Groen

Heidi

Berlijn lag vol met kerstbomen. Allemaal bomen zonder kluit. Afgekapt, gebruikt en weggesmeten. Ik vond het sneu voor de bomen en meedogenloos van de mensen. Ik vroeg de taxichauffeur of er een speciale dienst was voor het opruimen van de Weihnachtsbäume. Ja, die was er. Maar die dienst komt dan zeker pas na 15 januari in actie. Het was er een stuk warmer dan de eerste keer dat ik de stad bezocht, een maand geleden, al gauw een graad of twintig. Het leek wel lente. ‘Aber der Winter ist noch lange nicht vorbei’, zei de taxichauffeur dreigend. Iets later vroeg ik of het gebied rondom het nieuwe Hauptbahnhof al heel lang een bouwput was. Nee, natuurlijk niet, hier was immers de muur. Hij wees naar de Spree en zei dat daar mensen doodgeschoten werden. Misschien dacht hij dat ik van de Tuvalu-Eilanden kwam.
De avond en nacht ervoor waren de gesprekken over boeken en het vertalen van boeken gegaan, over lelijke en gemene recensenten, over lelijke en gemene kranten en tijdschriften, over slinkse marketingtrucs van lelijke en gemene uitgeverijen, over Ramsey Nasr. Gewoon, de normale zaken die mensen uit de schrijverswereld bespreken als ze onder elkaar zijn. Maar in mijn hoekje van de eettafel ging het toch vooral over hoe de Duitsers er toch steeds weer in slagen van bepaalde dieren wereldnieuws te maken. Knut en octopus Paul, en nu Knut volwassen is en Paul dood is er meteen weer een nieuw dier dat de wereld verovert. Heidi de schele buidelrat. Waar woont Heidi eigenlijk? vroeg ik mijn tafeldames. Dat wisten ze niet, dat werd even gegoogeld. Het bleek Leipzig te zijn en ze heeft ook een zus die Naira heet. Ze zijn verhuisd uit Amerika, waar ze gedumpt waren bij een dierenasiel. Naira is trouwens niet scheel. Heidi is onweerstaanbaar. Maar op mijn vraag kreeg ik geen antwoord, niemand wist waarom wereldberoemde dieren vrijwel altijd in Duitsland wonen. Daarom ging het gesprek over op de etymologie van mierikswortel, we hadden namelijk meerrettichsuppe gegeten. Daar waren we tot het toetje zoet mee.