Heilige stenen

‘Jeruzalem 3000’ is niet voor iedereen een feest. Om te beginnen is het een exclusief joods partijtje. Maar ook onder de joden zijn er felle tegenstanders van de festiviteiten. Drie bijbelkenners over Jeruzalem en koning David. Belangrijkste vraag: Gaat het over de stenen of over de mensen?
JERUZALEM - ‘Ik hou niet van de atmosfeer rond dat “Jeruzalem 3000”, ik moet er niets van hebben’, zegt de schrijver Meir Shalev. ‘Ik heb er genoeg van Abraham, David en Jezus in het gemeentebestuur te zien zitten. Jeruzalem is een monster geworden, waar de doden belangrijker zijn dan de levenden. De stad is in de wurggreep van het verleden.’

Het is oktober. Overal in de stad hangen vlaggen met het embleem ‘Jeruzalem 3000’, allemaal ter ere van het vermeende feit dat koning David drieduizend jaar geleden Jeruzulem veroverde en tot hoofdstad van zijn koninkrijk maakte. 'Ik sta achter de herdenking van dit belangrijke historische moment, maar hecht toch meer aan de viering van religieuze feestdagen’, zegt rabbi Magnes. Het gros van de inwoners van de Heilige Stad lijkt het met hem eens te zijn. Niemand heeft het over 'Jeruzalem 3000’. Wat leeft is soekkot, het Loofhuttenfeest. Tussen het steen van de stad duiken overal de met takken en vruchten versierde loofhutten op.
In het tempelinstituut in de joodse wijk van de Oude Stad draait de gebruikelijke voorlichtingsfilm. Openingsscene: koning David brengt de heilige Ark met de wetten van Mozes naar Jeruzalem en richt een altaar op. Zijn zoon koning Salomo bouwt er de eerste tempel, een 'Gouden Eeuw’ begint. Dan komen er vlammen in beeld: koning Nebukadnezar legt Jeruzalem in de as en het joodse volk gaat in ballingschap. Volgens het commentaar versterkt het verblijf in Babylon het nationale gevoel. Na terugkeer wordt de imposante tweede tempel gebouwd, het religieuze leven bloeit als nooit tevoren. Dan opnieuw vlammen: in 70 na Chr. vernietigen de Romeinen de tweede tempel. Een periode van tweeduizend jaar diaspora begint, waarin de joodse ballingen blijven bidden voor de terugkeer naar Zion, de plek van de tempel. Het commentaar stelt nadrukkelijk dat de joodse natie pas met de bouw van de derde tempel tot volle wasdom zal komen.
RABBI MAGNES - zwart pak, lange grijze baard, twinkelende ogen - is woordvoerder van de jesjiva Merkaz Harav. Dat joodse leerhuis is de bakermat van Goesh Emoniem (het Blok der Getrouwen), de religieus-nationalistische beweging die zich sterk maakt voor een Groot Israel en daarom sterk voorstander is van nederzettingen op de westelijke Jordaanoever. Volgens hun ideologie zijn de gebieden van het bijbelse Erets Jisrael heilige grond en vormt hun bezit een noodzakelijke voorwaarde voor de komst van de Messias.
Rabbi Magnes is een groot bewonderaar van koning David: 'Dank zij hem werd Jeruzalem het politieke en religieuze centrum van het joodse volk. David was een unieke persoonlijkheid: koning, krijger, hoofd van het sanhedrin (het joodse hooggerechtshof - lg) en schrijver van de psalmen. In psalm 122 roemt hij de adembenemende schoonheid van de stad en spreekt hij over Jeruzalem als centrum van rechtvaardigheid.’
Volgens rabbi Magnes is het onjuist Davids verovering van Jeruzalem als het absolute beginpunt te duiden. 'Ver voor David, toen Jeruzalem nog niet als stad bestond, was het al de belangrijkste plek ter wereld. Wanneer Jakob op de berg Moriah ontwaakt uit zijn droom over de hemelladder, beseft hij waar hij zit: in het aardse huis van de Almachtige, de poort naar de hemel. Ik vind dat de meest adequate beschrijving van Jeruzalem.
