dat onze aanpak daarvan grandioos mislukte, dat we een belastingparadijs zijn, dat het qua economie 1930 met een uitroepteken is, dat is allemaal misschien wel waar, maar eigenlijk ook helemaal niet. De Zuid-Europeanen hebben gewoon ons geld er al eens doorheen gefeest en dat gaat geen tweede keer gebeuren.

Het doet er niet toe dat er in onze hoek maar één ander euroland staat: Oostenrijk, met zijn inhoudelijk zeer lenige kanselier, die extreem-rechts heeft geneutraliseerd door er overheen te schuiven. We hebben ontzettend gelijk en vertalen onze nieuwe Europese bijnaam ‘vrekkig’ liever als ‘zuinig’, want dat past veel beter.

‘Als je naties met vergelijkbare waarden niet kunt overtuigen van de merites van je zaak, kun je maar beter je redenatie heroverwegen’, was een van de belangrijkste lessen die de Amerikaanse minister Robert McNamara uit zijn leven trok. Dat was nadat hij zijn land de Vietnamoorlog in had geloodst. Je mag deze levensles best een open deur noemen, of een waarheid als een koe. Maar Nederland wil er allerminst aan.

Zelfs nu Duitsland – Duitsland! – niet meer tegen een vorm van gedeelde Europese schulden is om de coronacrisis te bestrijden, is dat geen aanleiding om ons achter de oren te krabben. De regering en de meeste partijen zijn het heel erg eens, media van Elsevier tot de Volkskrant blaffen his master’s voice: wij zijn rijk vanwege onze nijvere volksaard, Zuid-Europeanen zijn geboren potverteerders en corona is alleen een moreel breekijzer om bij ons geld te komen.

We houden onszelf voor dat de EU heus wel altijd zal blijven

Nu is de pijnlijke waarheid dat Nederland niet eenzaam is in zijn gelijk, maar eenzaam in zelfmisleiding en pedantie. Nederland is als een prinsje dat is gaan geloven in zijn eigen fabeltje over mieren en sprinkhanen als oorzaak van de schuldencrisis van 2008 en de essentie van de economische debatten in de EU. Maar die schuldencrisis was een bankencrisis, veroorzaakt door cowboys zoals ING, dat tweemaal de waarde van de hele Nederlandse economie in zijn boekhouding had uitstaan. Het werd een publiek probleem doordat landen de problemen van hun banken nationaliseerden. Het publiek kreeg in plaats van boetedoening van falende regeringen, toezichthouders en bankiers een lulverhaal over sprinkhanen en mieren.

En dezelfde kul moeten we aanhoren in het debat over financiën in de eurozone, dat draait om het feit dat die zone is ingericht naar de monetaire belangen van exporterende landen zoals Duitsland en Nederland, en in het nadeel van landen met een ander soort economie, zoals Spanje en Italië. Zelfs in de coronacrisis grijpt Nederland op zijn zelfdienende fabeltje terug, nu een massieve economische crisis boven ons uittorent die nú visie vereist.

Als Nederland zijn hoofd boven onze nauwe echoput zou uittillen, zouden we (met Merkel) zien waar we zijn aangeland: op het punt waar we moeten kiezen of we de Europese Unie met woorden en daden willen verdedigen, of haar mogelijke einde accepteren. Ik las afgelopen pinksterweekend Morgen komt geen dag te laat van de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev, dat deze maand verschijnt. Als hij de wereld na corona probeert te overzien, denkt Krastev dat ‘de ingrijpendste politieke gevolgen van Covid-19 zullen plaatsvinden in Europa, omdat de pandemie het fundament waarop het Europese project is gebouwd aan het wankelen brengt – namelijk dat afhankelijkheid van elkaar de beste garantie biedt voor veiligheid en voorspoed’.

Nederland is hier ziende blind voor. We blijven onszelf voorhouden dat mannen als Wopke Hoekstra en Jeroen Dijsselbloem niet cynisch maar alleen ‘niet zo tactisch’ zijn, dat de EU heus wel altijd zal blijven en we gewoon ons geld moeten beschermen. Nederland, word wakker. De EU heeft sommige landen gegijzeld in hun monetaire beleid, opgesloten met tienduizenden migranten, in de steek gelaten met corona, opgezadeld met twee decennia zonder groei. Wij staan aan de goede kant van de lijn te kraaien over onze voorbeeldigheid. En straks misschien werkelijk alleen.