Heer bolk born to be wild

Het grote aftellen is begonnen. Nog vijf maanden en Nederland maakt zo'n ruk naar rechts dat een argeloze omstander het niet eens meer zal kunnen herkennen, om een fameuze uitspraak van Nixons rechterhand John Mitchell over het Amerika van de jaren zeventig voor eigentijdse Hollandse consumptie te recyclen. ‘We worden onvermijdelijk de grootste’, sprak Frits Bolkestein 5 december jl. al in HP/De Tijd, kennelijk aangespoord door de winning mood die hij als voorzitter van de Liberale Internationale proefde tijdens het liberale wereldcongres in Oxford. Om dat gelijk te nuanceren: ‘Misschien nog niet bij de komende verkiezingen, maar dan wel bij die erna. Die bal rolt vanzelf naar ons toe.’

De stemming in het VVD-kamp is er een van nauwelijks te beteugelen feestvreugde. Regelmatig moeten de jonge honden van de partij tot de orde worden geroepen om zich niet te bezondigen aan prematuur triomfalisme, dat zich uiteindelijk alleen maar tegen de liberale zaak kan keren als het te uitbundig beleden wordt. Bolkesteins pr-adviseurs - Cees Mijnten van voorheen de Tros en Willem Bemboom van voorheen het NOS-Journaal - blijven het erin hameren bij de denktank van jonge academici die Bolkesteins speeches uitschrijven: geen publicitaire lynchpartijen richting Els Borst of Wim Kok, zelfs niet richting Jaap de Hoop Scheffer, ook al vraagt deze er bijna dagelijks om. Goede manieren zijn belangrijk. ‘Ik heb nog nooit een onaardig woord over Wim Kok gesproken, en ik ben ook niet van plan dat tussen nu en 6 mei te doen’, zei Bolkestein verleden week tegen Elsevier.
Waar het nu op aankomt is de kaken in bedwang te houden, om onaangename verrassingen te voorkomen. Met schrik denkt de VVD-leiding terug aan de dagen van Ed Nijpels, wiens euforie over eerste electorale succesjes zo lang aanhield dat de nieuw verworven aanhang uiteindelijk even hard wegliep als ze erbij gekomen was. De reuk van de aanstaande overwinning is in de politiek even gevaarlijk als in de sport: degene die met het virus van de victorie geïnfecteerd is geraakt, pleegt zijn tegenstander minder serieus te nemen en stelt zich zo aan nodeloos gevaar bloot. Zelfs na de verkiezingen kan een overdosis feestgedruis uitmonden in averij: denk maar aan de 'overwinningsnederlaag’ in 1977 van Joop den Uyl, die zo was overtuigd van zijn oppermacht dat hij uiteindelijk moederziel alleen in de oppositiebankjes belandde.
Waar men geen last heeft van dat soort tactische overwegingen is in het hoofdkwartier van de Nederlandse afdeling van de Hell’s Angels in Amsterdam, in de schaduw van de Penitentiaire Inrichting Spaklerweg, beter bekend als de Bijlmerbajes. Angel Place, in een grijs verleden nog regelmatig in het nieuws door gang bangs waaraan niet door alle partijen met even grote instemming werd deelgenomen, bevindt zich aan de Weespertrekvaart, waaraan ook Frits Bolkestein en zijn echtgenote, de gewezen actrice Femke Boersma, hun nieuwe behuizing hebben gevonden. Tijdens een groots verjaardagsfeest van Tonio Hildebrand, de mascotte van de Amsterdamse ondergrondse, lieten diverse vertegenwoordigers van de engelen uit het hellevuur op rondborstige wijze hun enthousiasme over het politieke succes van hun buurman blijken. Bolkestein is met stip de populairste politicus in het kampement van de motorduivels, zo bleek. Op 6 mei a.s. zullen zij met de groepscode die Hell’s Angels eigen is collectief hun stem op de Bolk uitbrengen. De Angels verklaarden allen hartgrondig de schurft te hebben aan Joop den Uyl en alles waar deze voor stond. Die aversie delen ze met Bolkestein, die in 1975 zoals bekend een glorieuze carrière bij de Koninklijke Olie vaarwel zei om Nederland te behoeden voor verdere spreiding van 'macht, kennis en inkomen’ zoals de leden van het eerste kabinet-Den Uyl zich dat in de hybris van de softe seventies hadden voorgenomen. 'Bolkestein zegt gewoon keihard wat hij ervan denkt, en dat vinden wij een verademing’, zo verkondigden de Hell’s Angels.
Hell’s Angels zijn ook liberalen, oer-liberalen zelfs. Zaken als vrij ondernemerschap hebben zij hoog in het vaandel en ze hebben een broertje dood aan iedere vorm van overheidsbetutteling. Op de onzichtbare hand van Adam Smith vertrouwen zij evenzeer als hun politieke idool, hoewel ze als het zo uitkomt wel nog hun graantje meepikken uit de subsidiepot voor sociaal-cultureel werk ten behoeve van ouder wordende randgroepjongeren, een trekje van verknochtheid aan bepaalde verworvenheden uit de sociaal-democratische traditie die je tegenwoordig ook wel in andere geledingen van de liberale volkspartij ziet (zie bijvoorbeeld techno-lease). Straks, als de verkiezingsbuit binnen is, zal er in Angel Place een groot feest worden gehouden ten faveure van de beroemde buurtgenoot. En wie weet zullen Frits en Femke dan zelf ook van de partij zijn, luidkeels meezingend met 'Born to be Wild’ en andere favoriete motorduivelklassiekers, ja, wellicht zal het liberale koningspaar dan zelf ook plaatsnemen op een met vervaarlijke drakekoppen beschilderde Harley Davidson en ervandoor scheuren naar een nieuwe horizon, op zoek naar de ultieme vrijheid, in een rokende colonne van louter bloedbroeders en soul mates, recht naar het hart van de Grote Liberale Droom.