De geschiedenis van de plek gaat nog verder terug. Volgens de joodse traditie is de berg Moriah, de Tempelberg, het begin van de schepping. Daarom is Jeruzalem de uitverkoren stad van de Almachtige en de plek waar het joodse volk de tempel moest bouwen.’
Rabbi Magnes licht toe waarom de jesjiva Merkaz Harav waarschijnlijk geen bijdrage zal leveren aan 'Jeruzalem 3000’. 'Wij hebben het altijd al over David en Jeruzalem. In onze dagelijkse gebeden, in de gebeden van de sabbat. Op Pesach (joods Pasen) en Jom Kippoer (Grote Verzoendag) zeggen we: “Volgend jaar in Jeruzalem!” Elke jood ter wereld, religieus of seculier, verlangt altijd naar Jeruzalem. De stad staat centraal in de identiteit van het joodse volk.’
Belangrijker dan 'Jeruzalem 3000’ vindt rabbi Magnes de viering van de dag waarop in de Zesdaagse Oorlog in 1967 de Klaagmuur, de vermeende resten van de tweede tempel, in Israelische handen viel. 'Op die dag organiseren we jaarlijks een groot evenement. Er komen gemiddeld tussen de tien- en twintigduizend mensen naar onze jesjiva, religieuzen en seculieren, onder wie veel hooggeplaatste politici en militairen. Na de toespraken gaat de hele meute dansend richting Klaagmuur. Een fantastisch spektakel!’
HALVERWEGE de jaren tachtig werd een terroristische joodse organisatie opgerold die op het punt stond de Rotskoepel op de Tempelberg op te blazen. De achtentwintig leden van de groep waren zonder uitzondering leidinggevende figuren van Goesh Emoniem; sommigen hadden een uitstekende staat van dienst in het leger, anderen waren bekende publieke figuren. De samenzweerders verwachtten dat de vernietiging van het islamitische heiligdom op de Tempelberg een tijdperk van 'ware verlossing’ zou inluiden, die de komst van de Messias zou bespoedigen. Ze geloofden dat na het opblazen van de Rotskoepel de derde tempel als door een wonder uit de hemel zou neerdalen.
Anderen menen daarentegen de komst van de Messias te kunnen bespoedigen door alvast met de bouw van de tempel te beginnen. In Nekuda, het weekblad van Goesh Emoniem, is jarenlang gediscussieerd over de praktische aspecten van het herbouwen van de tempel. Rabbi Magnes: 'De meeste rabbijnen zijn van mening dat we niet kunnen beginnen met de bouw van de tempel omdat we niet precies weten waar de tempel stond. Er is een specifieke kleur blauw voorgeschreven, waarvan we het procede niet kennen. Er bestaat onduidelijkheid over de kleren die de kohaniem, de hogepriesters zouden moeten dragen. Nee echt, we zullen moeten wachten op de komst van de Messias.’
Hoe staat het eigenlijk met Diens komst?
'We wisten dat er voor Zijn komst strijd zou zijn over Jeruzalem tussen joden en moslims. Rabbi Eliahu uit Vilna heeft dat tweehonderd jaar geleden voorspeld. Jeruzalem betekent voor joden en moslims niet hetzelfde. Een moslim bidt tot Mekka, elke jood bidt tot Jeruzalem. Het joodse volk heeft een joodse staat met Jeruzalem als hoofdstad. De moslims hebben vele landen met evenzovele hoofdsteden. Het seculiere Jeruzalem heeft voor hen geen enkele bijzondere betekenis.’
Maar de Palestijnen eisen toch Oost-Jeruzalem op?
'We kunnen over veel zaken compromissen sluiten, behalve over Jeruzalem. Dan geven we een deel van onze identiteit prijs. Als we de relatie met drieduizend jaar geleden verbreken, wat is dan de betekenis van het joodse volk als uitverkoren volk? Zou je naar een dokter luisteren, die zegt: “Je hart is groot genoeg, je kunt er best tien procent van afstaan?” ’
Wat kan er gedaan worden om de komst van de Messias te bespoedigen?
