Heerlijke warme zomerzondag

Voor het tweede kwartaal van 1968 staan de volgende titels op de boekrekening van Academische boekhandel Scholtens en Zoon: Mao Tsé-Toung, La guerre révolutionnaire, Simone de Beauvoir, Tous les hommes sont mortel_s (aankoop 18 april); _Barbarber, een keuze uit 30 nummers (14 mei), Lagarde et Michard, deel 1 Moyen-Age (15 mei), Jean-Paul Sartre, Que peut la littérature en Simone de Beauvoir, Le deuxième sexe (28 mei). De rekening is verstuurd naar Woonbotenhaven, Nieuwe Steiger 13, Groningen.

Op 22 mei waren er tentamens oud-Frans en historische fonetiek. Ik had een hekel aan deze vakken. Mijn hoofd stond naar andere dingen dan Bourciez’ Précis historique de phonétique française. Ik bereidde deze tentamens voor in de voorafgaande nacht. Om de twee uur laste ik een pauze in, zette koffie op het Italiaanse espressoapparaatje dat ik van huis had meegekregen en draaide een eepeetje van de Stones met daarop Get Off My Cloud.

Op het instituut voor Romaanse talen aan de Grote Kruisstraat waren er discussies over marxistische literatuurtheorie: Georg Lukácz, Lucien Goldmann, Pierre Macherey. Het ging over arbeidersliteratuur en over de bijdrage van literatuur aan maatschappelijke veranderingen. Ik geloofde noch aan het een, noch aan het ander. Voor revolutie moest je in Oost-Groningen zijn, bij Fré Meis, niet aan de Kruisstraat, vond ik. Ik stemde CPN in die dagen.

Vanuit de woonschepenhaven stak ik elke ochtend met een pontje de Eemshaven over en ging dan via Oosterhogebrug naar Groningenstad. Aan het eind van de middag reed ik naar het botenhuis van Aegir om te trainen op het Van Starkenborghkanaal, dan naar de mensa en om een uur of acht met het pontje terug naar huis.

Er waren veel wedstrijden, dat voorjaar. Zaterdag 30 maart, Head of the River, was een koude dag. Een vloot van achten had zich verzameld in de kom voor het sluisje bij Ouderkerk. In afwachting van de start mochten we ons in de tuin van een van de omwonenden warm springen. Er zijn verscheidene foto’s genomen tijdens de race: twee bij de omval, één bijna op het eind vanaf de Berlagebrug. Het valt me op dat drie ploegleden, Henk Rouwé, Gert-Jan Maarleveld en ik een korte broek dragen. De overige roeiers dragen een lange groene legeronderbroek. In die van Herbert Weijschedé zit een gat.

In april en mei volgden de Varsity op het Amsterdam-Rijnkanaal, de Hollandia in Alphen aan den Rijn, de A.R.B. in Amsterdam. Er is een foto van G.L.W. Oppenheim, genomen vlak na de start van de A.R.B. Shirt en broek plakken aan mijn lijf. Ik was omgeslagen vlak voor de start en had, staande in de modder van de Bosbaan, mijn skiff leeg moeten hozen en er daarna weer in moeten klimmen.

In juni waren er wedstrijden van de Groninger Roeibond op het Eemskanaal, vlak voor de deur bij wijze van spreken. Het was een heerlijke warme zomerzondag. Ik roeide die middag twee wedstrijden in de skiff. De volgende dag stond er in het Nieuwsblad van het Noorden een foto met daaronder: ‘Bij de heren-senioren B skiff finishte J. van Buuren als eerste in een goede tijd. Hier krijgt hij zijn “blik”.’ Op de rand van de foto is, naast de official van wie ik mijn ‘blik’ krijg uitgereikt, een broekspijp te zien. Die behoort toe aan mijn vriendin. Ze droeg een fijn geribbelde corduroy broek van een prachtige oudroze kleur. Ze was ongesteld. Achteraf merkte ze dat er bloed was gelekt. Dat is gelukkig net niet te zien op de foto. Een paar maanden later bleef die ongesteldheid uit.

Op de ochtend van de wedstrijd keek ik naar de voorbereidingen aan de overkant van het Eemskanaal: officials arriveerden, luidsprekers werden getest, boeien gelegd, de finishlijn getrokken. Ik slenterde over de steigers en kwam de buurvrouw tegen van steiger 12. Ik had haar regelmatig gezien, maar nooit gesproken. Het was een mooi, tenger meisje. Er zat een litteken net boven de rand van haar bikinibroekje. We kwamen in gesprek. Wat ze zoal deed. Ze organiseerde de scholing voor jonge arbeiders in de strokartonfabrieken van Appingendam. De directies zijn daartoe verplicht, zei ze, maar ze doen van alles om zich eraan te onttrekken. Ze moeten onder druk worden gezet, willen die kinderen een kans krijgen. Zo werkt politiek, legde ze me uit. Ze heette Elske ter Veld.