Een thriller over een biermagnaat

Heerlijk helder Heffner

Barbara Smit, schrijfster van de biografie van Freddy Heineken, publiceerde onlangs een thriller over biermagnaat Teddy Heffner. ‘Als er iets waargebeurds in staat moet je je er niks van aantrekken.’

‘IK WAS PAS geleden nog in Nederland, in Utrecht. Management Team had me uitgenodigd voor een freelancersdiner. Mijn boek was net uit dus ik liep even bij de boekhandel binnen. Nergens kon ik het vinden. De verkoper moest een kwartier zoeken. Bleek het beneden in de kelder bij de businessboeken te liggen! “Dat kan echt niet”, zei ik. “Heeft u het gelezen dan?” vroeg de verkoper. “Nee”, zei ik, “ik heb het geschreven.” Hij stamelde dat hij het meteen naar boven zou halen.’


Maar Barbara Smit (31) wist ook niet goed waar haar boek, De overdracht, dan wel zou moeten staan. ‘Bij de thrillers, dacht ik. Maar het is een corporate thriller, geen echte thriller. Het is geen eng boek. Thrillers moeten eng zijn.’


Café Charbonne, Rue Oberkampf, Parijs. Ze woont niet in de Franse hoofdstad uit angst voor de Heineken-inlichtingendienst, bezweert ze. Gewoon vanwege het werk. Ze werkt freelance voor Franse, Engelse en Nederlandse businessbladen als Le Nouvelle Economiste, The Financial Times en Management Team. Smit: ‘Politiek interesseert me niet. Of je het leuk vindt of niet, de financiële wereld is een belangrijke macht geworden. De manier waarop bedrijven in elkaar zitten en wat ze onderling uitspoken is voor veel mensen veel belangrijker dan politiek gesteggel.’ Het is ook niet dat ze van Heineken haar buik vol heeft en daarom nu van een Amstel nipt (bovendien is Amstel onderdeel van het Heineken-concern); het smaakt haar gewoon beter. ‘Nederlanders zijn sociaal gezien niet de meest boeiende mensen, behalve met bier in de kroeg. Eigenlijk heeft bier me altijd al gefascineerd.’



DE OVERDRACHT is haar tweede boek. In oktober 1996 publiceerde ze Heineken, een leven in de brouwerij, de geruchtmakende biografie van biermagnaat Freddy Heineken. Freddy zelf was doodsbenauwd. Op alle mogelijke manieren probeerde hij publicatie van het boek tegen te gaan. Smit: ‘Dat het zo goed verkocht, is aan Freddy te danken. Dankbaar ben ik hem niet. Hij heeft het mij ontzettend moeilijk gemaakt.’ Zo belde Freddy met multimiljonair Conrad Black, een goede vriend die eigenaar was van de Britse The Daily Telegraph, de krant waar Smit indertijd haar brood verdiende. Ze werd door de hoofdredacteur op het matje geroepen, het was duidelijk hoe ver Freddy’s macht reikte. Ze ontmoette de bierkoning voor het eerst bij de uitreiking van de Henry Pierre Heineken-award, in 1994. ‘We zien elkaar in de rechtszaal’, sprak hij en keerde haar de rug toe. Bij volgende ontmoetingen in het Pentagon, zijn privé-vertrek aan de Amsterdamse Weteringschans, probeerde Freddy haar te versieren. Hij dreigde een middel in haar thee te strooien en haar dan uit te kleden. Smit liet weten dat ze, indien dat verband zou houden met het verhaal, ook zou schrijven over ’s mans buitenechtelijke relaties en over Henry Pierre Heineken, zijn vader. Freddy ging door het lint. De geschiedenis van zijn vader was een niet al te fraaie. De aan lager wal geraakte alcoholist had op een haartje na het bedrijf verpatst. Dat Smit ruchtbaarheid zou geven aan Freddy’s mislukte relatie met stewardess Nan Los zinde de biermagnaat al evenmin. Los was er vandoor gegaan met ex-autocoureur Gerard van Lennep, waarop Freddy de door hem gefinancierde verfilming van Hermans’ De donkere kamer van Damokles waarin Los de hoofdrol speelde, voorgoed uit de roulatie nam. Toen Smit autorisatie van haar boek bleef weigeren, drong Freddy er bij toenmalig Elsevier-topman Pierre Vinken op aan uitgeverij Sun, waar de biografie zou verschijnen, op te kopen. Vinken wees die suggestie vanwege gebrekkige rentabiliteit van de hand.



IN HET PARIJSE etablissement vertelt Smit dat ze Freddy bepaalde passages liet lezen maar dat ze bij voorbaat al wist dat ze zich niets van eventuele kritiek aan zou trekken. Smit: ‘Hij vroeg erom dus gaf ik hem wat. Ik heb niet met zoveel woorden gezegd dat ik niks zou veranderen, maar het zal hem toch duidelijk zijn, dacht ik. Hij heeft toch veel met de pers te maken gehad. Ik werk voor Franse, Engelse en Amerikaanse bladen. Het is gewoon niet aan de orde dat je citaten van tevoren laat lezen zoals jullie in Nederland doen. Als je voor Herald Tribune, Time Magazine en Financial Times werkt, nemen ze je serieus. Dan respecteren ze je werkwijze.’


