Monarchie Een huis voor het hart, niet het verstand

Heersen bij de gratie des volks

Het Verenigd Koninkrijk heeft niet alleen de Moeder der Parlementen, maar ook de Moeder van alle Monarchieën. Waar de gekozen leden van het Lagerhuis nog nooit zo impopulair zijn geweest, floreren de Windsors. Het geheim? Vertrouwdheid.

Een voorjaarsochtend in Greenwich. De regen slaat tegen de glazen wanden van de Cutty Sark. Achter de dranghekken staan mensen te wachten. Rijen dik. Met moeite houden ze hun paraplu’s in bedwang. Kinderen rennen rond en stampen in de plassen. Politieagenten houden alles in de gaten. Opeens klinkt er geroezemoes. Fototoestellen komen te voorschijn. Daar is Hare Majesteit, de vrouw die ze kennen van munten, postzegels en bankbiljetten. Glim­lachend en zwaaiend loopt ze om de pas gerenoveerde theeklipper heen, om deze officieel te openen. Donkerrood is de kleur die Elizabeth heeft uitgekozen voor het bezoek aan de Londense wijk die zich sinds kort koninklijk mag noemen. ‘Ze is kleiner dan ik dacht’, merkt een vrouw op. ‘Welcome ma’am!’ roept een ander. Echtgenoot Philip, oude houwdegen, grijnst. De hoogwaardigheidsbekleders lachen ook, maar komen nerveus over. Na een paar minuten komt de wandeling ten einde. De onderdanen zoeken snel de warmte op.

Zo gaat het elke dag wel ergens. Al meer dan zestig jaar reizen de vorstin en haar familieleden door het koninkrijk, waar ze nog steeds veel land bezitten, om eerste stenen te leggen, jubilea van vrouwenverenigingen bij te wonen of ziekenhuizen te openen, niet zelden vernoemd naar een koningskind. Conservatieve kranten publiceren dagelijks een ‘hofcirculaire’, met intrigrerende reismededelingen als: ‘The Queen and the Duke of Edinburgh this morning visited Mars Chocolate UK, Dundee Road, Slough, and were received by Her Majesty’s Lord-Lieutenant of the Royal County of Berkshire and the President of Mars Chocolate UK’, en: ‘The Princess Royal, Colonel-in-Chief, The Royal Logistic Corps, accompanied by Vice Admiral Sir Tim Laurence, this evening attended the Twentieth Anniversary Beating Retreat and Dinner at Prince William of Gloucester Barracks, Grantham of Lincolnshire.’ De familie is niet alleen een veredelde liefdadigheidsinstelling, maar vooral ook een stukje franje in een wereld die steeds rationeler, efficiënter en functionalistischer wordt.

Dagelijks publiceren kranten foto’s van de koninklijke uitjes, van de voorpagina tot in het modekatern. Al op jonge leeftijd realiseerde Elizabeth zich dat zichtbaarheid de beste manier is om te overleven. Ze wist dat koningin Victoria, de ‘Widow of Windsor’, het bestaan van het Britse koningshuis in gevaar had gebracht door zich te weinig in het openbaar te vertonen. Eind jaren zestig besloot ze zelfs de deuren van Buckingham Palace te openen voor de filmcamera’s van bbc’s Richard Cawston. Diens collega David Attenborough wees erop dat mystiek een essentiële bestaansvoorwaarde is voor het koningshuis en dat deze openheid uiteindelijk zou leiden tot de val van de monarchie. De vrees bleek voorbarig. De documentaire The Royal Family had een geruststellend effect. Miljoenen Britten zagen bij deze vrijwillige inbreuk op de privacy dat het leven van de Windsors – Philip in de weer met de worstjes op de barbecue was een onvergetelijk gezicht – niet wezenlijk verschilde van dat van henzelf. Ze zijn gewoon, maar toch ook weer niet, natuurlijk.

In onze mediamaatschappij hebben de Britten een nog nauwkeuriger beeld van het leven achter de paleisgordijnen gekregen: over de koningin die goed mensen kan nadoen, Philip die op zijn buik ligt te vloeken over de onvindbare knopjes op de hedendaagse televisiestoestellen en Charles die elke ochtend zeven eieren laat koken, om het best gelukte exemplaar op te eten. Dat laatste is misschien geen voorbeeld van alledaagsheid, maar door de vertrouwdheid is het paleis ook een open huis geworden, en dan niet alleen de voor publiek toegankelijke portrettengalerij. Het was dan ook passend dat Madness tijdens het Diamanten-Jubileumconcert op het dak van Buckingham Palace het nummer Our House zong. Philip had gelijk toen hij zichzelf vergeleek met een soappersonage. Het wel en wee van de Windsors roept herkenning op, compleet met de vetes, de buitenechtelijke affaires, de tragische scheidingen en kleine rampen, van de brand in Windsor Castle tot de dood van Diana. Ze zijn de aangetrouwde familie van de Britse bevolking.

