Heimwee naar de chu

L. DE SNAIJER, CHU-man in hart en nieren, Nederlands-hervormd tot op de draad, hijst de stormbal. Er is, zegt hij, iets goed mis met de kandidatenlijst waarmee het CDA volgend jaar de Tweede-Kamerverkiezingen wil ingaan. Onder straffe leiding van de katholieke partijvoorzitter en ex-gevangenisdirecteur Helgers is een groot deel van de oude garde vervangen door nieuwkomers. Ze zijn onbekend en, erger nog, grotendeels katholiek. De Snaijer: ‘Bij de eerste 34 namen op de lijst staan zeventien nieuwkomers. De helft van de huidige fractie. Ik zie dat als een onverantwoord experiment. Die nieuwe mensen hebben nauwelijks ervaring, niemand kent ze. We hebben nog maar acht maanden om ze onder de aandacht te brengen van de kiezers. Dat is te gek voor woorden.’

In tijden als deze verlangt mijnheer De Snaijer terug naar de oude CHU-tijd. Sinds 1966 plakte hij posters en ging de huizen langs om mensen uit te leggen waarom ze CHU moesten stemmen. Hij was acht jaar raadslid in Vlaardingen, leidde de kamerkring Dordrecht en schopte het tot lid van de Unieraad, het CHU- hoofdbestuur.
L. de Snaijer (66) is voorzitter van de mr. H.K.J. Beerninkstichting, binnen het CDA de beschermer van de belangen der Nederlands-hervormden. Ooit waren die verenigd in de Christelijk Historische Unie, die samen met de katholieke KVP en de gereformeerde ARP in 1980 opging in het CDA. De Snaijer: ‘Wij oud-CHU'ers begrijpen niet waarom er zo weinigen van ons op de kandidatenlijst staan. Nederlands-hervormden zijn altijd ondervertegenwoordigd geweest in de Tweede-Kamerfractie. We hoopten dat dat met deze sterk vernieuwde lijst zou worden rechtgetrokken. Nu blijkt dat er van de eerste 28 kandidaten zestien rooms zijn, zeven gereformeerd en maar vijf hervormd. We komen er bekaaid vanaf. En dat terwijl we zo trouw zijn aan de partij. Ik meen dat twintig procent van de CDA-aanhang hervormd is. Onze trouw wordt niet beloond. Ik ben bang dat het protestantse kiezersvolk denkt dat het CDA een grote KVP is geworden.’
DE SNAIJER vloekt in de kerk, daarvan is hij zich terdege bewust. Binnen de partij heerst de ongeschreven regel dat over de soms moeizame samenwerking tussen de verschillende religieuze stromingen (de 'bloedgroepen’) niet uit de school wordt geklapt. Maar nood breekt wet. Op nummer drie staat weliswaar de Nederlands-hervormde huisarts S. Buijs, maar die is bij de kiezers nauwelijks bekend. De lijst wordt aangevoerd door de katholieken Jaap de Hoop Scheffer en Ank Bijleveld. Op vier staat de gereformeerde, vrouwelijke nieuwkomer Verburg. Dan volgen de katholieken Van den Akker en Van der Hoeven. De nummer acht van de lijst, Jaques de Milliano, ex-voorzitter van Artsen zonder Grenzen en katholiek, krijgt ruime aandacht van de media.
Met zoveel roomse adem in de nek ziet L. de Snaijer zijn geloofsgenoot Buijs graag een plaats stijgen. Dan hebben de hervormde kiezers tenminste nog het gevoel dat ze serieus worden genomen. De Snaijer: 'Twee jaar geleden heeft Helgers op een symposium gezegd dat de katholieken niet goed vertegenwoordigd waren. Nou, dat heeft hij behoorlijk hersteld. Maar wij hervormden herkennen ons niet meer in de lijst. Ik denk liever niet in bloedgroepen, maar veel van ons willen nu eenmaal niet rooms stemmen. Als ze geen hooggeplaatste protestant op de lijst zien, gaan ze net zo lief naar de VVD, klein-rechts of zelfs de PvdA. Hervormde mensen willen een duidelijk patroon, een vast anker. Wanneer dat niet aanwezig is, lopen ze naar alle kanten of stichten ze hun eigen clubje. Dat ligt nu eenmaal besloten in het volkse karakter van de Hervormde Kerk.’