Dat geautoriseer in Nederland, Smit vindt het maar slap. ‘Ik heb me er een keer hard voor gemaakt, uitgelachen ben ik. De NVJ (de journalistenvakbond — red.) had een debat georganiseerd over wat je wel en niet mag laten voorlezen. Alleen de citaten of het hele stuk? Ik zei: je mag helemaal niks laten lezen. Belachelijk vonden ze dat. Maar als je voor de Financial Times een gesprek aanvraagt met een topman vraagt hij ook niet om autorisatie. Frénk van der Linden heeft zijn gesprek met Heineken van tevoren laten lezen. Het heeft best wat interessants opgeleverd maar toch… je verschuift de verantwoordelijkheid naar de ander.’


Hoe het in Nederland zo is gegroeid weet Smit wel. ‘Ik ben in interviews ook ontzettend vaak verkeerd geciteerd. Er stonden woorden in de krant die nooit uit mijn mond zijn gekomen. Ik kan me voorstellen dat als dat ook gezagdragers elke keer overkomt, ze dan willen autoriseren. Het feit dat er zoveel geautoriseerd wordt, ligt dus aan de journalisten zelf.’


Smit denkt dat de misverstanden tussen haar en Freddy vooral zijn gerezen omdat hij de Nederlandse situatie is gewend. ‘Over een Financial Times-interview heeft hij ook zitten onderhandelen, gênant. Ik vind het echt een belediging als het wordt gevraagd. Als iemand het vraagt zeg ik het interview af. Ik kon Heineken er niet van overtuigen dat ik een heel degelijke journaliste ben. Conservatief en terughoudend. Ik heb helemaal geen belangstelling voor roddel. Heineken is een schitterend succesverhaal. Natuurlijk zijn er altijd wat schaduwzijden, maar de kern blijft schitterend. Hij heeft er baat bij dat ik dat onafhankelijk opschrijf.’


Nu, vier jaar later, heeft Smit een fictief werk in de schappen doen belanden. We hebben te maken met een corporate thriller, meldt de flaptekst. De overdracht gaat over een Amsterdamse biermagnaat, luisterend naar de naam Teddy Heffner. Teddy komt erachter dat zijn afgetakelde vader met het bedrijfskapitaal torenhoge drankschulden aan het aflossen is. Teddy richt een schimmige Zwitserse stichting op die de meerderheid van de Heffner Holding beheert en zo ook de Heffner NV. Ogenschijnlijk heeft Teddy binnen de stichting de meerderheidsaandelen in zijn bezit. Dat is ook de reden dat hij absolute heerser is over het bedrijf. Niemand die Heffner over kan nemen zolang Teddy leeft. In De overdracht blijkt dat Heffner echter helemaal geen meerderheidsaandeelhouder is. Meer dan de helft van de meerderheidsaandelen is in het bezit van een zekere Benjamin, een oude vriend van Teddy’s vader. De unieke en onaantastbare eigendomsstructuur van het bierimperium berust dus op een leugen. Als de concurrentie hiervan op de hoogte geraakt, zal onmiddellijk een overnamebod worden gedaan. Teddy, reeds met een been in het graf, moet alle aandelen in zijn bezit zien te krijgen, wil hij het bedrijf binnen de Heffner-familie houden. In het Benjamin-contract is een clausule opgenomen die zegt dat Teddy de aandelen kan overkopen als tussen twee jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen de koers met honderd procent stijgt. Via een ingenieuze actie weet Teddy de aandelenkoersen tot grote hoogte op te stuwen. Op het laatst echter wordt zijn plan doorzien door de concurrentie.



EERST EEN non-fictieve biografie schrijven, vervolgens een fictieve thriller over hetzelfde onderwerp afleveren. Zet je de lezers niet op een verkeerd been?


‘Hoezo, het is echt fictie hoor. Bovendien is de plot van De overdracht een samenloop van omstandigheden die wel heel onwaarschijnlijk is. De persoon die dan echt de meerderheidsaandelen in handen heeft moet ermee akkoord gaan dat hij zijn mond houdt en zijn stemrecht aan Freddy overdraagt. In mijn boek heeft Benjamin een reden om zijn mond te houden, vanwege iets gênants met z’n vrouw. Dat is een samenloop die vergezocht is.


Ik ben er niet vanuit gegaan dat de mensen eerst de biografie hebben gelezen. Ik ben er wel vanuit gegaan dat mensen die De overdracht lezen weten waarover het gaat. Het lijkt me vrij duidelijk dat het over Heineken gaat. Maar als ik hem letterlijk zo zou noemen roep ik een hoop problemen over me af. Met de biografie had ik trouwens al genoeg publiciteit gekregen omdat hij van die idiote dingen ging roepen over mij en het boek.’