'We moeten ons zoveel mogelijk aan de Almachtige wijden. Jeruzalem is niet voor niets het spirituele centrum van het joodse volk. Blijven bouwen in Jeruzalem is de manier om te laten zien dat de stad centraal staat in de joodse identiteit.’
RABBI TZVI MARX - korte baard en ferme blik - noemt zich modern-orthodox in de traditie van Maimonides en Rabbi Soloveitchik. Hij werkt bij het Shalom Hartman Instituut, een joods intellectueel en spiritueel centrum. ’ “Volgend jaar in Jeruzalem!” betekent dat we een concreet volk zijn dat is gebonden aan een concrete plek. In de diaspora had Jeruzalem louter een spirituele en psychologische betekenis. Al die tijd was het hemelse Jeruzalem een brandpunt van ons verlangen en een ultiem symbool van het schone en het goede. Toen we er in 1948 terugkeerden, drong het tot ons door dat het aardse Jeruzalem een plek is waarmee ook christenen en moslims een band hebben. Juist Jeruzalem stelt de menselijkheid en de waarde van de joodse cultuur op de proef. Kiezen we voor een voortzetting van de geschiedenis van Jeruzalem als stad van uitsluiting, zelotisme en geweld, of proberen we van Jeruzalem een stad van vrienden te maken? De organisatoren van “Jeruzalem 3000” doen dat laatste in ieder geval niet, die hebben er een exclusief joods feest van gemaakt.’
Marx legt sterk de nadruk op de universele betekenis van het jodendom. 'De tenach (het oude testament) is Gods poging om de mensheid te civiliseren. God heeft het niet alleen over joden, zoals mijn opponenten veronderstellen. God heeft het over universele waarden die hij het joodse volk voorschrijft. Het verhaal begint dan ook niet met joden, maar met een beschrijving van de universele mens: Adam, Eva, Noach. Het geschilpunt met mijn critici betreft het moment dat Mozes van God de tien geboden krijgt. Zij zien dat als een nieuw begin, als symbool voor het mislukken van de gezamenlijke onderneming van de menselijke soort en als een teken van de uitverkiezing van het joodse volk. Volgens mij is het slechts een toespitsing op een specifiek volk, een nadere uitwerking van het oorspronkelijke plan om de menselijke soort in zijn totaliteit te verrijken. Ik zie het als de taak van het joodse volk om de wereld voor iedereen aangenaam te maken.’
WAT VIND U VAN de mensen die de bouw van de derde tempel bepleiten?
'Die mensen denken dat het heilige in stenen zit. Die benadering is kenmerkend voor alle nationalisten, of ze nu religieus zijn of seculier. Ze gebruiken de Klaagmuur als een postbus. Feitelijk doen ze aan afgoderij. Volgens mij is de derde tempel een metafoor voor de samenleving. Ezechiel heeft het dan wel over een gebouw, maar dat moet je begrijpen in de context van die tijd. In wezen gaat het niet om het gebouw, maar om wat je er in stopt. Lees Jesaja: “Mijn huis zal een gebedshuis zijn voor alle mensen.” Daar gaat de tempel over. Je kunt een tempel bouwen en je daarna gaan afvragen wat je in die tempel gaat doen. Volgens mij is dat de verkeerde volgorde. De bouw van het huis is het sluitstuk. Eerst moet je een samenleving ontwikkelen die de bouw van dat huis waardig is. Als je de omgekeerde weg bewandelt, gaat het fout. Dat is ons eertijds ook duur komen te staan. De machtige priesterkaste was volstrekt corrupt, daarom werd ze ook vernietigd.’
De vorig jaar overleden professor Leibowitz, zelf orthodox-religieus, vond dat in Israel staat en religie van elkaar gescheiden moesten worden, omdat macht nu eenmaal corrumpeert. Bent u het met Leibowitz eens?
