Heerlijk ongedisciplineerd

In een terugblik op het festival van Cannes werd in Variety een van mijn favoriete films omschreven als totaal ongedisciplineerd. Nu is Variety een blad voor mensen die naar films kijken of het beursnoteringen zijn, maar het wordt volgeschreven door vakkundige lieden. Dus misschien zit er wel iets in, al kun je ongedisciplineerdheid heel verschillend waarderen.

Het werd niet gezegd, maar het probleem begint waarschijnlijk al bij de titel. Arnaud Desplechin, de maker van de zeer beklijvende eersteling La sentinelle, noemde zijn tweede film Comment je me suis dispute (‘ma vie sexuelle’). Dat is waarschijnlijk te vaag, te lang en te literair. In Cannes heb ik niemand de titel horen noemen. Hij werd steevast omschreven als 'die Franse film van meer dan drie uur’. Ja, de lengte is waarschijnlijk ook een onoverkomelijkheid. En dan heeft de film ook nog eens geen duidelijk verhaal dat je in een paar zinnen kunt navertellen.
Maar het grootste struikelblok zal zijn, en hierin is de film echt intrigerend, dat hij geen eenduidige toon heeft. Op veel momenten is de film realistisch en serieus, maar op andere momenten is de sfeer die van een komedie. Het realisme is soms zo overtuigend dat je het vermoeden krijgt dat de film erg autobiografisch is en dat de hoofdpersoon wel een alter ego van de filmmaker moet zijn, maar op andere momenten raakt de hoofdpersoon zo op drift in komische en burleske voorvallen dat je toch niet meer aan zelfspot kunt denken.
De hoofdpersoon heet Paul en wordt gespeeld door Mathieu Amalric. Al is spelen hier waarschijnlijk niet het juiste woord. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat Amalric in het dagelijkse leven ook zo'n persoon als Paul is. Paul is docent filosofie, maar staat eigenlijk nog met zeker een been in het studentenleven. De stap naar het echte leven lijkt hij niet te willen nemen. Hij kan geen besluit nemen over het al of niet beeindigen van de relatie met zijn jeugdvriendinnetje, hij kan zich niet zetten tot de voltooiing van zijn proefschrift en hij heeft de grootste moeite met het nemen van de vele kleine obstakels die het dagelijkse leven rijk is. Vooral in het weergeven van dit laatste is de film knap, origineel en leuk. Als Paul voor het oog van zijn leerlingen van de trap rolt en zich dan geen houding weet te geven, is het effect niet plat, maar juist angstig en bevreemdend. Paul blijft net even te lang liggen en staat daarna net iets te kwiek op om de zaak af te doen als een ongelukkig voorval. De leerlingen, in een overigens hyperrealistische setting, wijken als een Grieks koor naar achteren en vormen een zwijgende cirkel om de hoofdpersoon, die het liefst dood zou blijven, maar het volgende moment luchtig lachend verder moet lopen.
Zo maakte Desplechin van een wat lullig moment een scene die je bijblijft. Wat me ook bijbleef, was een raar voorval met een aap. Op een dag stapt een nieuwe collega- docent Pauls wereld binnen. Hij kent hem nog uit zijn studietijd, maar de nieuwkomer doet net of hij Paul nooit eerder heeft ontmoet. De nieuwkomer heeft voortvarend carriere gemaakt en is een soort superster die de aandacht trekt door met een aap rond te lopen. Niet dat hij dol is op zijn huisdier, dat zal blijken. Als Paul eindelijk bij hem durft langs te komen om hem te herinneren aan hun vroegere vriendschap, blijkt de succesfilosoof zich aan de aap te hebben vergrepen. Het arme dier sterft vastgeklemd achter een hete verwarmingsradiator. De eigenaar durfde hem niet te bevrijden en dwingt de schuchtere Paul om het lijkje los te peuteren. Paul laat zich met dit bewijs van wreedheid de straat op sturen om het te begraven op een braakliggend terrein langs een snelweg. Hier is de burleske toon allang omgeslagen in die van een nachtmerrie en de hoofdpersoon wordt bezocht door zijn ergste trauma’s.
Dat is totaal ongedisciplineerd, ja. Dat hadden ze bij Variety goed gezien. Desplechin had kennelijk nog wat af te rekenen met de modieuze intellectuelen in zijn Parijs, en hij doet dat woedend en zonder beheersing. Mooi, zo'n ongedisciplineerde film.