Film

Held onder twee zonnen

Film: Star Wars Episode III: Revenge of the Sith van George Lucas

  1. Op een planeet met twee zonnen staart een jongeman in de woestijn naar de horizon, zoekend naar zijn toekomst. Op precies dezelfde plaats, bijna dertig jaar later, staan een man en vrouw met een baby in hun armen te kijken naar de roodgekleurde ondergang van de hemellichamen Tatoo I en Tatoo II achter precies dezelfde kim. De baby is de jongeman. Hij heet Luke Skywalker.

Hoe dat kan, hoe de baby drie decennia eerder de jongeman kan zijn, bevat de sleutel tot het verhaal van een van de meest merkwaardige mythologieën van de moderne tijd: de Star Wars-sage van de Amerikaanse filmmaker George Lucas. Het begon in 1972 toen Lucas, kind van het flower power-tijdperk, droomde over het maken van een sciencefictionfilm. Tijdens het schrijven van het script dook hij in de boeken: sprookjes en mythen en alles van en over Joseph Campbell, een Amerikaanse filosoof en gnosticus die Jung postmodernistisch mixt met het boeddhisme en het christendom om tot een universele spiritualiteit te komen. Wat Lucas aansprak was de wijze waarop Campbell de nadruk legde op de rol van de held in oermythen. Als een verlosser moet de held eerst bewust worden van zijn noodlot voordat hij een gevaarlijke reis aflegt met als eindpunt het overwinnen van het kwaad. Dit alles was muziek in de oren voor de jonge Lucas, die opgroeide op een pulpdieet van Errol Flynn, John Wayne, Buck Rogers en Flash Gordon en die tijdens zijn studie in Californië in de ban raakte van de samoeraikrijgers van de grootmeester van de Japanse cinema, Akira Kurosawa.

Terwijl zijn generatiegenoten geëngageerde films maakten als Mean Streets (Martin Scorsese), Carrie (Brian de Palma) en Apocalypse Now (Francis Ford Coppola) mondde Lucas’ obsessie met zwaardgevechten en ruimte wezens in 1977 uit in Star Wars Episode I: A New Hope. Zowel verhaaltechnisch als cinematografisch was het werk baanbrekend. In de jaren daarna kwamen twee vervolgfilms, The Empire Strikes Back (1980) en Return of the Jedi (1983). Pas in het nieuwe millennium, dankzij de ontwikkeling van digitale technologie, voltooide Lucas zijn serie, met Episode I The Phantom Menace, Episode II Attack of the Clones en nu Episode III Revenge of the Sith.

Revenge of the Sith is een triomf, qua vorm en inhoud. Het werk brengt de serie ten einde, maar dient ook als beginpunt van de originele trilogie. Het sluit af met een scène die net als een corresponderend toneel uit de eerste film, A New Hope, ten diepste spiritueel is: op de planeet Tatooine bevindt de archetypische held Luke zich onder de twee ondergaande zonnen. Beide scènes omvatten de kern van de mythe: het leven is niet maakbaar, alles draait om het noodlot. Hoe de held hierop reageert, bepaalt zijn identiteit, zijn menselijkheid.

Anders dan Luke is er iemand die wel gelooft in maakbaarheid. Het is de archetypische schurk, de engste en ergste en meest geliefde bad guy aller tijden: Darth Vader (Hayden Christensen). In Revenge is hij nog even Annakin Skywalker, idealistische ridder in de orde van de Jedi die kampt met wraakgevoelens wegens de moord op zijn moeder. Deze verergeren als blijkt dat zijn geliefde, Padmé Amidala (Natalie Portman), zwanger is. Geplaagd door nachtmerries waarin Padmé sterft tijdens de geboorte, stelt Annakin zich open voor de Donkere Kant, belichaamd door Senator Palpatine (Ian McDiarmid), die in werkelijkheid Lord Sidious is, leider van de Sith, aartsvijanden van de Jedi.

Als achtergrond dient het conflict tussen de Republiek en de Separatisten. In de nieuwe film is de politiek van de strijd shake speareaans. Het heulen van Annakin met Palpatine mondt uit in verraad van het soort dat regelrecht komt uit Richard III. In zijn greep naar de macht geeft Palpatine, nu even mismaakt als Richard van Glouchester, opdracht tot het uitmoorden van de Jedi. En als de grootsheid van Revenge ergens uit blijkt, dan is het dit: een meesterlijk gechoreografeerde en geredigeerde sequentie, begeleid door operateske muziek van John Williams, waarin gekloneerde soldaten de Jedi afmaaien. Het ritme waarmee Lucas de moorden afwisselt met het gekonkel binnenskamers van Palpatine illustreert het talent van de regisseur voor het narratieve. De massale gevechtsscènes die hierop volgen zijn adembenemend. Het is moeilijk aan een betere actiescène in de historie van de filmkunst te denken dan het finale gevecht tussen Obi-wan Kenobi (Ewan MacGregor) en Annakin/Darth Vader.

De actie, die verrassenderwijs spaarzaam blijft, is doorvlochten met mooie, actuele politieke referenties. In zijn boek Easy Riders, Raging Bulls suggereert Peter Biskind dat de originele Vader Lucas’ versie van president Nixon is. Als dat zo is, dan personifiëren Palpatine en Annakin/Vader in Revenge de huidige president, George W. Bush, en is hun Galactische Rijk niets anders dan een symbool van een imperialistisch Amerika. Voorbeelden: Palpatine, onder groot applaus in de Senaat: «Ik breng veiligheid en securiteit!» Senator Amidala, zacht, terzijde: «Dus, op deze manier sneuvelt de vrijheid.» Annakin tijdens het gevecht met Obi-wan: «Jij bent of met mij of tegen mij.» En, een bange onderkoning tegen de moorddadige Annakin: «Maar de oorlog is voorbij! U moet ons nu beschermen!»

Zo vormt zich de fascistische wereld waarin de jonge Luke, zoon van Vader en Amidala, wordt geboren. Zo begint zijn queeste, zo begint zijn strijd, zo begint Star Wars, het heilige sprookje van deze tijd. En zo eindigt het.

Te zien vanaf 19 mei