TELEVISIE

Heilig voedsel

Taste the Waste

Op een festival voor kindertelevisie werd ooit een Amerikaans spelformat vertoond. Als de studjes van een school een kennisvraag niet goed beantwoordden konden sportievelingen dat compenseren door te crawlen in een container tomatensoep of zich door een berg rijst heen te graven. Fel debat na afloop tussen de Derde Wereld plus Europa enerzijds en de meeste Amerikanen. Die laatsten verbluft over de opwinding, want dat voedsel was immers over de uiterste datum heen. Een BBC-man: ‘They don’t understand there is something sacred about food.’ Ook ik ben met dat sacred-besef opgegroeid - niet vanwege een heilige schrift maar vanwege schaarste die het leven van mijn ouders en grootouders had bepaald en misschien toch ook vanwege instinctief besef. Bovendien, als je hebt staan kijken naar voedseldroppings van de RAF als kwamen ze van de Verlosser, dan gooi je niet gauw eten weg. Gaap, gaap: opa over de hongerwinter.
Inmiddels weet ik door de documentaire Taste the Waste dat het meeste voedsel in die spelshow ook nog eens gewoon geschikt was voor consumptie. Houdbaarheidsdata komen meestal niet van een controlerende overheidsinstantie maar van producenten die de omloopsnelheid van winkelvoorraden voor ogen hebben. In geval van vlees, vis, eieren is daar een gezondheidsbelang mee gediend, bij veel andere producten niet. Bovendien komt die fictieve vervaldatum steeds vroeger te liggen. Amerikaanse frisdrank die tot voor kort anderhalf jaar als termijn had, moet nu na een half jaar weg. In een Franse supermarkt (de enige waar het weggooien van overschot gefilmd mocht) gaat de yoghurt zes dagen voor de termijn al de kliko in omdat de klanten uiterste versheid eisen. Een Duitse bakker pachtte een hoek van een supermarkt. Tot 18.30 uur moesten contractueel de schappen vol en alle soorten brood leverbaar zijn (in ons luilekkerland zestig soorten). Anders loopt of de klant weg, en/of zegt de supermarkt het contract op. Daarmee is overproductie structureel en integrerend onderdeel van het systeem - bij bakkerijen rond twintig procent. Soms profiteren Europese armen via voedselbanken, vaak is ook dat niet het geval.
Ook in de Hallen van Rungis bij Parijs worden enorme hoeveelheden weggegooid. Een vrouw uit Kameroen, sans papiers, heeft er als taak te selecteren. Pakweg bananen uit Kameroen die niet honderd procent aan de strenge eisen voldoen. Terwijl ze weet dat haar buren in Afrika geen bananen kunnen betalen omdat die door export veel te duur zijn. En er daar al grote partijen worden vernietigd omdat die niet voldoen aan de cosmetische eisen van de Europese markt. Zelf mag ze ze ook niet meenemen. Ze doet het toch en wordt ontslagen.
Het bij ons weggegooide voedsel is driemaal de hoeveelheid waarmee de hongerigen van de wereld gevoed kunnen. Maar je kunt oude broodjes toch moeilijk naar Afrika sturen? Nee, maar door weggooien gaat niet alleen bij ons maar ook bij hen de prijs omhoog en wordt brood daar onbetaalbaar. Wellicht is dit alles de lezer bekend. Ook dan is de film de moeite waard door brede aanpak, geografisch en thematisch. En ja, hij biedt naast kommer ook hoopvolle initiatieven en perspectieven - door aan hun uiterlijk herkenbare wereldverbeteraars maar ook door verantwoordelijke types uit het bedrijfsleven. Maar het blijft een ongemakkelijke waarheid. Naast die van Al Gore. Naast die van David Attenboroughs How Many People Can Live on Planet Earth?, vorige week bij de Vara. Gelukkig mogen wij binnenkort 130 rijden.

Valentin Thurn, Taste the Waste, zaterdag 16 oktober, 09.30 uur, herhaling zondag 17 oktober, 23.00 uur. Beide keren Nederland 2. Onderdeel van meer activiteiten rond Wereldvoedseldag - op televisie, bij Cinekid, in filmtheaters, zie www.tastethewaste.nl