Toneel: ‘Laura H.’

Held noch slachtoffer

Met Laura H. laat Toneelgroep Oostpool zien dat je zelfs, of misschien wel juist, over een ‘kalifaatmeisje’ een voorstelling kunt maken. Als je erin slaagt om het gewetensvol aan te pakken.

Bewerking van Thomas Ruebs boek over de Syrië-gangster Laura H. door Toneelgroep Oostpool © Sanne Peper

Als een toneelvoorstelling begint met een disclaimer weet je dat er iets aan de hand is. En al helemaal als die minutenlang aanhoudt. ‘Met grote verbazing las ik de aankondiging van Laura H. de voorstelling. Nergens wordt vermeld dat ze lid was van een terreurorganisatie. Nergens staat dat ze verantwoordelijkheid draagt of dat ze is veroordeeld. (…) Jarenlang werd er tegen moslims gezegd: neem positie in, in het vraagstuk van extremisme, fundamentalisme en IS. Mag ik deze mensen die zich verdiept hebben in dít verhaal dan óók om zo’n morele positie vragen? Of draaf ik door? Het doet me pijn. Het land van de twee maten. Voor alle duidelijkheid: Laura H. was betrokken bij de terroristische organisatie IS met als enige doel: vernietiging. Er zijn honderdduizenden mensen getraumatiseerd. Er is geen enkele reden tot jubel of feestvieren rond dit zeer pijnlijke verhaal.’

Het is schrijver Abdelkader Benali die wordt geciteerd. Hij reageert in een lap tekst op sociale media als is aangekondigd dat theatergezelschap Oostpool de rechten van Laura H. (in het echt maakte Benali zich boos over een aangekondigde televisieserie) heeft gekocht, de bestseller van NRC-journalist Thomas Rueb.

Niet veel later worden er zelfs Kamervragen gesteld, naar aanleiding van een optreden van H. bij M met Mensen, een interviewprogramma van Margriet van der Linden. Het decor: een kapitale villa. Kerstversiering. Gitaarmuziek, pianomuziek. Open haard aan. De andere gast: Songfestival-winnaar Duncan. De vragen: vond je het ook niet doodeng, naar Syrië gaan? Je mocht niet naar buiten? Vind je het een wonder dat je het hebt overleefd? Opmerkingen van Duncan: ‘We hebben het nu steeds over veroordelende mensen, maar er zijn er ook veel die hebben gedacht: jeetje, wat erg. Hopelijk wordt ze goed geholpen, gaat het goed met de kinderen en er zijn veel mensen die opgelucht adem kunnen halen nu het goed met je gaat.’

De zinnige reacties (wat er op sociale media allemaal werd gezegd kunt u zelf wel invullen) na afloop: ‘Deze vrouw is veroordeeld voor het voorbereiden van terroristische misdaden. Als je haar interviewt, is het een journalistieke plicht om in te gaan op haar steun aan een genocidaal regime. Als je het onkritische interview dan toch verdedigt, zoals kro-ncrv doet, door te stellen dat “Laura probeert haar leven weer op de rit te krijgen”, introduceer haar (spijtoptant) dan niet als “hét gezicht van IS-vrouwen”.’ En: zie het eerdere bericht van Benali.

De kritiek is ook helemaal terecht: het was een schertsvertoning. Een groot deel van de kijkers werd voor het eerst geconfronteerd met een jonge vrouw die vrijwillig naar het kalifaat ging. Een ‘gewoon’ Nederlands meisje dat met haar man en jonge kinderen het veilige Zoetermeer achterliet om zich aan te sluiten bij IS, dat bekendstaat om het plegen van genocide en onthoofdingen. Een bekeerling. Prima als die stevig door een journalist wordt bevraagd, maar in deze setting? Zo?

Vraag aan de minister: heeft Laura H. ook een vergoeding ontvangen voor haar deelname aan het programma Mensen met M? Zo ja, hoe hoog?

Antwoord: ‘Uit de aan mij verstrekte informatie blijkt dat Laura H. een vergoeding van vierhonderd euro heeft ontvangen voor haar deelname.’

