Buitenland

Heilige graal

De wereld beleeft een primeur: een Amerikaanse president die geen Nobelprijs voor de vrede hoeft. Sinds Richard Nixon, in de jaren zeventig, lanceerde elke Amerikaanse president een vredesplan voor het Midden-Oosten. Als we de voortekenen van vorige week mogen geloven, heeft Joe Biden niet eens zin om het te proberen. En hij staat niet alleen. Wie kijkt naar hoe de wereld de afgelopen twee weken opereerde tijdens het geweld tussen Israël en Palestijnen ziet dat niet alleen de Amerikaanse, maar ook Europese en Arabische regeringen het idee hebben losgelaten dat vrede tussen hen nodig is om verder te kunnen met de wereld. Een de-prioritering van het Midden-Oosten op wereldschaal.

Eerst de VS. De inspanning van de regering-Biden tijdens de jongste geweldsronde kunnen we samenvatten als: genoeg, en geen grammetje meer. Biden bleef een week zeggen dat Israël recht had op zelfverdediging. Hij bedreef net genoeg diplomatie om vol te houden dat de VN-Veiligheidsraad niet bijeen hoefde te komen: dat zou alleen maar de veelbelovende initiatieven… enzovoort. Toen dat na een week een lastige positie werd, belde hij Israëls premier Netanyahu. Biden zei daarna dat hij ‘een significante de-escalatie’ verwachtte: een slimme formulering die suggereerde dat hij een ferme eis had gesteld, wat niet per se zo was.

De werkelijke aandrijver van die de-escalatie is iets anders: de wetenschap bij zowel Hamas als de Israëlische regering dat de uitweg uit zulk geweld ligt in mogelijkheden om de overwinning te claimen – en dat die momenten niet vaker langskomen als het geweld langer duurt. Natuurlijk helpt internationale diplomatie daarbij, maar die komt vaak neer op het creëren van zulke politiek aanvaardbare momenten. In dat opzicht is de minimale Amerikaanse benadering instructief. Biden gaf ermee aan: zoek het eerst zelf maar uit.

Het Midden-Oosten is niet belangrijk meer

Daarmee houdt Biden koers op buitenlandgebied. Zoals zijn terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan al aantoonde, heeft hij weinig op met precaire buitenlandse missies, die afleiden van zijn binnenlandse agenda. Hij herstelde snel na zijn aantreden Palestijnse ontwikkelingshulp, maar hield het daarbij. Vrede tussen Israël en Palestijnen, zegt zijn beleid tot nu toe, is geen Heilige Graal meer, geen sleutelconflict dat opgelost moet. Misschien met andere leiders in Jeruzalem, Gaza, Ramallah, en anders houden de VS het bij lippendienst.

Hetzelfde geldt voor Europa. De houding van Europese regeringen jegens het Midden-Oosten is de afgelopen tien jaar veranderd. ‘Het is zeldzaam nog een Europese diplomaat te vinden die claimt dat het Israëlisch-Palestijnse vraagstuk de sleutel is om alle spanningen en conflicten van het Midden-Oosten te ontsluiten’, schreef Benjamin Haddad, directeur van de denktank Atlantic Council, onlangs in een essay. Vijftien jaar geleden vond je die nog volop. Daarna kwamen de oorlogen in Syrië en Libië en de vluchtelingencrises en terreuraanslagen in Parijs, Brussel en andere steden, die met die oorlogen samenhingen. Zaken die Europeanen het meest raakten, ontsprongen kennelijk niet in Jeruzalem.

Europese regeringen kozen sindsdien de weg van de minste weerstand. De terreuraanslagen hebben onder Europeanen een stille verschuiving van sympathie naar Israël veroorzaakt, door Israël gevoed met het idee dat het aan dezelfde kant staat in een oorlog tegen islamistisch terrorisme. Dat een luidruchtige minderheid Europeanen, vaak met een migratie-achtergrond, zich tegen Israël keert, legt weinig gewicht in de schaal. Daarbij komt de simpele waarheid dat Europese landen de invloed missen om iets af te dwingen. Informeel doet Israël al met Europa mee – met voetbal en het songfestival, bijvoorbeeld. En politiek wil Europa niks, kan het niks, en deed het de afgelopen weken ook niks.

Ten slotte de regio. Het afgelopen decennium bewees dat vrede tussen Israël en Palestijnen helemaal niet nodig is voor politieke verandering. Israël heeft meer informele en formele banden met zijn buren dan ooit. De Abraham-Akkoorden van een half jaar geleden voegden daar nog eens vier Arabische landen bij, en geen van die landen begon daarover tijdens het laatste geweld – een veelzeggend detail. Israëls buren willen duidelijk op dat spoor door. Trump eiste na die Abraham-Akkoorden boos een Nobelprijs op, maar zelfs het Nobelcomité heeft er geen fiducie meer in. Diplomatie in het Midden-Oosten is gedegradeerd tot genoeg doen voor de bühne. De wereld dromt niet meer samen in Jeruzalem, maar belt soms op om te horen hoe het gaat, en loopt dan weer door.