Die Arche-stichting, die in ‘De overdracht’ Arc heet, bestaat echt. De hele bedrijfsstructuur die je schetst is exact dezelfde als in het echt.


‘Daarom is de plot van dit boek ook zo geloofwaardig. Niemand kan weten hoe het precies zit met de Arche-stichting die de Heineken Holding beheert. In die onduidelijkheid is de kiem voor dit boek gelegd. Het is niet zo dat ik bij het schrijven van de biografie aanwijzingen kreeg dat het wel eens zo zou kunnen zijn zoals ik het beschrijf in de thriller. Het is voor mij belangrijk dat het kan in de werkelijkheid. Tijdens het schrijven van de biografie dacht ik wel: niemand kan weten hoe het precies zit. Ik heb er naarstig naar gezocht maar kon niets vinden. Heineken heeft een dochter en kleinkinderen. De aandelen moeten wel worden overgedragen, aan wie dan ook. Het zou heel goed kunnen dat dat al gebeurd is. Niemand die dat weet.’


Omdat je boek zoveel raakvlakken met werkelijke gebeurtenissen en bestaande personen vertoont, is het toch logisch dat mensen dit scenario serieus gaan nemen?


‘Het is heel duidelijk dat de personages zijn geïnspireerd op bestaande personen. Ik vond dat wel iets toevoegen. Dat was voor mij ook nodig omdat ik nooit eerder een thriller had geschreven. Tegelijk was het ook een beperking. Je kunt niet alles erbij verzinnen wat je wilt. Sommige dingen verzon ik om ze achteraf te schrappen. Dan dacht ik: dat zal hij nooit zo doen in het echt. Vooral bij Heffner had ik dat. Zo is hij en dat zou hij echt niet doen. Omdat ik Freddy ontzettend goed was gaan leren kennen. Met Karel Vuursteen, ik bedoel Karsten Leeuwen, was het ook lastig. Hij heeft een opvallend vriendschappelijke relatie met zijn secretaresse. Dat heb ik benadrukt om niet de indruk te wekken dat hij een seksuele relatie met haar heeft. Ik vind het gênant om dat te suggereren. Dat is ook de reden dat er geen seks in voorkwam.’



HET HEEFT ER de schijn van dat je er fictie van gemaakt hebt omdat je de feiten niet voor honderd procent hard kon krijgen.


‘Marcel Metze (Philips-chroniqueur — red.) heeft mij dat ook verweten. Hij zei dat ik de lezer misleidde en dat ik journalistiek werk had moeten leveren. Ook andere mensen namen het woord “laf” in de mond. Onzin. Het zou pas laf zijn als ik onthullingen had die ik niet durfde te brengen in journalistiek verband. Maar er zijn helemaal geen onthullingen! Niemand weet wat zich binnen die stichting voltrekt. Als Heineken komt te overlijden, horen we pas wie de pakketten en de controle heeft gekregen. Nu kun je dat echt niet weten. Een voorbeeld van wat ethisch gezien echt niet door de beugel kan is Dutch, de Reagan-biografie van Edmund Morris. Daar is fictie ingebracht om de non-fictie kracht mee te geven. Net als Sylvain Ephimenco dat in zijn boek Façades heeft gedaan, over de Franse zakenman Michel Bosio die Nederland uitgezet werd. Ephimenco kon journalistiek de zaak niet hard krijgen en maakte er daarom fictie van. Ik weet niet wat zijn motieven waren, maar zoiets vind ik verkeerd. Bij De overdracht ligt het heel anders. Het boek wordt verkocht als non-fictie. Als lezer weet je niet wat waar is en wat niet. Ik zeg: ga ervan uit dat dit fictie is. Als er iets waargebeurds in staat moet je je er niks van aantrekken.’


De omslagen van beide boeken zijn van dezelfde tekenaar. Op ‘De overdracht’ wordt melding gemaakt van de verkoopcijfers van de biografie. Er staat bovendien niet eens ‘thriller’ op vermeld. In tijd volgen beide werken elkaar precies op. De zin voorin, dat het verhaal in 2002 gesitueerd is en er daarom geen overeenkomst met de werkelijkheid is, is ronduit potsierlijk.


‘Ik vind het wel legitiem dat ze de verkoopcijfers van de biografie op de thriller afdrukken. Over de cover is een hele discussie geweest. Ik riep uiteindelijk: laten we gewoon dezelfde tekenaar nemen. Er was ook discussie over wel of niet “thriller” erop. Er werd geroepen: dat moet niet, want dan gaan de mensen het verband leggen. De andere helft zei: dat is bizar, je moet het aangeven. Mij hebben ze daarover niet geraadpleegd. Er had wel “thriller” op moeten staan, vind ik. Dat had een hoop misverstanden kunnen voorkomen.’



Barbara Smit, De overdracht. Uitg. Sun, 261 blz., ƒ39,50; Barbara Smit, Heineken, een leven in de brouwerij. Uitg. Sun, 320 blz., ƒ39,50