Heintje Wiegel dreigt opnieuw met terugkeer

Heintje Wiegel

Al 25 jaar dreigt Hans Wiegel terug te keren in de landelijke politiek. Ook nu weer. Maar het lijkt niemand te interesseren wat hij daar precies wil bereiken.

Vraag 1. Wat hebben Heintje Davids en Hans Wiegel met elkaargemeen?

Antwoord. Beiden kunnen, verslaafd als ze zijn aan aandacht, geen afscheid nemen.

Vraag 2. Waarin verschillen Heintje Davids en Hans Wiegel?

Antwoord. De eerste kwam echt terug, de tweede niet.

Vraag 3. Hoe heet dit soort gedrag?

Antwoord. Dit fenomeen is naar variété artieste Heintje Davids vernoemd. In 1953 nam ze, 65 jaar oud, voor de eerste keer afscheid van het theater. Daarna was ze niet van het podium te slaan. Elke keer weer nam ze afscheid. Tot het echt de laatste keer was. In 1975 overleed ze. Wiegel nam in 1981 afscheid van het ministerschap. Hij werd dat jaar pas veertig. Sindsdien dreigt hij met terugkeren.

Liberalen hebben al allerlei tactieken gebruikt om Wiegel daarmee eens en voor altijd te laten ophouden. Partijvoorzitter Leendert Ginjaar werd in 1990 al «gallisch» van het gespeculeer over een mogelijke comeback. Beoogd lijsttrekker Frits Bolkestein gooide het een paar jaar later over een andere boeg en zei direct bij de eerste tekenen van Wiegels geflirt met een terugkeer: doen, ik maak onmiddellijk plaats. Wiegel deed het niet, maar verdomd, een paar jaar later in 2002 was hij er bij toenmalig lijsttrekker Gerrit Zalm weer.

En nu opnieuw. Fractievoorzitter Jozias van Aartsen heeft voor zijn voormalige leermeester zijn eigen tactiek: hij prijst de man aan als beoogd premier. Dat is lekker veilig, want dat zit er toch niet in voor de liberalen.

Wat zo bijzonder is aan die voortdurende «terugkeer» van Hans Wiegel is dat niemand vraagt wat hij wil bereiken als hij weer minister of zelfs premier zal zijn. Het lijkt ook niemand te interesseren. Maar waar zou Wiegel voor staan, gemeten aan zijn uitlatingen of ge schriften uit het verleden? Koos Rietkerk, voormalig VVD-minister van Binnenlandse Zaken, zei lang geleden over hem: «Wiegel is typisch iemand die de massa aanspreekt. Helemaal niet iemand die de dingen vanuit zijn denken benadert.»

Dat klopt nog steeds. Op meningen over inhoudelijke zaken valt Wiegel moeilijk te betrappen. Ruim 25 jaargangen Liberaal reveil, het tijdschrift van het wetenschappelijk bu reau van de VVD, zijn in dat opzicht interessant studiemateriaal. Er is in al die jaren één keer een door Wiegel geschreven stuk in gepubliceerd: zijn in 1994 gehouden toespraak bij het verschijnen van de biografie van Haya van Someren-Downer. Veel mooie woorden over deze markante VVD’ster, maar niks waaruit je kunt opmaken wat voor politiek Wiegel voorstaat.

In 2002 duikt in Liberaal reveil een interview met Wiegel op. Behalve uitspraken als «de kiezer heeft altijd gelijk» en «een regeerakkoord is gestold wantrouwen» is er één uitlating die met enige goede wil als inhoudelijk valt te typeren. Wiegel mag dan vinden dat een dichtgetimmerd regeerakkoord het politieke debat smoort, hij wil wél dat een nieuw kabinet vooraf een financieel raamwerk vastlegt. Verder zegt hij niks over dit raamwerk, of het ruim moet zijn of juist niet. Ter opfrissing van het geheugen: van de Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg is de uitspraak dat «het kabinet-Kok II met het beruchte kabinet-Van Agt-Wiegel strijdt om de twijfelachtige eer van het rampzaligste kabinet na de oorlog». Bovenberg doelde op de staatsfinanciën. Het begrotingstekort liep ten tijde van Wiegels vice- premierschap in vier jaar tijd op van drie tot zeven procent.

Ook het doorspitten van de dagbladen werpt niet veel licht op wat Wiegel met ons land voor zou hebben. Interviews met hem gaan altijd over het politieke gedrag van anderen, over wie met wie moet gaan regeren, over gemis aan dekking op de rechterflank bij de VVD en over zijn terugkeer natuurlijk.

Wel inhoudelijk was Wiegels nee tegen het referendum in 1999. In die tijd was hij senator oftewel een beetje terug op het politieke toneel. Maar zijn nee is tegen de partijlijn. Afgelopen voorjaar is in het nieuwe Liberaal manifest vastgelegd dat de «koudwatervrees» van de VVD voor het referendum «overdreven» is. Voor alle VVD’ers die Wiegel bij de verkiezingen van 2007 terug willen misschien toch iets, net als die financiën, om over na te denken.

Wiegel heeft wel stelling genomen in het debat over minderheden. Niet zozeer over de inburgeringstoets of het uitzettingsbeleid, maar wel over de vrijheid van onderwijs, vastgelegd in artikel 23 van de grondwet. In zijn meest recente ruzie met VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali riep Wiegel op tot «verdraagzaamheid en respect voor ons allochtone volksdeel». Hij verweet Hirsi Ali met haar gedrag «geen bruggen te slaan, maar wiggen te slaan en kloven te verbreden». Ook het Liberaal manifest wil niet tornen aan artikel 23.

Maar over inhoudelijke politiek gaat het nu niet bij de VVD. Liberalen die Wiegel terug willen, denken dat hij stemmen zal trekken. Daarom ook hier even een opfrissertje, eveneens uit Liberaal reveil. Al in 1993 is onderzocht of Wiegel in het stemhokje echt stemmen zou trekken. Wat bleek? Dat zou in dat jaar per saldo geen effect hebben gehad. Hoe was dat gemeten? De laatste keer dat Wiegel lijsttrekker was, in 1981, dus na vier jaar vice-premierschap, bleek dat de VVD 0,6 procent minder stemmen had gekregen dan in 1977. Terwijl toch 37 procent van de kiezers had gezegd Wiegel wel te zien zitten als premier.

Wiegel zelf weet dat natuurlijk. Zoals hij ook heel goed weet wat hij eens het mooiste van het ministerschap heeft genoemd: «Dat je het geweest bent.»