Heine als cabaretier

De Duitse ambassadeur had die avond in zijn Haagse residentie een aantal Hollandse politici, opiniekneders, kunstenaars en diplomaten uitgenodigd om te luisteren naar de cabaretière Lore Lorentz, leading lady van het Düsseldorfer gezelschap Das Kommödchen.

Het programma ging over de boze Duitsers, ook de boze Duitsers van nu, die hardhandig met talrijke Heine-citaten om de oren worden geslagen.
Stan Huygens, de societyreporter van De Telegraaf, zat drie stoelen achter Harry Mulisch en constateerde ’s anderendaags in zijn Journaal dat hij hem de hele avond geen enkele keer had zien lachen. ‘Ik vrees dat de grote schrijver geen humor heeft. Hetgeen ook uit zijn boeken blijkt.’
Het spijt me voor Huygens, het spijt me voor Heine, maar Harry Mulisch had groot gelijk. Er viel om deze, met sleetse routine en ideologische aangebrandheid voorgedragen Heine-collage niet of nauwelijks te lachen. Heine was nu eenmaal geen schrijver van cabaretteksten over de fundamentele verdorvenheid van het Duitsland van Helmut Kohl, al was het alleen al omdat de dichter in 1856 is overleden, een tijdstip waarop zelfs de betovergrootvader van de Duitse kanselier nog moest worden geboren.
Wordt Heinrich Heine in zijn vaderland nog altijd zo slecht behandeld als vroeger? Is hij in Düsseldorf, zijn geboortestad, nog steeds een ongewenst element? Jazeker, sprak zijn cabareteske stadgenote. 'Want als je bij ons in de Bolkerstrasse naar Heines geboortehuis zoekt…’ (haar warme alt daalde een volle octaaf) ’… merk je tot je ontsteltenis dat daarin tegenwoordig een biertapperij is gevestigd.’ Daarmee leek andermaal het bewijs van de onverbeterlijkheid van het Duitse volk geleverd.
Het is echter een bewijs van niks. Toegegeven, er is jarenlang een onverkwikkelijke discussie gevoerd over de vraag of de plaatselijke universiteit wel of niet naar Heine mocht worden vernoemd - een strijd die overigens in het voordeel van de dichter is beslecht. Voor de rest heeft Heine geen enkele reden om zich over zijn stadgenoten te beklagen. De belangrijkste boulevard van de gemeente heet de Heinrich Heine-Allee. Drie straathoeken verder staat een prachtig, eigentijds Heine-monument. In de Bolkerstrasse, waar hij geboren is, moge te zijner ere voornamelijk bier worden gedronken, elders in de stad, in de Bilkerstrasse, is het Heinrich Heine-instituut gevestigd, een museum-archief-studiecentrum waarin op het hoogste niveau de Heinrich Heine-kunde wordt bedreven, volwassen wetenschappelijk onderzoek naar een auteur die, ofschoon links en dwars, joods en liberaal, na de val van het Derde Rijk tot veler verbazing een van de meestgelezen klassiekers uit het Duitse taalgebied is geworden.
Met onheilszwangere stem declameerde Lore Lorentz een fragment uit Heines Deutschland, ein Wintermärchen. Het ging over de censuur, het beste instrument, zei Heine ironisch, om de Duitsers tot één geheel samen te smeden.
Maar de oppercensor van zijn tijd was Klemens vorst Metternich, niet Helmut Kohl, staatschef van een natie waarin de censuur, bij mijn weten, inmiddels is afgeschaft. Om dan toch een man als Heine als getuige à charge te mobiliseren… Allemachtig, zo bot en geborneerd kan alleen maar een Duitse cabaretière zijn.