Nog een vraag aan de minister: wordt de televisieserie over Laura H. aangekocht door een publieke omroep? Zo ja, ontvangt Laura H. hiervoor een financiële vergoeding of is zij actief onderdeel bij de totstandkoming van deze serie? Zo ja, vindt u het wenselijk dat een veroordeelde IS-ganger geld ontvangt voor haar eigen misdaden, terwijl de slachtoffers niks ontvangen?

Het verhaal van Laura H. kennen we door het boek van Rueb. Dat verhaal is zo bizar dat het Openbaar Ministerie na haar terugkeer aanvankelijk dacht dat Laura ‘geïnspireerd en aangestuurd door IS en met een opdracht naar Europa is gestuurd’.

Het is een voortreffelijk boek waar Rueb terecht meerdere prijzen voor kreeg. Uit de voorstelling: ‘Ik zit op de redactie van de krant en open een mail van een collega. Of ik interesse heb om de vader van Laura H. te interviewen. Ik mail mijn collega dat ik langs zal gaan en de week erop bel ik aan bij het adres van Eugene, de vader van Laura H. “Weet je wat het is…”, zegt Eugene. “Natuurlijk had ik niet verwacht dat mensen met ballonnen en champoepel op Schiphol zouden staan voor Lau. Ik ben woest op haar, en andere mensen mogen dat ook zijn. Maar als mensen eens zouden weten hoe dit allemaal gegaan is. En wie er allemaal bij betrokken waren. Ze hebben geen idee. Jij hebt geen idee.”’

Niemand komt goed uit dit verhaal, omdat de lijn tussen goed en fout soms onzichtbaar is

Ruebs eerste ontmoeting met de vader van Laura H. mondt uit in een interviewsessie van ‘bijna zes uur, vijf koppen koffie, drie gevulde koeken en anderhalf notitieblokje vol’. Maar dit interview is totaal niet fit to print. Het is zo’n ongeloofwaardig verhaal. Zijn dochter zou op klaarlichte dag uit het kalifaat zijn ontsnapt, waar ze rennend tussen de kogels en bommen de Koerdische grens overstak. Maar klopt dat?

Rueb zocht alles tot op de bodem uit, liet niets aan het toeval over en reisde zelfs af naar Irak om te checken of wat Laura beweerde echt klopte. Hij bleef kritisch terwijl hij haar verhaal optekende en kreeg dan ook weinig verwijten als zou hij een slachtoffer van haar maken of haar ophemelen.

Dat verhaal van Laura in het kort: ze groeit op in Zoetermeer in een gezin met een broertje dat door een ernstige nierziekte thuis alle aandacht opeist, waardoor Laura aandacht gaat zoeken bij jongens. Eerst één, twee en dan steeds meer tot ze op een dag, als ze dertien is, met tien jongens achter elkaar seks heeft en zo ‘de slet’ wordt. Het valt haar op dat meisjes met een hoofddoek met rust worden gelaten en ze besluit er niet alleen zelf een te dragen en zich te bekeren tot de islam, ze verzint een nieuwe identiteit inclusief Marokkaanse naam.

Op haar zestiende krijgt ze haar eerste kind met een jongen die haar laat zitten en enkele maanden later is ze weer in verwachting van een ander en wordt ze gedwongen tot een abortus. Laura blijft wanhopig op zoek naar een nieuwe man, iemand die een vader kan zijn voor haar kind, met wie ze een gezin kan stichten, en ontmoet op een islamitische chatsite Ibrahim. Die ontpopt zich al snel tot een gewelddadige bruut die haar overhaalt om samen naar Syrië te gaan. Want daar, op heilige grond, zal hij het geweld tegen haar staken.

Rueb, overtuigend gespeeld door Tim Olivier Somer, is in de voorstelling van Oostpool zelf een belangrijk personage. Er staat een camera op het podium waarmee hij Laura (een glansrol van Jade Olieberg) filmt, en allerlei verplaatsbare schermen waarop zij, vaak in close-up, te zien is. Thomas vraagt en verhaalt, Laura antwoordt en doet voor.