NIET DAT mijnheer De Snaijer een hekel heeft aan katholieken. In 1981 schaarde hij zich met zijn voormalige CHU-kamerkring achter de KVP'er Van Agt, de eerste CDA-premier. Als voorzitter van de kring Dordrecht sprak hij toen de plechtige woorden: 'Wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts, wij buigen voor Van Agt.’ De Snaijer: 'Van Agt pleitte voor een ethisch reveil. Dat sloeg geweldig aan bij de Nederlands-hervormden. Voor de komende verkiezingen hebben we alle vertrouwen in De Hoop Scheffer. Zijn frisse optreden en integere houding spreken ons aan. Hij gedraagt zich bíjna als een CHU'er. Hans Hillen is eveneens katholiek; ook in hem zien we veel goeds. Hij neemt stelling op basis van principes, zoals op het gebied van veiligheid en euthanasie. Hillen staat nu op nummer vijftien. Wat ons betreft verhuist hij naar de top tien.
De partij zal in onze ogen moeilijkheden krijgen met de meeste nieuwelingen. De verkiezingslijst is louter in progressieve richting veranderd door het toevoegen van jonge kandidaten, vrouwen en zelfs een islamiet! Bovendien is iemand als De Milliano tamelijk links georiënteerd. Hij is niet de enige. Als meer dan de helft van de fractie op zo'n manier wordt vernieuwd, moet je wel stekeblind zijn om niet te zien dat Helgers de bedoeling heeft het CDA te laten meeregeren met Kok. Dat lijkt ons een slechte zaak, want dan verwaarloost het CDA de rechterflank. Daarmee bedoel ik het principiële, behoudende volksdeel in orthodox-christelijke kring. Wij zijn nu eenmaal op bepaalde punten behoudend. Niet alleen CHU'ers, ook een hoop andere nette mensen willen een goede politiemacht, een goed leger en geen gesjoemel met belastingen. Het is totaal zinloos een progressieve richting in te slaan uit electorale overwegingen. Als je een goed onderbouwde grondslag hebt als christen-democratische partij en heel principieel je boodschap naar buiten brengt, dan komt het electoraat vanzelf.’
VOORAL DE hardhandige manier waarop Helgers de veranderingen heeft doorgevoerd, stemt De Snaijer droevig. De vastberadenheid waarmee zijn oud-partijgenoot Mateman van de lijst werd verwijderd, keurt hij ronduit af. De Snaijer: 'Dat is een heel spijtig geval. Ik zag op tv de partijbijeenkomst in Aalten, Matemans thuisbasis. Helgers lichtte de beslissing van het bestuur toe. Van die uitzending ben ik erg geschrokken. Er werden beelden getoond van partijleden die Mateman de grond in boorden. Ik schrok pas echt toen ik vernam dat er zo'n veertig mensen aan het woord zijn geweest die vóór Mateman pleitten en maar vijf tegen hem. Alleen de woorden van die laatste vijf zijn uitgezonden. Wat zit daarachter? Zou zo'n plaatselijke voorzitter daar van afweten? Het doet me denken aan de methoden van Goebbels. Mijn ouders hebben in het verzet gezeten, mijn moeder heeft zelfs de Yad Vashem-onderscheiding gekregen. We hadden vier joden in huis, maar de hele zaak werd verraden zodat we moesten onderduiken. Mijn vader is bijna doodgeschoten. Dus u begrijpt dat ik niet blij word van dergelijke trucs.’
Nee, dan de oude CHU. De Snaijer: 'Wij waren de meest kritische partij ten tijde van de fusie. We zeiden tegen elkaar: “Er is geen alternatief, we moeten wel”, maar we hielden ons hart vast. De oude Christelijk Historische Unie was geen gedisciplineerde partij. We waren zo vrij als vissen in het water. Alleen het geweten telde. Op grond daarvan kon een CHU-fractie zonder problemen verdeeld stemmen, zolang we maar onze principes aanhielden en ons richtten naar de autoriteit van Gods woord.
Na de fusie is er veel veranderd. Ik ben voor het CDA nog twee jaar voorzitter geweest van mijn kieskring, acht jaar raadslid en vier jaar lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Met de KVP en de ARP kwam de fractiediscipline. Daarmee ging een groot goed verloren. Dat heldere, gewetensvolle van de CHU is nooit teruggekeerd in het politieke bestel. Zoiets sterft uit, dat is het leven. Sommigen binnen het CDA zullen het een achterhoedegevecht noemen, maar toch blijven we proberen de CHU-gedachte uit te dragen. U mag gerust weten dat ik soms met weemoed terugdenk aan vroeger. Het was geweldig, die Unie.’