Bovendien maakt het deel uit van het Britse dna. In vergelijking met andere Europese koningshuizen heeft het Britse het voordeel dat het zo diep geworteld is in de geschiedenis van het land. De Nederlandse monarchie zou zoveel sterker zijn geweest als ze al had geregeerd ten tijde van de Gouden Eeuw. In zijn amusante boek On Royalty noemde journalist en schrijver Jeremy Paxman Nederland dan ook een ‘republiek met een koning(in)’. De Britten zijn altijd door monarchen geregeerd, op het tumultueuze decennium onder Oliver Cromwell na, de republikeinse herenboer die voortdurend onder druk stond om zelf de troon te bestijgen. Er zijn nog steeds Britten die op 30 januari de door Cromwell opgedragen executie van Karel I herdenken. De restauratie onder Karel II werd gezien als de terugkeer naar de normaliteit. Met hun gave voor het compromis vonden de Engelsen een balans tussen democratie en monarchie. De Britten hadden een koning vermoord, merkte Victor Hugo eeuwen later op, terwijl de Fransen de monarchie om het leven zouden brengen.

Het fenomeen monarchie komt prima tegemoet aan de toegenomen interesse in geschiedenis, zeker aan deze kant van de Noordzee. Anders dan in Nederland, waar alles liefst nieuw en modern moet zijn, is in het Verenigd Koninkrijk ‘conservatief’ niet per se een scheldwoord. De aanstaande sluiting van Huis Doorn (terwijl iets verderop een gemeentehuis ter grootte van Paleis Soestdijk wordt neergezet) zou ondenkbaar zijn in een land waar de National Trust meer leden heeft dan alle politieke partijen tezamen. En de koninklijke familie functioneert prima als een levende tak van Monumentenzorg. Door hun prominente rol in de samen­leving vormen de leden een band met een exotisch verleden, met een pre-wetenschappelijke wijze van maatschappij-inrichting, met het fabelachtige idee dat de ziel onsterfelijk is, ook de ziel van een natie. Het is een eenvoudig te begrijpen fenomeen binnen een complexe samenleving. De Windsors voelen zich dan ook prima op hun gemak wanneer ze de primitieve samenlevingen binnen het Gemenebest bezoeken.

Het grote voordeel van een koningshuis is dat het het verleden in leven houdt. Zonder koningshuis, bijvoorbeeld, zouden Shakespeare’s stukken minder tot de verbeelding spreken. Tevens zouden geschiedenisleraren het moeilijker hebben om de oudheid te duiden. Het doet denken aan de opmerking van een leraar uit het Groningse dorpje Den Andel nadat naast zijn school een hippiecommune was neergestreken. ‘Dit scheelt me in ieder geval een schoolreisje naar het Openluchtmuseum.’ De Windsors vormen een bron van historische inspiratie. Was de trotse en weelderige prinses Diana niet een gereïncarneerde Anne Boleyn? Doet de populaire, hertrouwde Camilla niet denken aan Katherine Parr, de laatste vrouw van Hendrik VIII? Is Pippa, de zus van Kate, niet net ‘the Other Boleyn Girl’? Het geeft ook de vondst van de botten van Richard III een extra dimensie, wat ook geldt voor de toespraken van Jacob Rees-Mogg in het Lagerhuis. Deze royalist hielp zijn geamuseerde gehoor er vorig jaar nog aan herinneren dat Elizabeth I politici die twijfelden aan haar onfeilbaarheid at Her’s Majesty’s pleasure in The Tower placht te gooien.

Zo ver zal haar naamgenote nooit gaan. Elizabeth II heeft weinig politieke macht en haar politieke voorkeur is het best bewaarde geheim van het Verenigd Koninkrijk, al is het veilig om te veronderstellen dat ze, net als veel van haar landgenoten, een conservatief met een kleine c is. Veel liever dan zich te bemoeien met formaties – sowieso een zeldzaamheid hier – zit ze bij de paardenraces of wandelt ze met haar corgies. De politieke bemoeienis van de Britse vorst is vastgelegd door Walter Bagehot. In The English Constitution schreef deze Victoriaanse journalist dat de koningin het recht heeft om de premier te bemoedigen, hem te waarschuwen en door hem te worden geconsulteerd. Voor een premier is de audiëntie in een door een straalkachel warmgehouden kamer van Buckingham Palace een uniek moment. Alleen tegenover de koningin kan hij zeggen wat hij denkt, tenminste zonder de vrees dat zijn gedachten de volgende dag in de krant staan. Voormalig Labour-premier James Gallaghan vergeleek het ooit met een sessie bij de psychiater.

