Heilige ernst

Lichtzinnigheid is voor politici een doodzonde. De indruk dat zij zich doof houden voor noden van kiezers moeten ze te allen tijde wegnemen. Dus nemen ze elke kwestie serieus, uitermate serieus. Het getuigt van een gebrek aan respect jegens de benadeelden, ook al zijn dat er maar een paar, om een probleem te relativeren. Ernst is hun heilige plicht. De gefronste wenkbrauw regeert.

Afgelopen week betoonde de Algemene Rekenkamer zich verontrust over het aantal politieagenten dat geen deugdelijke training had genoten in het afgelopen half jaar. Bijna tienduizend agenten hebben niet kunnen bewijzen dat zij in het laatste half jaar de verplichte schiettoets hadden gedaan. Bovendien bleken zeshonderd dienstwapens administratief niet traceerbaar en was dertig procent van de wapens het afgelopen jaar niet technisch gecontroleerd. Olga Scheltema (D66) sprak onmiddellijk van een vernietigend rapport.
Wordt de samenleving geteisterd door een regen van verdwaalde kogels? Loopt de helft van de Nederlandse criminelen tegenwoordig met een illegaal verkregen dienstwapen rond? Een duik in het archief van het ANP laat een ander beeld zien. In 1990 heeft een agent in Hillegom een man in zijn schouder geschoten nadat hij door zijn hond was aangevallen. Het neerschieten van de hond was legitiem, maar het schot daarna niet. De advocaat van de agent meende dat het incident voortkwam uit de ondeugdelijkheid van de Walther(P5 van zijn cliënt. ‘Om met dit pistool een schot te kunnen lossen moeten agenten behoorlijke kracht uitoefenen. Na het eerste schot is echter veel minder kracht nodig om te schieten.’ In 1994 is nog een ongeluk gebeurd waarbij een marechaussee bij een surveillance in een ministerie in Den Haag in zijn bovenlichaam werd geschoten. Hoe dat kon was een raad sel. Van een stoeipartij of ruzie was volgens de woordvoerder geen sprake, en over collegiale seks onder diensttijd liet hij zich niet uit. En dan het 'verdwijnen’ van de dienstwapens, want zo wordt de administratieve onvindbaarheid onmiddellijk geïnterpreteerd. In 1995 is een agent van zijn dienstwapen beroofd toen hij de seksclub Non Stop bezocht in Amsterdam-Noord. Allemaal niet prettig, maar is het ook een maatschappelijk probleem?
De Rekenkamer erkent dat er eigenlijk niets aan de hand is. 'Gelukkig zijn er in de dagelijkse praktijk van het politiewerk weinig schietincidenten met een slechte, soms zelfs dodelijke afloop.’ Maar nie mand neemt deze relativering over. Er was een tijd dat ambtenaren dreigden met stiptheidsacties als ze de gevraagde loonsverhoging niet kregen. Ze beseften kennelijk dat ze het de burgers flink lastig konden maken door zich strikt aan alle regels te houden. Dat besef is verdampt. Door het geblaat over 'zero tolerance’ zijn mensen gaan geloven dat een maatschappij alleen leefbaar is als regelovertredingen niet geaccepteerd worden.
Het onderzoek van Godfried Engbersen naar de illegalen in Nederland laat daarentegen zien dat de leefbaarheid gebaat is bij een flexibele toepassing van regels. Een strikte uitsluiting van illegalen, zoals de politiek wil, drijft hen alleen maar de criminaliteit in. Het siert een politicus als hij van sommige zaken zou durven zeggen dat het geen probleem is. Dat is niet lichtzinnig, maar een uiting van oordeelsvermogen. Paul Kuypers heeft ooit geschreven dat de sleutelzin in de politiek is: 'De situatie is ernstig, maar niet hopeloos.’ Hij verlangt naar een politicus die soms durft te zeggen: 'De situatie is hopeloos, maar het is niet ernstig.’