Laura: ‘Je hebt twee soorten jihad. De “grote” jihad, al-jihad al-akbar, is de innerlijke strijd die je voert tegen jezelf en de verleidingen van de duivel, de shaytan. Die bestrijd je door te bidden, te vasten. En dan heb je de “kleine” jihad, al-jihad al-asghar oftewel de strijd van het zwaard, die voorschrijft dat alle moslims de wapens dienen op te nemen als hun broeders worden aangevallen. Waar dan ook ter wereld.’

Thomas: ‘Die radicaliteit, ergens helemaal voor gaan, vertelde een Jeugdzorg-medewerker, is precies wat Laura definieert. In alles wat ze doet, is ze extreem en radicaal. Aandacht van jongens? Liefst van iedereen tegelijkertijd. Het laten slagen van haar huwelijk? Desnoods naar het kalifaat. Ook in onze gesprekken is ze extreem: ze vertelt alles. Alle mishandelingen, alle verkrachtingen, alle vernederende momenten…’

Laura: ‘Maar jij vraagt me toch ook alles?’
Thomas: ‘Ja, omdat je dat doet als journalist. Doorvragen. Iets tot op de bodem uitzoeken.’
Laura: ‘Maar waarom zou ik dan iets achterhouden?’
Thomas: ‘Omdat je je ervoor schaamt. Omdat het te pijnlijk is. Omdat je sommige dingen niet wil delen.’

En dan het antwoord op deze vraag: mag je, zoals Abdelkader Benali zich afvroeg, een verhaal zoals dat van Laura H. vermarketen? ‘De hele gang van zaken rond het fictief maken van Laura H. is alles wat er mis is met Nederland: opportunisme, kortzichtigheid, gemakzucht en een enorme blinde vlek voor het morele leed anderen aangedaan wanneer eigenbelang honger heeft’, aldus Benali, die zelf ooit een roman schreef geïnspireerd op het leven van kickbokser Badr Hari, waar ook het nodige om te doen was. Een recensent van Vrij Nederland destijds: ‘Dat is vermoedelijk een door Benali verhoopte reactie, want daarmee komt zijn roman in de arena van het opinieklimaat. Controverse genereert publiciteit genereert verkoop, kan een mercantiele wens zijn geweest achter Benali’s reductie van zijn eigen roman.’

Natuurlijk hebben critici een punt: bij een onderwerp als dit, over een kalifaatmeisje, waarbij mensen zeer veel leed hebben aangericht door zich aan te sluiten bij Islamitische Staat en daarmee ook de hele islamitische gemeenschap in Nederland in het verdachtenbankje hebben gezet, moet je ontzettend voorzichtig zijn, en een uitglijder ligt op de loer – zie de uitzending van Mensen met M. Natuurlijk moet het pijnlijk zijn, bijvoorbeeld voor Yezidi’s, om Laura her en der te zien opduiken. Maar moet je het daarom dan maar niet doen? Moet je dan maar geen kunst maken over dit soort beladen onderwerpen?

Wie naar het toneelstuk gaat, ziet niet alleen een zeer mooie voorstelling met ontzettend talentvolle acteurs (het is een dubbele cast, naast Somer en Olieberg zijn dat Charlie Chan Dagelet en Kevin Schoonderbeek), maar ziet ook een stuk waarbij ontzettend goed is nagedacht over hoe om te gaan met dit delicate onderwerp. Er wordt van niemand een held of juist een slachtoffer gemaakt. Niemand komt goed uit dit verhaal, omdat de lijn tussen goed en fout soms bijna onzichtbaar is. En net zoals Rueb ook zeer waarachtig te werk ging en een journalistiek werk van de buitencategorie afleverde, doet Oostpool dat ook. Zelfs op zo’n overtuigende wijze dat de disclaimer waarmee de voorstelling begint overbodig is. Dat zit al helemaal in het stuk.


Vanaf 2 oktober is Laura H. te zien in Arnhem, daarna gaat de voorstelling t/m 24 december op tournee; toneelgroepoostpool.nl