Door de jaren heen heeft de constitutionele monarchie bewezen goed te werken. Binnen Europa behoren Noorwegen, Denemarken, Zweden, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk tot de stabielere landen, terwijl België mogelijk niet meer had bestaan zonder koning. Bij de empirisch ingestelde Britten leidt dat tot de retorische vraag waarom iets dat prima werkt, theatrale effecten heeft, goed voor de handelsbetrekkingen is, toeristen trekt en de belastingbetaler maar 62 pence per jaar kost moet worden ingeruild voor iets nieuws. In Nederland kunnen de republikeinen nog refereren aan de glorierijke Gouden Eeuw, maar de eerste historische associatie van de Britten met het verschijnsel republiek is ‘chaos’. Bovendien voorkomt het behoud van de monarchie allemaal lastige, gepolitiseerde en intellectuele vraagstukken, bijvoorbeeld wat voor republiek er moet komen. Het Duitse model? Het Franse? Het Zwitserse? Het Chinese? Het Amerikaanse? Het probleem van al deze alternatieven is meteen evident: het is uiterst on-Brits.

Dat laatste geldt natuurlijk ook voor de monarchie zelf. De vorstenhuizen vormden al eeuwen een Europese Unie, een die nog populairder was dan de echte. Koningin Victoria werd de grootmoeder van Europa genoemd. De verschillende Duitse, Griekse en Nederlandse prinsen zijn op het tolerante eiland zonder voorbehoud geaccepteerd en geïntegreerd, al slaagde de Hannoverse George II er nooit in het woord ‘Thames’ goed uit te spreken, reden dat de rivier nu ‘Tems’ wordt genoemd. Over deze koninklijke rivier voer een klein jaar geleden de lange processie van boten ter gelegenheid van Elizabeth’s Diamanten Jubileum, met op de eerste schuit de koningin en de prins-gemaal, urenlang staand in de regen. Langs de oevers stonden honderdduizenden kletsnatte toeschouwers, onder wie een honderd protesterende republikeinen. In hun ogen is het koningshuis een ondemocratisch en repressief instituut, dat niet meer van deze tijd is. Op deze middag in juni werden ze eens te meer geconfronteerd met de vergeefsheid van hun zaak.

De paradox is dat republikanisme een elitair en soms ook snobistisch karakter bezit, terwijl de liefde voor de monarchie iets volks heeft. Tegenover Paxman duidde een soldaat zijn koningsgezindheid als volgt: ‘The relationship with monarchy is about finding a home for the heart, not a target for the intellect.’ Anders dan republikeinen veronderstellen is er geen sprake van onderdrukking, maar van een gelijkwaardige relatie. De majesteit heerst niet zozeer bij de gratie Gods (God Save the Queen), als wel bij de gratie des volks. Wanneer de publieke steun wegvalt, is de monarchie weg. Deze machts­verhouding werd duidelijk in de dagen na Diana’s dood. De koninklijke familie werd door de vox populi – opgejut door de republikein Rupert Murdoch – gedwongen om van Balmoral naar Londen te vliegen en openlijk mee te rouwen. Het volk had even laten zien wie de baas was. Vijftien jaar later is de populariteit van de Windsors ongekend, zeker na Elizabeth’s debuut als Bond Girl. Onderwijl hebben journalisten, bankiers en politici aan gezag ingeboet. Nog meer politici met hun loze beloften en geheime agenda’s is wel het laatste waar de Britten nu op zitten te wachten.

Waar politici druk doende zijn om geschiedenis te maken, wordt deze belichaamd door de monarch. Dat onderscheid is mooi zichtbaar tijdens de opening van het parlementaire jaar, hetgeen gepaard gaat met eeuwenoude rituelen, voorzover deze nog niet zijn afgeschaft. Het is een toneelstuk – een reden dat de monarchie zo populair is bij de Britten is natuurlijk hun liefde voor theater – waarbij de gekozen Lagerhuis­leden schouder aan schouder naar het Hogerhuis wandelen om, zonder te joelen, naar de koningin te luisteren. Er is, kortom, een ongekozen monarch voor nodig om de democratie een waardig gezicht te geven. Hier zit bovendien een staatshoofd, uitverkoren door het biologische lot, dat voor eenheid zorgt in een door individualisme, multiculturalisme, geld, politiek gekissebis, cultuuroorlogen en klasse gespleten land. De monarch is te vergelijken met het boegbeeld van de Cutty Sark waar Elizabeth op die natte ochtend onderdoor liep. Het schip kan zonder, maar het is dan minder mooi, minder herkenbaar en minder indrukwekkend.