Lijden is nergens goed voor

Heelmeesterslogica

De kredietcrisis is ook een geloofscrisis.
De reden daarvan is simpel: ook economie is een geloof. Laat je het de vrije markt oplossen of geef je de overheid meer bevoegdheden? Beknibbel je op loon of geef je juist meer? Doe je iets met de hypotheekrente of juist niet? De ratio is altijd het geneesmiddel tegen fundamentalistische opvattingen en zou dat ook in de economie moeten zijn, maar ook hier weer winnen idealistische opvattingen het van logische.
De logica zou onmenselijk zijn en dus doen we liever iets onlogisch. Neem de vijf mensen hier in de straat. Ze hebben allemaal een hypotheek op hun huis genomen, omdat ze die hypotheekrenteaftrek krijgen. (Ik laat even in het midden of dat juist of niet juist is – het is zo.) Als die hypotheekrenteaftrek,
zoals D66 wil, wordt opgeheven, moeten die mensen hun huis verkopen, tegen een prijs die nu door de kredietcrisis lager is dan toen ze hun huis kochten. (Want er is veel aanbod van huizen, dus de prijs is laag.) Ze komen dus met een schuld te zitten. En de banken – die zitten met huizen die ze niet kwijt kunnen. De huizenprijzen dalen dan wel, maar de crisis wordt vele malen groter. Onzin, zeggen de gelovigen, die hypotheekrenteaftrek is onrechtvaardig en dus moet hij weg.
De meeste Nederlanders vinden dit niet erg, want die zijn opgevoed in het geloof dat lijden minder erg is dan rechtvaardigheid. Liever iedereen even arm. We moeten medelijden, dat is goed. Lijden is sowieso goed. Wie het goed heeft, dient te worden gewantrouwd, zeker in tijden van crisis. Wie het goed heeft, moet aangepakt worden, hij moet delen. We hechten waarde aan jaloezie in die zin dat mensen niet jaloers mogen zijn. Als iemand op iemand anders jaloers is, dan moet de oorzaak van die jaloezie weggenomen worden.
Ik geloof nergens in, geloof ik.
Ik vind lijden nergens goed voor. Ik vind het inhumaan. En ik geloof ook niet dat de samenleving rechtvaardig is of dat je die in een rechtvaardigheidskader kunt spannen.
Ik ben ouderwets: ik meen dat het beste idee moet winnen en dat jaloezie in dezelfde mate verlammend als inspirerend kan zijn. En ik vraag me voortdurend af wat logisch is en wat niet. Juist wanneer het gaat over problemen als rijk en arm. Soms ben ik te dom om logisch te zijn, en weet ik dat ik daar het slachtoffer van zal worden. Anderen zijn slimmer.
De rijkdom van de mens is dat hij iets kan veroveren. Hij kan iets maken uit niets en als dat beter is dan iets wat er al was, dan wint hij. Het leven is een competitie, de sterkste wint, de zwakste verliest, die moet zijn hand ophouden en is gedoemd om jaloers te zijn. Jammer! Maar hij kan er altijd iets aan doen.
Niemand gelooft mij als ik zeg dat ik het beste met de mensen voor heb. Ze zeggen dat ik een opportunist ben geworden. Hebben ze gelijk?
Ik heb inderdaad bijna alle stromingen omarmd die er zijn – en vaak uit opportunistische motieven. Ik was vroeger oprecht kwaad over de uitbuiters en de slaven. De sociale strijd trok me zeer. Ik maakte studie van geëngageerde alfabetiseringscampagnes en werd ‘uit roeping’ leraar Nederlands voor ‘anderstaligen’.
Ik wilde een goed mens zijn. En ik was ook een goed mens. Ik leed mee. Arm met de armen. Tot ik merkte dat de logica buiten de deur werd gehouden, want zodra je die toeliet, was de ‘double bind’ niet ver weg.
Ik sprak ooit een dokter die ik heel rechts vond. Die zei: ‘Als ik uw lichaam zou behandelen zoals u de mensheid wilt behandelen, dan opereer ik u niet, maar geef ik u er wat ziektes bij, zodat het ene orgaan zich niet beter hoeft te voelen dan het andere orgaan.’ Dat vond ik toen schandelijk.