Heimwee naar het beste vriendje

EDWARD VAN DE VENDEL/ANOUSH ELMAN
DE GELUKVINDER
Querido, 332 blz., € 13,95

Engagement is lang taboe geweest in de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur. Na de maatschappijkri-tische jeugdboekenhausse in de jaren zeventig van de vorige eeuw kregen veel auteurs last van mo-raalangst en won de esthetische functie van het kinderboek steeds meer terrein. Zodanig dat politieke actualiteit als expliciet thema halverwege de jaren tachtig uit de jeugdliteratuur verdween. Maar het hoogtij van de literaire egodocumenten lijkt stilaan voorbij. Boeken als Lieneke Dijkzeuls Aan de bal (2004), over voetbalscouts in arm Afrika, De ogen van de condor (2006) van Lydia Rood – over de Co-lombiaanse burgeroorlog – en het onlangs met de Woutertje Pieterseprijs bekroonde Verkocht van Hans Hagen over kinderslavernij in Dubai bewijzen dat het weer mag: schrijven over de grote boze buitenwe-reld.
Edward van de Vendel beschouwt het als zijn schrijversplicht de maatschappelijke werkelijkheid tot lite-ratuur te verwerken. Twee jaar geleden deed hij daarom tijdens de jaarlijkse Annie M.G. Schmidtlezing een publieke oproep tot meer actualiteit in de jeugdliteratuur en vatte het plan op om met collega-auteurs waargebeurde, veelbewogen levensverhalen van jonge mensen tot een roman om te werken. Tijdens dit proces werken schrijver en jongere nauw samen: de een als ‘verteller’, de ander als ‘schrij-ver’. Vandaar dat de serie de naam ‘Slashboeken’ draagt. Deel 1 ligt inmiddels in de boekenwinkels: De gelukvinder. Van de initiatiefnemer zelf en Anoush Elman.
De coproductie gaat over de Afghaanse vluchteling Hamayun (Elman) die als zeventienjarige terugblikt op zijn nog korte maar heftige leven. Hij doet dit in opdracht van zijn dramadocente van vier havo. Zij vindt dat Hamayun zijn verhaal (op toneel) moet vertellen. Omdat ‘niemand weet wat er met jonge men-sen in ons land gebeurt’. En dus vertelt Hamayun zijn verhaal. Zijn ‘echte verhaal’ over zijn vlucht, sa-men met zijn familie, voor de Taliban. Dit is vervat in een opeenstapeling van beelden en herinneringen, knap uitgewerkt en strak geordend alsof het inderdaad een film- of toneelscript betreft.
De ‘documentary’ – een fraaie sfeerschets – toont Hamayuns Afghaanse basisschooljaren, geken-schetst door de gang naar school, het leven op straat, zijn vriendschap met Faisal, de geboorte van zijn jongste broertje – het egeljongetje – en zijn band met zijn oma. Op de achtergrond is er steeds de drei-ging van de Taliban die als een sluipende kwaal Hamayuns vader – docent – te gronde richten en uit zijn vaderland verjagen. Over het waarom kom je niet meer te weten dan: ‘Padar denkt vrij; Padar leest boeken; Padar houdt niet van de Talib.’ Suggestieve opmerkingen die niet alleen een negenjarige pas-sen, maar je overtuigend de ongrijpbare dreiging doen voelen. De ‘roadmovie’ vertelt vervolgens het maanden durende spannende vluchtverhaal, dwars door Azië en Europa (een plattegrond had niet mis-staan). De vluchtelingen worden geholpen door zogenaamde ‘bottendragers’, mensensmokkelaars die als honden hun bottenbuit, hun ‘smokkelwaar’ meevoeren en willekeurig ergens achterlaten. ‘Reality show’ en ‘drama’ gaan tot slot over de wanhopige eindeloze strijd om in Nederland te blijven en brengen je terug bij het begin: het moment dat Hamayun aan de opdracht van zijn dramadocente begint. Het wordt een ‘show’ die goed kan aflopen, maar ook slecht.
De gelukvinder is meer dan een goedbedoelde, politiek correcte jeugdroman. Natuurlijk, opmerkingen over Pim Fortuyn en rechts Nederland ‘dat minder asielzoekers betekent’ (terwijl Fortuyn een generaal pardon bepleitte) zijn misschien een beetje moralistisch en ook nogal voorspelbaar. Maar in het over-weldigende geheel, in deze volwassen roman vol gebeurtenissen en levensechte personages zijn dit verwaarloosbare tekortkomingen.
Van indoctrinatie is geen sprake. De gelukvinder is duidelijk niet met een educatieve, maar met een lite-raire intentie geschreven. Het zijn de beelden die spreken en die het vluchtverhaal met op de achter-grond Hamayuns ‘coming of age story’ oprecht vertellen. Licht van toon en zonder je mee te slepen in een tragisch tranentrekkend relaas.
Mooi eenvoudig, maar pijnlijk treffend verwoord is bijvoorbeeld het afscheid van Afghanistan: ‘We lopen naar het tuinpad en alles, alles is stil. De buren zijn stil, de zwerfhonden zijn stil, wijzelf zijn stil. (…) Dan start Noorahmed de auto. We laten oma los. We stappen in. We rijden weg. En ik kijk niet meer achter-om. (…) Vluchten doe je langs de snelste weg. In de kortste tijd. En dus laten we onze oma’s achter. En het egeljongetje? Het egeljongetje ook.’ Sprekend als in een film is de bevrijdende vrijheid die de familie bij aankomst in Iran ervaart. Hamayuns ‘Madar’ koopt een vuilniszak, propt haar oude kleren, inclusief haar lichtblauwe boerka, erin en geeft het ontnuchterende commentaar: ‘Zo, dat is dat.’ En Hamayuns eerste Nederlandse woorden – ‘strippenkaart’ en ‘wachten’ – zijn voldoende om zijn onmacht mee te doen voelen.
Wat echter het meest bijblijft, is Hamayuns voortdurend terugkerende diepe heimwee naar zijn jeugd-vriend Faisal, van wie hij ooit de dvd Taqdeerwalan kreeg, ‘De man die het geluk vond’. Faisal en de dvd verbeelden hoop en vormen de rode draad die verleden, heden en toekomst verbindt. Van de Vendel en Elman vertellen een rijk, allesomvattend verhaal dat de actuele werkelijkheid in al haar complexiteit op indrukwekkende wijze weerspiegelt. Wat een geluk dat engagement weer mag.

Meer informatie: www.slashboeken.nl