Heel gewoon

Chris Bos, Vergeet het maar broertje. Uitgeverij De Bezige Bij, 221 blz., f39,90
Puber zijn is spannend. Hormonen gieren door het lijf, de wereld staat op zijn kop, alle volwassenen moeten achter het behang geplakt. En de eigen identiteit wisselt met het uur.

Ook het leven van Douwe Tadema en Patries van Beek is hectisch. Zij zijn namelijk pubers. Tegelijkertijd spelen ze de hoofdrollen in de derde roman van Chris Bos (1955). Het debuut van deze auteur, Het zelfreinigend vermogen, wist nieuwsgierigheid naar het volgende boek op te wekken, zonder echt overtuigend te zijn. Het talent van Chris Bos werd nog steeds niet onomstotelijk bewezen met De woede van de bassist, dat ook bleef hangen tussen de vijf-plus en de zes-min.
Vergeet het maar broertje, het derde boek van Bos, is weer eenzelfde soort roman. Wel aardig, maar niet echt sterk. Wel onderhoudend, maar niet echt sprankelend. Wel grappig, maar niet echt om hard te lachen. Wel spits, maar niet echt diepzinnig.
Vergeet het maar broertje draait om de vriendschap tussen Douwe Tadema en Patries van Beek, een nogal gewoon jongetje en een nogal moeilijk meisje die opgroeien in Gelderland in de jaren zestig en zeventig. Douwe wil keeper van Feyenoord worden, maar als dat niet lukt zou verhuizer ook kunnen. Typisch geval van jongetje van tien, dus. Patries, die op een goede dag Douwes nieuwe buurmeisje wordt, is stoerder dan hij: ze voetbalt en judoot met meer kracht, souplesse en zelfvertrouwen. Patries is een soort tankgirl avant-la-lettre.
Vanaf het moment dat ze elkaar ontmoeten, zijn ze goede vrienden. Ze doen wat alle kids van die leeftijd doen: voetballen, pijltjes schieten, vreemde mensen opbellen, waterbommen gooien, cowboytje spelen, strips lezen, gitaar spelen, paardrijden en zo voorts. In psychologisch opzicht zijn ze op jeugdige leeftijd zo interessant als een natte dweil in het donker. Daar komt verandering in wanneer de jaren des onderscheids aanbreken en de hobbelige weg naar de adolescentie wordt ingeslagen.
De vader van Patries verongelukt en Douwe’s ouders gaan scheiden. Wat voor Patries een hevige klap is, heeft op Douwe veel minder invloed. ‘Wel lekker rustig zonder haar’, besluiten zijn vader en hij na het vertrek van moeder. Enige tijd daarna worden hij en Patries broertje en zusje - moeder Van Beek en vader Datema kunnen het buitengewoon goed met elkaar vinden.
Jongetjes en meisjes. Wie wil verkering met wie en waarom? Wie zal 'het’ als eerste doen? Schermutselingen alom, teleurstellingen te over. Vergeet het maar broertje is het document van tien jaar vriendschap tussen een gewoon jongetje en een gewoon meisje, die gewone dingen doen en in gewone jongens- en meisjestaal spreken. Chris Bos heeft ervoor gekozen zijn roman vanuit het perspectief van Douwe en Patries te vertellen, die om beurten aan het woord zijn. Daarmee heeft het boek ongetwijfeld aan authenticiteit gewonnen, maar helaas lijdt het tegelijkertijd hevig onder die (opzettelijk) simpele, platte stijl. Telkens weer 'lagen we in een deuk’ of 'schrokken we ons te blubber’.
Hoe vaker men 'in een deuk’ ligt, hoe meer het kinderachtige en monosyllabische van het puber-Nederlands gaat tegenstaan. Chris Bos is in staat een goed verhaal te vertellen - daar schort het bij Vergeet het maar broertje niet aan -, maar hij lijkt zich er in dit geval iets te gemakkelijk van af te hebben gemaakt. Pretentieus kan men ook te weinig zijn.