'Ik ben van mening dat ook de geinstitutionaliseerde religie in principe borg kan staan voor pluralisme. Op dit moment wordt het religieuze establishment gevormd door grofweg twee groepen: de ultra-orthodoxen, vertegenwoordigd in de anti-zionistische partijen, en de religieuze nationalisten, waaronder de Goesh Emoniem-beweging. Vanaf de oprichting van de staat Israel hebben zij de macht in handen. Zowel Likoed als de Arbeiderspartij zijn op coalities met hen aangewezen om te kunnen regeren. Maar dat hoeft niet zo te blijven. Ik ben het niet met Leibowitz eens dat macht per definitie corrumpeert. Hoe wend je macht aan, dat is het punt.
En Leibowitz’ voorstel om kerk en staat te scheiden ondersteun ik al evenmin. In een moderne joodse staat moeten religieuze en seculiere joden zich thuis kunnen voelen, dat wel. Het is natuurlijk te dol dat we nog steeds geen grondwet hebben omdat het religieuze establishment van dit land dat niet wil. Ze zijn bang dat fundamentele mensenrechten de thora zullen vervangen. Hoezo? Hoe kunnen goede ideeen over samenleven in strijd zijn met de thora? Het is toch een kwestie van interpretatie! Ze werpen tegen dat je de thora letterlijk moet nemen, dat je geen recht hebt op interpretatie. Holle retoriek. Zelf interpreteren ze evengoed en wel zodanig dat het past in hun politieke straatje. Ze willen gewoon geen ruimte geven aan de moderniteit.’
MEIR SHALEV - warme ogen achter ronde brilleglazen - is een van Israels bekendste schrijvers. In Nederland verschenen van hem Een Russische roman, De kus van Esau en De vier maaltijden. Zojuist kwam de vertaling van Shalevs De bijbel nu uit, een boek dat bij de verschijning in Israel in 1985 veel commotie veroorzaakte onder religieuze orthodoxen.
'Ik ben met de bijbel opgevoed. Mijn niet-religieuze ouders waren beiden bijbeldocenten. Ze vertelden me de verhalen en namen me mee naar de plekken waar die verhalen zich hebben afgespeeld. Naar de top van de Notre-Dame in West-Jeruzalem om naar de Klaagmuur te kijken, en naar de plek waar David Goliath versloeg. Zo werd de bijbel voor mij een levend boek, een inspiratiebron.
Wat me er vooral in aanspreekt zijn de literaire technieken en de psychologie van de personages. Niet alle delen van de bijbel vind ik even boeiend. Maar dat is ook logisch: het is een boek waaraan gedurende een lange periode door verschillende mensen is gewerkt. Daarom heeft God in de Bijbel ook veel gezichten. Iedereen zag hem natuurlijk anders. Ik identificeer me met de God in het boek der Psalmen, in het boek Job en in het boek Genesis. Ik voel me aangetrokken tot God de Schepper, niet tot God de Wetgever. Ik geloof niet in een God die zegt dat ik geen auto mag rijden op sabbat. Ik denk niet dat hij in dergelijke futiele zaken is geinteresseerd.’
Voor Shalev is de georganiseerde religie een steen des aanstoots. 'Religie beweegt zich altijd tussen twee polen. Aan de ene kant zijn er de morele waarden, aan de andere kant heb je het instituut, dat louter bestaat omdat de meeste mensen niet in staat zijn tot spiritualiteit en moraal zonder het houvast van rituelen. Om te zien hoe dat is ontstaan moet je terug naar het scheppingsverhaal in Genesis. Na de zondeval verjoeg God Adam en Eva uit de Tuin van Eden zonder aan te geven hoe ze zich verder moesten gedragen. In dat vacuum ontstond de georganiseerde religie. Mozes, een wetgever, zei gewoon: “Deze wetten zijn door God gegeven.” Zo is het volgens mij gegaan.
