MENNO HURENKAMP

Heimat

Opgelet. Er volgt een uitzending in de zendtijd voor Duitstalige politieke kritiek. Aan het eind treft u een Nederlandse samenvatting. Anfang dieser Woche gab es im liberalen Abendblatt ein Plädoyer von Jan Marijnissen gegen die Europäische Union. Es war mir nicht ganz klar was er wollte. Aber böse war er – das war ziemlich deutlich. Dem Augenschein nach drehte der Aufsatz Marijnissens sich im Wesentlichen um den Neoliberalismus, der irgendwie unser Land an den Rande des Abgrundes bringen könne. Ach, der Neoliberalismus… das war einmal. Der Kampf gegen die Reichen, gegen den Freihandel! Ronald Reagan, Margaret Thatcher, Tony Blair, Wim Kok. Eine supertolle Zeit, richtig geil. Was soll das bedeu-ten, dass er so traurig ist? Ein Märchen aus uralten Zeiten, das ihm offenbar nicht aus dem Sinn kom-mt?
Also habe ich mir Marijnissen einmal angehört im Gespräch mit Rob Trip im Fernsehprogramm Buiten-hof. Marijnissen sagte Folgendes während der Konversation: ‘Er is in mijn partij een grote discussie gaande over globalisering en Nederland, en in het bijzonder over wat ik noem de Heimat. Dat is een Duits woord en daar bedoel ik mee dat wij in Nederland veel te besmuikt hebben gedaan de afgelopen tientallen jaren (…) niet alleen over onze geschiedenis, maar ook over datgene wat het gevoel geeft thuis te zijn, dat heeft te maken met fysieke herkenbaarheid en met culturele en morele waarden en met parlementaire democratie, dit is waar wij wonen. Naarmate mensen dat Heimat-gevoel meer hebben, zich meer herkennen in de politieke cultuur en de gang van zaken op straat, kunnen ze gemakkelijker omgaan met de gevolgen van globalisering. (…) De grond waar je op staat, noem ik Heimat (…) het is weten dat je kind goed onderwijs krijgt, dat de overheid de kluit niet belazert, dat er geen partijpolitieke benoemingen zijn, het betekent investeren in vertrouwen. (…) Waar het écht om gaat is hoe kunnen we Nederland klaarmaken met inachtneming van het besef dat we allemaal een thuis, een Heimat hebben en dat we daar in moeten investeren, in de publieke sector, in onze beschaving, dat Nederland het redt in de globalisering.’
Na also – das ist des Pudels Kern. Es fehlt dem Jan seine Heimat. Aber wie sieht die aus, Jans Heimat? Heimat ist, nacheinander: ‘iets waar we te besmuikt over gedaan hebben de afgelopen tientallen jaren’, ‘een Duits woord’, ‘dat wat het gevoel geeft thuis te zijn’. Aber es handelt sich auch um ‘fysieke herken-baarheid’; ‘culturele en morele waarden’, ‘parlementaire democratie’, ‘waar we wonen’, ‘de grond waar je op staat’, ‘weten dat je kind goed onderwijs krijgt’, ‘dat de overheid de kluit niet belazert’, ‘dat er geen partijpolitieke benoemingen zijn’, ‘het betekent investeren in vertrouwen’, ‘investeren in de publieke sec-tor’, ‘in onze beschaving’.
Jetzt ist mir klar. Heimat ist alles – Kultur, Kinder, Boden, Zivilisation, Demokratie, usw, usw. Hmm. Ha-ben wir nicht vor einiger Zeit verabredet, diese Art Vereinfachungen mit einiger Vorsicht zu betrachten? Wo und wann genau… da lässt mich mein Gedächtnis im Stich. Es gibt ohnehin ein anderes internatio-nales Wort für politisch angewendete undefinierbare Sehnsucht: Quatsch.
Uit de Nederlandse Dikke Van Dale: quatsch: 1. (D. (m). Onzin.
Van Bommel, hol’ schon mal den Wagen?