Ik ben trots op de uitgangspunten van het jodendom: op het monotheisme, en op de ethiek die aangeeft dat je armen moet helpen en aardig moet zijn voor andere volkeren. Maar ik heb een hekel aan de georganiseerde religie, de verstrengeling van religie en politiek, de koppeling tussen kerk en staat. Ik haat het religieuze establishment: het hoofdrabbinaat en de religieuze partijen. Ze houden zich te weinig met God bezig en te veel met hun eigen belangen. Lees de profeten. Lees Jesaja, hoe hij tekeer gaat tegen de gevestigde orde, tegen de koningen, de officieren, de hogepriesters. Profeten als Jeremia, Elisa en Jesaja staan voor de morele kant van het jodendom. Samuel en de priesters, de vertegenwoordigers van de georganiseerde religie, hebben een ander doel: zij streven naar geld en macht. Met de bouw van de tempel begon de corruptie.’
WAT VINDT U van het feestje rond koning David?
'Koning David is zonder meer de belangrijkste koning in de bijbel. Abraham en Mozes zijn natuurlijk niet minder belangrijk, maar dat waren geen koningen. Ik bewonder hem vanwege zijn capaciteiten als militair en politicus. Maar voor zijn persoonlijkheid heb ik weinig sympathie. Volgens mij was het een liefdeloze figuur. Bij voortduring lees je in de bijbel dat mensen van David hielden - Saul, Jonathan, Michal, Batsheba. Nergens staat dat hij zelf van iemand hield. Hij wilde met vrouwen naar bed, maar hield niet van ze met zijn hart. Hij gebruikte mensen en hield eigenlijk alleen van zichzelf.
Er zijn tal van verhalen waaruit Davids slechte karakter blijkt. Zijn beroemdste wandaad is zijn verkapte moord op Uria, de echtgenoot van zijn minnares Bathseba. Hij liet hem met opzet op de gevaarlijkste plaats in de frontlinie vechten. Daarna ging het met David bergafwaarts. God strafte met harde hand. Zijn zoontje ging dood, zijn andere zoon Absalom sloeg aan het muiten. In de boeken Samuel en Koningen kun je dat allemaal lezen. Maar in het boek Kronieken, dat vijfhonderd jaar later is geschreven, komt het verhaal over Bathseba niet voor. De schrijver wilde een heroische David. Ook de talmoed probeert David van iedere blaam te zuiveren. Toen Shimon Peres vorig jaar in de Knesset David voorzichtig bekritiseerde, betekende dat bijna de val van de regering. En hij had het over iets onbenulligs: over het feit dat David Bathseba bespiedde toen ze een bad nam. David had wel ergere zaken op zijn kerfstok. Hij schaakte een getrouwde vrouw en vermoordde haar echtgenoot. Alles wat God en de joodse wet verbiedt.
Wat me ook zo ergert aan “Jeruzalem 3000” is de heiligverklaring van de stad zelf, van bijna iedere steen in de stad. Die heiligheid breekt ons nog eens op, het verlamt ons denken volledig. Hoe maken we ons daarvan los? Daar heb ik wel een paar gedachten over. We kunnen bijvoorbeeld de heilige plaatsen aan Disneyland verkopen. Of we laten de joden, christenen en moslims een gezamenlijke ondergrondse beweging beginnen die de heilige plaatsen een voor een in de lucht laten vliegen. Dat laatste bedoel ik natuurlijk als politieke metafoor, omdat die heilige plaatsen ons zo verstikken. Als het mogelijk was zou ik de Oude Stad, met Klaagmuur en al, inruilen tegen de Golan. Dat is namelijk een normaal stuk land waar je normaal kunt leven. Ik zeg in een van mijn romans: als je in Jeruzalem een steen gooit, raak je of een heilige plaats of een gek.
Ik geloof dat het beter is de Oude Stad als een droom te koesteren, zoals we over Jeruzalem droomden toen we nog in de diaspora leefden. Niet dat we terug moeten naar de diaspora, het gaat mij om een geestesgesteldheid. Volgens mij is het gezonder over de Klaagmuur te dromen, dan er omheen te dansen.’